(Ben jij ook jarig deze maand en je staat niet vermeld? Dat is niet leuk. Laat het even weten per e-mail en we zullen je niet meer vergeten te feliciteren.)

HIEPERDE PIEP HOERA!

Gefeliciteerd ......

Simone Abel, Ernst Jan Wepster, Anneloes Wepster, Trouwdag Mam & Pap en Ingrid & Jan, Gijs J. van der Graaf, Niek A. Wepster

Vrijdag 1 september 2006 / 47°12'88N 070°16'44W (Saint-Jean-Port-Joli, Québec)

[René>>] De wekker loopt om 6:30 af. Bij laag water (05:00) kunnen we hier niet weg, maar vanaf twee uur na laag water zou het moeten lukken. Bij de ingang van de haven is met strepen aangegeven hoeveel water er staat. We moeten wachten tot 7:30 voordat er voldoende water staat.

Tegen de voorspelling in staat er een stevig bakstag windje. We draaien de genua uit en met de stroom mee doen we 5-6,5 knoop over de grond. Perfect voor de 24 mijl naar Berthier-Sur-Mer. Geen deining, geen golven, een watertemperatuur die alweer is opgelopen tot bijna 20 graden(!), een zonnetje, prachtige natuur, dit is genieten!

Aan de overkant zien we de Laurentian Mountains en de afdalingen van Le Masif, Québec´s hoogste skigebied. Die hoogte valt met nog geen 900 meter wel mee, maar ja, hoogte is hier voor sneeuw niet echt van belang. We krijgen er wel "een beetje" de wintersportkriebels van...

Rond 12:30 varen we de kleine haven van Berthier-Sur-Mer binnen. Na een lunch van tosti´s verkennen we de omgeving. Niets bijzonders, het dorpje ligt minstens een kilometer verderop en ziet er niet aantrekkelijk uit. We gaan terug naar Vagebond en brengen de rest van de middag al lezend door. We eten aan boord, kijken een filmpje en liggen rond 23:00 in bed.

Prachtige wolken

Dit aparte van hout gemaakte bootje is te koop.

Zaterdag 2 september 2006 / 46°56'01N 070°44'15W (Berthier-Sur-Mer, Québec)

[René>>] We hoeven niet vroeg op, want pas rond 10:00 krijgen we stroom mee voor de laatste 20 mijl naar Québec City. We slapen dus uit tot 8:00.

Aan de overkant is afgelopen nacht een houten boot komen liggen die als twee druppels water lijkt op Schorpioen, een Buchanan ontwerp. We maken een praatje met de eigenaar. Nee, het is geen Buchanan, maar een Herreshoff, dezelfde ontwerper als van de Long White Cloud. Elkeweg, het is een fraaie boot.

"Elkeweg", leuk hè (met dank aan JG).

Iets voor 10:00 gooien we los. We hebben een zwak windje in de rug. We proberen het een uurtje op de genua, maar zelfs met 1,5 knoop stroom mee schiet het niet op, dus starten we toch maar de motor. We worden opgelopen door een containerschip, de "Maersk Palermo", uit Rotterdam. We roepen hem op over de marifoon en maken een praatje met de kapitein. Iedere drie weken op en neer van Rotterdam naar Montreal. Ze gaan "iets" harder dan wij.

Tegen 13:00 naderen we Québec City. Het lijkt het IJsselmeer wel, zo druk is het met zeil-, motor-, en speedboten. Het is natuurlijk zaterdag en het is prachtig weer. Het seizoen is hier al zo kort, dus iedereen die iets heeft dat drijft, is op het water.

Rond 13:30 varen we de buitenhaven in van "Basin Louise", in het centrum van Québec City. Twintig minuten later worden we geschut en varen de binnenhaven in, waar de grote marina is (500+ ligplaatsen). In het kantoortje betaal ik alvast voor twee nachten. Dat is even slikken! Per nacht betalen we $70. Maar daarvoor liggen we wel midden in het centrum van Québec City. Er zijn twee alternatieven en beiden zijn aan de andere kant van de rivier, niet bepaald ideaal als je een paar dagen de toerist wilt uithangen. En trouwens, afgelopen nacht hebben we gratis gelegen, want een havenmeester was in geen velden of wegen te bekennen.

We gaan de stad in. We hebben nog geen 100 meter gelopen of we treffen op het haventerrein een paar grote witte tenten. "Cavalia" lezen we op vlaggen en pamfletten. De hekken van de omheining zijn met spandoeken versierd met afbeeldingen van paarden. Daar moeten we van Helga natuurlijk even een kijkje gaan nemen. Bij de ticketbalie krijgen we te horen dat het een spectaculaire paardenshow betreft. Er zijn nog kaartjes beschikbaar voor vanavond (zaterdag!), helaas alleen nog maar de allerduurste. Veel te duur, besluiten we.

Maar... realiseer ik me vrijwel tegelijkertijd, Helga heeft haar paard verkocht, of liever gezegd "moeten verkopen", voordat we aan deze reis begonnen. Helga staat nog te kwijlen over een promotieboek van de show als ik twee kaartjes koop. "Wat doe je nou?!", hoor ik even later achter me...

De rest van de middag slenteren we door de oude stad van Québec City, de enige vestingstad noord van Mexico. Nauwe straatjes met klinkertjes, fraaie trappen, hoge herenhuizen, en allemaal prachtig gerestaureerd. Het doet Frans aan, maar meer nog Europees.

Op de terugweg naar Vagebond eten we een pizza. Aan boord nog een kop koffie, omkleden en om 19:30 melden we ons aan de poort van het Cavalia terrein. We gaan naar onze plaatsen en het moet gezegd, voor dat geld hebben we echt de aller- allerbeste plaatsen die er zijn: 4e rij op nog geen 5 meter van de piste en zicht op het hele spektakel.

En het spektakel laat zich het beste omschrijven als een combinatie van Cirque du Soleil, Spaanse Rijschool en Western/Rodeo. Alles begeleid door prachtige Keltische live muziek. Ik tegenstelling tot Helga ben ik geen "paardenmens", maar ook ik kijk ademloos toe. Echt een fantastische show!

Voor $60 p.p. extra hadden we bij deze kaartjes ook een VIP arrangement kunnen nemen. Daarmee kun je gratis drinken, en na afloop kennis maken met een paar artiesten en krijg je een rondleiding door de stallen. Dat geld hebben we in onze zak gehouden. Maar een brutaal mens heeft de halve wereld, en Helga zeker..., dus doen we net of onze neus bloedt en begeven ons na afloop naar de VIP lounge. We wuiven met onze kaartjes en... kunnen doorlopen.

We maken een praatje met Estelle, een van de hoofdrolspelers in de show. Om een idee te geven wat deze dame o.a. doet: Ze staat met één been op het ene paard, en met het andere op een tweede... in rengalop... en dan nog twee paarden daarvoor die ze ook nog ment. Een soort vierspan dus, echter zonder kar.

Later lezen we dat ze de dochter is van de Franse eigenaar van de stoeterij waar de meeste paarden vandaan komen. Hij is ook initiatiefnemer van deze show. Ze verteld dat Cavalia hierna naar Las Vegas gaat en volgend jaar zeer waarschijnlijk naar Europa en misschien ook naar Amsterdam! Mochten wij tegen die tijd alweer in Nederland zijn, dan gaan we zonder twijfel nog een keer.

Wat lijkt dit bootje op....

Quebec Oud en Nieuw

Oud en nieuw is verwerkt in de muurschildering.

Muurschildering

Cavalia

Zondag 3 september 2006 / 46°49'22N 071°12'34W (Québec City, Québec)

[René>>] Koffie, een douche, en hup, de stad in.

We wandelen richting Chateau Frontenac, het meest gefotografeerde hotel van Canada. Het werd in 1893 gebouwd en vandaag de dag is het het symbool van de stad. Bij het hotel begint ook de Dufferine Terrace, een houten boulevard, 70 meter boven de St. Lawrence.

De boulevard brengt ons bij de Citadel, een prachtig fort dat achtereenvolgens door de Fransen en de Engelsen gebouwd werd om Québec City, de poort tot de Great Lakes, te verdedigen. Mede door de Citadel, gebouwd op Diamond Rock, noemde Charles Dickens de stad "het Gibraltar van Amerika". De Citadel huisvest vandaag de dag nog steeds Canadese troepen (het 22e en enige Franstalige regiment). Alleen met een officiële rondleiding kun je naar binnen en dat doen we dus maar. Het is een aardige rondleiding, maar niets bijzonders. Het interieur van de Citadel daarentegen is wél prachtig.

We lunchen in een eetcafé met een hamburger. Als we weer buiten komen is het een stuk koeler geworden en begint het te spetteren. Nou ja, spetteren, zeg maar gerust regen. Niet hard, wel gestaag. We drinken een kop koffie in de hoop dat het weer snel droog wordt, maar helaas. We kunnen niet de hele middag koffie blijven drinken, dus gaan we terug naar Vagebond. Nat, maar niet doorweekt, zijn we 10 minuten later weer aan boord.

Als we na een middagdutje van een uurtje weer wakker worden zeikt het nog steeds van de regen. We lezen wat en werken aan de website. Aan het begin van de avond is het bijna droog en besluiten we in de stad wat te gaan eten. We eten in de bistro waar we vanmiddag koffie gedronken hebben. Rond 21:00 zijn we weer terug aan boord. En ja, het regent alweer.

Chateau Frontenac en Helga

Lijnenfotografie

Citadel

Maandag 4 september 2006 / 46°49'22N 071°12'34W (Québec City, Québec)

[René>>] De marina heeft een wifi-netwerk, maar dat is helaas niet gratis. Je moet aanloggen op hun website. Wat echter wél (gratis) werkt is e-mail. En vanochtend ontdek ik dat ook Skype werkt. En dus plegen we wat telefoontjes met het thuisfront.

Gisteren twijfelden we of we nog een dag extra zouden blijven, maar vandaag hakken we de knoop door. We gaan. Het is nog steeds troosteloos weer en hoewel we ons best nog een dag zouden kunnen vermaken, hebben we de highlights van de stad gezien. Zo groot is Québec City nu ook weer niet, en we hebben Montreal en last but verre van least ook nog New York voor de boeg.

We doen boodschappen en gooien iets voor 12:00 los. We hebben geluk en kunnen zo het sluisje invaren. We worden geschut en varen daarna de rivier op. Het miezert, bah! We hebben het moment van vertrek goed ingeschat, want vanuit een haventje twee mijl stroomopwaarts vertrekken ook een paar bootjes.

Droge periodes wisselen elkaar af met natte. Wind op de neus, een knoop of 10, dus op de motor. Aan het eind van de middag varen we de kleine marina van Portneuf binnen. We eten aan boord, nemen een douche en gaan bijtijds naar bed, want morgen moeten we vroeg op.

Het verkeer op de St Lawrence River.

Het hotel vanaf het water.

Van een vriendelijke Canadees krijgen we een Québec gastenvlag

Dinsdag 5 september 2006 / 46°40'94N 071°52'69W (Portneuf, Québec)

[René>>] Eerst even dit. Hiernaast een kaartje waarop de afstanden die we varen een beetje duidelijk worden. Van waar we nu zijn (het rode bootje) tot aan Lake Ontario is ongeveer dezelfde afstand als van Scheveningen naar de Kanaaleilanden.

Om 4:45 loopt de wekker af. We zetten koffie en gooien twintig minuten later los. We hebben de Richelieu Rapids voor de boeg, een nauw stukje rivier van 2 mijl waar de ebstroom tot 8 knopen kan oplopen. Daar moeten we bij gunstig tij langs, want anders wordt het een lang en moeizaam verhaal. De vloedstroom duurt hier nog maar iets meer dan 2 uur, dus de timing is niet onbelangrijk. Eenmaal voorbij de Richelieu Rapids is het getij niet meer zo van belang. Dan is het meer een kwestie van veel of minder veel stroming tegen.

We hebben het goed ingeschat, want pas na de Rapids beginnen we de stroming tegen te krijgen. Gemiddeld 1,5 - 2 knopen met uitschieters van 3...

Rond 13:00 arriveren we bij Trois Rivieres, ongeveer halverwege Québec City en Montreal. Volgens de pilot kun je er ook ankeren, maar dat blijkt voor bootjes met een diepgang van zo´n 1,5 meter en voor ons met 2 meter geen optie. We moeten dus de marina in. Ik roep ze op kanaal 68 op. De dame spreekt helaas geen Engels, maar met mijn steenkolen Frans komen we een heel eind. Ze vraagt de naam van de boot, waaruit we opmaken dat ze in ieder geval plek hebben.

Het kanaaltje dat toegang geeft tot de marina is afgezet met rode en groene tonnen. Er ligt halverwege echter ook een gele ton, precies in het midden. Vreemd. Waar zou die voor zijn? In de pilot staat niets. Zal toch niet echt belangrijk zijn, toch? Ik besluit 'm stuurboord te houden en... KEDÈNG!!! De kiel komt hardhandig in aanraking met "iets" op de bodem. We schieten er gelukkig overheen, maar het is een forse klap. Een rots? Een blok beton? Gelukkig hebben we een stalen boot, want met ieder ander materiaal was ik direct onder de vlonders gaan kijken (dat doe ik nu ook, alleen wat later en zonder dat ik me echt zorgen maak).

Als ik ernaar vraag in het kantoortje krijgen we te horen dat er een rots ligt en dat we de gele boei (met onze diepgang) bakboord hadden moeten houden... Had die trut dat niet ff van tevoren kunnen melden...

Later horen we van lokalen dat er gewoon een drempel ligt en dat we die zeer waarschijnlijk geraakt hebben vanwege de lage waterstand. Weer later horen we dat de baggeraar afgelopen jaar zijn werk niet goed heeft gedaan. Met andere woorden: niemand die het weet.

Dit is geen rustig en idyllisch haventje. Op 250 meter is een lawaaiige papierfabriek. Gelukkig benedenwinds, want die stinken nogal. Maar verder is Ile Saint-Quentin, het eilandje waar de marina zich op bevindt, wel mooi. Er is een park met ontelbaar veel eekhoorns en marmotten.

We eten pasta aan boord, kijken een film (Goodfellas) en liggen er om 21:30 in.

René krijgt helemaal de wintersportkriebels van deze sleebaan.

Woensdag 6 september 2006 / 46°21'26N 072°30'94W (Trois Rivieres, Québec)

[René>>] We hebben geen wekker gezet en worden pas om 7:30 wakker. Koffie, een douche en iets voor 9:00 gooien we los. Stapvoets tuffen we het kanaaltje uit. Er is hier nog 30-40cm getij en er staat nu ongeveer evenveel water als gisteren toen we binnenkwamen. We houden de gele ton nu stuurboord. De diepte loopt terug tot 20 centimeter onder de kiel. Dan loopt de diepte weer op en zijn we in dieper water.

In tegenstelling tot de afgelopen dagen, komt de wind nu van achteren. Dat scheelt alweer snel een halve knoop. We zetten de genua bij en komen zo tot een acceptabele snelheid van zo´n 5 knopen over de grond.

We gaan onder de imposante Laviolette brug door en komen vervolgens op Lac St. Pierre, 7 mijl breed en 15 mijl lang. Aan het eind van het meer begint de Archipel Du Lac St. Piere, een delta die wel wat weg heeft van de Biesbosch. Daar neemt de tegenstroom weer toe tot 2,5 knoop en doen we nog maar nauwelijks 3,5 knoop over de grond.

Rond 16:30 droppen we het anker nabij Sorel, aan het begin van de delta. Montreal is nog iets meer dan 40 mijl. We besluiten er twee dagen over te doen, want anders wordt het morgen héél vroeg op en dan nog is het maar de vraag of we het halen. Het laatste stukje in Montreal krijgen we misschien 6 knopen stroom tegen...

Na de brug worden de loodsen gewisseld.

Donderdag 7 september 2006 / 46°04'64N 073°04'50W (Sorel, Québec)

[René>>] We worden vroeg wakker, zetten koffie en gaan om 8:00 ankerop. Het is prachtig weer, een strakblauwe lucht en compleet windstil. Misschien halen we vandaag toch Montreal. Een deel van de route gaat door het "Chenal Des Plaisanciers" (Pleziervaartkanaal) en omdat het daar ondieper is dan in het hoofdkanaal staat er ook minder stroom. Zodoende kunnen we misschien een gemiddelde van 4 knopen realiseren en Montreal halen. Zo niet, dan hebben we verschillende opties om te ankeren en doen we het laatste stuk morgen.

Maar in de loop van de dag wordt duidelijk dat we Montreal makkelijk gaan halen. Het grootste deel van de dag varen we meer dan 4 knopen gemiddeld, dus we gaan door.

De tegenstroom wordt merkbaar sterker als we Montreal naderen. De skyline is al vanaf een mijl of 15 zichtbaar. Geen "Amerikaanse" wolkenkrabbers, maar toch een paar serieus hoge gebouwen. Een beetje zoals Rotterdam. En net als die stad is ook Montreal een havenstad. We passeren diverse containerterminals. We varen dicht langs de kant en de afgemeerde schepen, omdat de stroming daar merkbaar minder is.

Ik ben trouwens eerder in Montreal geweest. Een jaar of 10-12 geleden met collega Bruno voor een beurs van het lang vergeten Speedware. Toevallig gingen we precies tijdens de Grand-Prix van Canada en ik zat in het vliegtuig vlak voor Jos Verstappen en Olaf Mol. We zijn nog bij de zaterdagtraining wezen kijken. Maar verder herinner ik me weinig van de stad.

Normaal gesproken voert de vaarweg langs de oude haven van Montreal via een kanaal naar de eerste van 7 sluizen van de "St. Lawrence Seaway". Maar om bij de oude haven te komen moet je nog 1,5 mijl verder de rivier op en onder de Jacques Cartier Brug door. En op dat stukje kun je 5-6 knopen tegenstroom verwachten.

En dat krijgen we dus ook. Het water kolkt om ons heen en met 2700 toeren komen we nog maar nauwelijks vooruit. Als je alleen naar het water kijkt valt het mee en lijkt het alsof er nog voortgang is, maar kijk je naar de kant... De Jacques Cartier Brug is prachtig en we hebben dan ook alle tijd om hem te bewonderen, want het duurt maar en het duurt maar voor we er onder door zijn. Maar daarna zijn we snel in de beschutting van de oude haven, midden in het oude centrum van Montreal. Prachtig! "What a ride!", zeg ik tegen de jongen die onze lijnen aanneemt. We zijn de enige zeilboot in de haven en we snappen waarom... De haven is trouwens slechts voor 20% gevuld en we snappen niet waarom, afgezien van de prijs dan (CA$ 75 per nacht)

We eten een pasta-pizza combinatie en gaan rond 22:00 te kooi. Er is live muziek op een terras aan de haven. Niet onaardig...

Het uitzicht is iedere keer weer anders. Dat maakt het heel leuk.

De hovercraft heeft geen last van stroming of in de winter van het ijs.

De Jacques Cartier Brug

Ligt ze er niet prachtig bij?

Vrijdag 8 september 2006 / 45°30'35N 073°33'10W (Montreal, Québec)

[René>>] Wel onaardig is de keiharde housemuziek waarvan ik rond middernacht wakker wordt. Niet normaal meer en we zijn toch echt wel wat gewend. Geen wonder dat de haven bijna leeg is. Helga is inmiddels ook wakker en we doen de ramen dicht en zetten de ventilator aan. Niet alleen voor ventilatie, maar ook om de muziek te overstemmen. Dat lukt redelijk en we vallen weer in slaap. 's-Ochtends informeren we bij het personeel naar de muziek van afgelopen nacht. Het moet een incident geweest zijn, want van de bewuste bar hebben ze nog nooit klachten gehad.

Wij gaan het oude centrum van Montreal verkennen. We wandelen naar de oude klokkentoren, de Big Ben van Montreal. Vanaf de toren schijn je een prachtig uitzicht over de stad te hebben, en de beklimming is nog gratis ook. Helaas is de toren inmiddels gesloten. September is echt naseizoen.

Het centrale plein met z'n terrassen herken ik van 12 jaar geleden. Op één van die terrassen dronk ik toen met Bruno een paar biertjes. Aan het plein grenst het gemeentehuis, een prachtig oud gebouw en we bewonderen de centrale hal.

´s-Middags nemen we de metro naar het Olympisch Park, van de Spelen van 1976. De imposante toren van het Olympisch Stadion konden we gisteren al van mijlen ver zien. Rondom het stadion zijn een botanische tuin, een insectarium en een biodome. We kopen combi-kaartjes voor een bezoek aan de toren en het biodome. Een cabine brengt ons naar de top van de toren waar een ruimte is vergelijkbaar met die van de Euromast. Het uitzicht over de stad is fenomenaal en we zien tientallen mijlen van de St. Lawrence, zowel waar we vandaan gekomen zijn, als waar we nog heen gaan. Het biodome bestaat uit vier delen: tropisch regenwoud, de St. Lawrence, het Laurentian bos (lokaal) en de polen. Mooi en interessant allemaal, maar de pinguins stelen ons hart.

Vlak bij de haven zien we een winkel met een uitgebreide collectie "Crocs" schoenen. Ik neem aan dat het in Nederland net zo´n rage is, als in de rest van de wereld. Helga wil ze al langer, maar ik vind het maar onelegante, om niet te zeggen lelijke, dingen. Aan mijn voeten geen Crocs! Maar... hier hebben ze model "bootschoen" en die zijn wel aardig. En ze zitten nog beter. En mijn huidige bootschoenen zijn bijna versleten. Dus... kopen we allebei Crocs.

Geen oorverdovende muziek vanavond. Het zal dus inderdaad een incident geweest zijn.

Dat ziet er gezellig uit!

Strakke Stappers

Zaterdag 9 september 2006 / 45°30'35N 073°33'10W (Montreal, Québec)

[René>>] Het is grauw en grijs vandaag. Misschien gaan we naar de botanische tuin. In ieder geval gaan we een poging wagen om de website bij te werken. Als jullie dit lezen, is dat dus gelukt.

In 1947 in Nederland gebouwd

(vervolg) Zaterdag 9 september 2006 / 45°30'35N 073°33'10W (Montreal, Québec)

[René>>] Het regent pijpenstelen als we in een koffiebar met wireless netwerk de website bijwerken en de e-mail ophalen. We worden helemaal gestoord van die "Investor Allert" spam berichten. Als we een week geen e-mail ophalen, krijgen we zomaar 30 van die krengen binnen. Nou ja, we zullen de enigen wel niet zijn.

Na de lunch wordt het droog en brengen we de laptop terug naar Vagebond. Daarna nemen we de metro naar Mont Royale, de centrale heuvel van Montreal. Saint Joseph's Oratory is een van de grootste basilieken van Noord Amerika. De koepel van 97 meter hoog is, op die van de St. Pieter na, de hoogste ter wereld. De werkzaamheden werden in 1904 gestart en dat zie je vooral aan het interieur: veel strakker en moderner (en naar onze smaak minder mooi) dan die van de grote broer in Rome.

We wandelen over de gigantische begraafplaats "Notre-Dame-des-Neiges cemetery" terug naar downtown Montreal. Het is Canada´s grootste Katolieke begraafplaats en sinds 1854 werden er meer dan 900.000 mensen begraven. Verschillende nationaliteiten hebben eigen secties. Italianen, Polen, Chinezen, Koreanen, en ga zo maar door. Mooi! Helga weet weer wat foutjes op grafstenen te ontdekken.

Via Mount Royal Park komen we uiteindelijk terug in de beschaving. We pakken de metro terug naar het oude centrum. Mensen in de metro zijn overal ter wereld hetzelfde. Een ongeïnteresseerde gezichtsuidrukking en de blik op oneindig. Krantje, (studie)boek, koptelefoon. Of het nu Amsterdam is, Parijs, London of Montreal, overal hetzelfde.

In het oude centrum "dineren" we bij de Mac. De laatste keer was op Sint Maarten. Helga maalt er niet om, maar ik kan het zo nu en dan wel waarderen.

Herfst in Montreal

Foutje, ze zijn er nog Goed boek

 

Zondag 10 september 2006 / 45°30'35N 073°33'10W (Montreal, Québec)

[René>>] Het is tijd om verder te gaan. Het is prachtig weer en Iets over 9:00 gooien we los. Eenmaal buiten de beschutting van de haven is het met de stroming alsof we op de trein stappen. De snelheid over de grond schiet van 4,5 naar ruim 9 knopen. We klokken ruim 10 als maximum. Zo lang als we een paar dagen geleden over die 1,5 mijl deden, zo schieten ze nu aan ons voorbij.

We ronden Ile Saint-Helene en varen het Canal De La Rive Sud op. Twee mijl verderop meren we af aan de wachtsteiger van St. Lambert Lock, de eerste van 7 sluizen van de St. Lawrence Seaway tussen Montreal en Lake Ontario. Volgens de sluiswachter is het druk en moeten we 1-2 uur wachten. Heb ik mooi de tijd om wat te schrijven over deze sluizen.

De St. Lawrence Seaway, een Amerikaans-Canadees samenwerkingsverband, werd in 1959 geopend om de havens aan de Atlantische Oceaan te verbinden met die van de Great Lakes (o.a. Toronto, Detroit, Chicago). Er gaan serieus grote schepen door de sluizen: 225 meter lang en bijna 24 meter breed. De inhoud van een sluis is ca. 91 miljoen liter water en het duurt ongeveer 10 minuten om een sluis vol of leeg te laten lopen. Het hoogteverschil tussen Montreal en Lake Erie is 168 meter en er zijn 15 sluizen nodig om dat hoogteverschil te overbruggen. Het Welland Canal tussen Lake Ontario en Lake Erie bestaat uit 8 sluizen en passeert de Niagara Watervallen. Wij komen daar overigens niet.

Rond het middaguur worden we geschut en gaan we 6 meter omhoog. Lijnen worden ons toegeworpen door medewerkers op de kade. Het kolkt behoorlijk in de sluis, maar alles gaat goed. We varen 7 mijl verder naar de Côte Ste. Catherine sluis waar we 10 meter omhoog gaan. We hoeven maar 20 minuten te wachten en we worden geschut. 6,5 mijl verder komt het kanaal uit in Lac Saint Louis. Het is zondagmiddag en het lijkt de Grevelingen wel, zo druk is het.

Tegen zessen laten we het anker vallen bij Melocheville, vlak naast de Beauharnois sluizen, waar we morgen doorheen gaan. Het anker houdt, maar daar is ook alles mee gezegd. We liggen lagerwal, maar er staat niet veel wind en die gaat naar verwachting rond zonsondergang liggen.

Een goed uur later blijkt dat niet het geval, sterker nog, de wind lijkt aan te trekken. Helaas zijn er nauwelijks alternatieven, want het meer barst van de ondieptes. Tien meter diep hier, tweehonderd meter verderop minder dan een meter. Toch besluiten we ankerop te gaan en het 1,5 mijl verderop te proberen in de beschutting van Ile Perrot. De laatste halve mijl is het opletten geblazen, want volgens de C-Map kaart is het hier en daar minder dan 2,5 meter diep, en hoe betrouwbaar is die kaart van 2003? Maar het gaat goed en we ankeren in 4 meter water. Het anker houdt als een huis en dat slaapt een stuk rustiger.

Vertrek uit Montreal

Het zijn niet alleen sluizen .....

Daar moesten we even voor wachten

Mooi systeem is het toch

Lekker smal

Maandag 11 september 2006 / 45°20'82N 073°54'89W (Ile Perrot, Québec)

[René>>] Vijf jaar na dato...

Om 8:30 gaan we ankerop en varen naar de 1,5 mijl verderop gelegen Beauharnois sluizen. Het zijn twee sluizen, vlak achter elkaar, en ieder brengt ons 12 meter omhoog. En 12 meter is voor een relatief klein bootje als Vagebond gigantisch. Nooit eerder zijn we door zo'n hoge sluis gegaan. Ok, het is maar twee meter meer dan gisteren, maar toch.

Bij deze twee sluizen moeten we stuurboord aanleggen, en dat is lastig. Bakboord heeft onze voorkeur, omdat we dan met het schroefeffect de kont zo makkelijk naar de kant kunnen "trekken". We varen door tot rechts achterin de sluis en vervolgens worden twee lijnen naar beneden geworpen. Tijdens het schutten houden we daar spanning op en zo nu en dan geef ik een klapje voor- of achteruit om de boot parallel aan de sluismuur te houden. Dat is soms lastig, omdat het water in de sluis nogal kolkt. Dat kan ook niet anders als er in 10 minuten tijd ruim 90 miljoen liter water instroomt.

De eerste sluis gaat zonder problemen. Bij de tweede sluis gaat alles goed totdat we eruit varen. Er is inmiddels een halve meter ruimte tussen Vagebond en de sluismuur, maar we komen er niet verder vandaan. Ik geef wat meer gas en roer, maar we worden naar de muur gezogen. SHIT!!! Helga probeert Vagebond af te duwen, maar 11.000 kilo duw je niet zomaar even af. De sluisdeuren, met alle oneffenheden, komen angstaanjagend snel dichterbij. Stootwillen worden onder invloed van de snelheid omhoog geperst en verliezen zo hun functie. Alles gebeurt in een paar seconden. Dan maar vol gas achteruit om de boot stil te leggen. Dat lukt, maar niet voordat er houtsplinters van 20-30 centimeter op het dek vallen...

Gelukkig zijn het houtsplinters van de sluisdeuren en niet van Vagebond. De schade blijft beperkt tot een verbogen scepterpot en een deuk in het potdeksel. De tweede poging om weg te varen lukt wel. Wat ons betreft genoeg spanning en sensatie voor één dag.

Een paar mijl verderop gaan we onder de "Pont Saint-Louis No. 9" hefbrug door. Het is er recent fout gegaan. Een boot heeft een niet beweegbaar deel van de brug geramd, stroomopwaarts nog wel. Hoe zou dat nou gebeurt zijn?

Na het Beauharnois Kanaal verbreedt de De St. Lawrence zich tot Lake St. Francis, zo'n 20 mijl lang. De tegenstroom neemt gelukkig af van 2,5 knoop tot nauwelijks waarneembaar. Aan de andere kant van het meer neemt de stroming tussen de tientallen eilandjes weer toe. Het is een mooi groen gebied en op de meeste eilandjes staan één of meer vakantiehuisjes.

We laten het anker zakken in de monding van de St. Regis Rivier op minder dan 400 meter van de Amerikaanse grens. Ongeveer vanaf hier vormt de St. Lawrence de grensafscheiding tussen Canada en de Verenigde Staten.

De schaduw van onze 15 mtr hoge mast op de zijkant van de sluis

Wat staat er op het bord?

Dinsdag 12 september 2006 / 45°00'18N 074°38'20W (Saint Regis, Québec)

[René>>] Om 8:30 gaan we ankerop. De zon schijnt uitbundig, windje in de rug, beter kan het niet. Afgelopen nacht was het wel fris. Toen we vanochtend wakker werden was het slechts 11 graden binnen. Beetje brrrrrr.

We worstelen ons door 2 knopen tegenstroom heen om 6 mijl verderop bij de Snell en Eisenhower sluizen te komen. Deze sluizen bevinden zich in Amerikaanse wateren, dus we hijsen ook een Amerikaans gastenvlaggetje.

Vonden we gisteren 12 meter hoog, deze sluizen brengen ons ieder 15 meter hoger! De mast komt nog maar net boven de sluismuur uit. Gelukkig worden ons hier geen lijnen toegeworpen, maar hebben ze drijvende bolders. Wel zo gemakkelijk. Het blijft indrukwekkend dat deze enorme sluizen alleen voor ons geschut worden.

Trouwens, wie onze route, of meer in het bijzonder de St. Lawrence ook wil bevaren, stroomop- of stroomafwaarts: de volgende publicaties zijn aan te bevelen:

  • Down East Circle Route, door Capt. Cheryl Barr, ISBN 0-9731659-0-1. Dit is een cruising guide die de route "New York - Hudson - Erie Canal - Lake Ontario - St. Lawrence - Bay of St. Lawrence - Northumberland Strait - Nova Scotia - Bay of Fundy - Maine" beschrijft, en ook in die volgorde. Desalniettemin vinden wij het ook een nuttige pilot voor dezelfde route tegen de wijzers van de klok in.
  • Atlas of Tidal Currents, Canadian Hydrographic Service, Fisheries and Oceans Canada, ISBN 0-660-60168-0. Een must voor het bevaren van de St. Lawrence tussen Trois Rivieres en Tadoussac.
  • The St. Lawrence Seaway Pleasure Craft Guide, Saint Lawrence Seaway Management Corporation, www.greatlakes-seaway.com, de guide in PDF formaat. Nuttige informatie over de sluizen van de Seaway en de te volgen procedures.
  • Soms vonden we de NGA publicaties nuttig. Gratis te downloaden op de NGA website. Nummer 145 betreft Nova Scotia en de Saint Lawrence.

Maar dat terzijde...

Zowel voor als na de sluizen is de omgeving prachtig. Veel eilandjes, veel groen en hier en daar al de eerste herfstkleuren. Over seizoenen gesproken, de gemiddelde temperatuur voor Montreal is deze maand is 14,5° (gemiddeld maximum 19,8°), in oktober 8,3° (13°), en november 1,6° (5,2°). Daarna komt de temperatuur 4 maanden lang niet meer boven nul met uitschieters richting de -40°. In december, januari en februari gemiddeld 50 centimeter sneeuw per maand en statistisch gezien sneeuwt het in die maanden om de andere dag. Er zijn cruisers die in deze wateren overwinteren. Zo lazen we een tijdje geleden een artikel in Practical Boat Owner over een stel dat op Cape Breton overwinterde. Ons niet gezien. Da´s niet een beetje brrrrr, dat is héél erg BRRRR.

Een kort tochtje vandaag, want al na 20 mijl gaan we de Crysler's Farm Marina in, vlakbij Morrisburg. We hebben Québec achter ons gelaten en zijn nu in Ontario. Morgen verwachten we een stevige wind op de neus en we hebben gas, diesel, boodschappen en een wasmachine nodig. De dieptemeter raakt in de war van de enorme hoeveelheid waterplanten, maar volgens de pilot is het diep genoeg en dat is gelukkig ook zo.

We tanken 170 liter diesel en krijgen daarna een plaatsje toegewezen. Het is een mooie marina, van alle gemakken voorzien en nog redelijk betaalbaar ook. Er is zelfs een wifi netwerkje, alleen helaas niet gratis. Maar afgezien van de marina is er niets. Voor een kleine vergoeding rijdt er een busje naar Morrisburg. Dat doen we morgen, als we boodschappen gaan doen.

We eten 's-avonds bij "Apple Betty's", een soort truckerscafé aan de overkant van de weg. De pot schaft vanavond Italiaans. Het is eetbaar, maar daar is alles mee gezegd. Niet voor herhaling vatbaar. Jammer.

Twee gasten vlaggetjes in de mast.

Belachelijk klein steigertje om aan te leggen.

Dat gaat een stuk makkelijker

15 meter

Je schiet als een raket omhoog.

Uizicht vanaf Vagebond

Woensdag 13 september 2006 / 44°56'20N 075°05'53W (Morrisburg, Ontario)

[René>>] Het is baggerweer. Niet alleen hier trouwens, want inmiddels is het orkaanseizoen in volle gang. Momenteel zijn er de orkanen Florence en Gordon, en nummer Acht is in wording. Gelukkig is de kans minimaal dat orkanen deze kant op komen. Zie de website van het Noaa National Hurricane Center voor details.

We luisteren naar Nederlandse radio en werken de website bij, in afwachting van een paar droge uurtjes om boodschappen te gaan doen.

 

(vervolg) Woensdag 13 september 2006 / 44°56'20N 075°05'53W (Morrisburg, Ontario)

[René>>] De rest van de dag wordt het niet meer droog en we laten het boodschappen doen voor wat het is. We internetten, Skypen, lezen wat en kijken films. Helga kan het niet laten toch ´iets´ nuttigs te doen.

 

Donderdag 14 september 2006 / 44°56'20N 075°05'53W (Morrisburg, Ontario)

[René>>] We slapen uit. Het is nog steeds nat, grauw en grijs.

We besteden de tijd nuttiger dan gisteren, doen wasjes en zoeken uit waar en hoe we over een paar dagen de Verenigde Staten binnen gaan. Noonsite heeft geen informatie over de Great Lakes en aan de verschillende boeken aan boord hebben we ook niets. We bellen (Skype) met US Customs en worden daar een stuk wijzer van. We gaan de VS binnen in Oswego; daar waar we Lake Ontario weer verlaten. We kunnen daar ook de mast naar beneden halen voor het Erie Kanaal.

Verder vragen we bij OOM Verzekeringen verlenging aan van onze Global Traveler verzekering. Die hadden we oorspronkelijk afgesloten voor 2 jaar en loopt eind oktober af.

De hele dag luisteren we Nederlandse radio. De verkeersinformatie heeft het over een rustige avondspits, slechts 23 files met een totale lengte van 75 kilometer. Slechts...

's-Middags worden we met een busje naar Morrisburg gebracht waar we uitgebreid boodschappen doen. Wel zo gemakkelijk met gemotoriseerd vervoer. Verder laten we een gasfles vullen en Helga koopt een nieuwe spijkerbroek en is daar zeer content mee.

Onze wekker

Morrisburg druilerig weer

Vrijdag 15 september 2006 / 44°56'20N 075°05'53W (Morrisburg, Ontario)

[René>>] Nog steeds grauw en grijs, maar niet meer nat, dus we gaan. Het wordt sowieso tijd om te vertrekken, want we beginnen achter te lopen op schema. We hadden vandaag in de buurt van Oswego willen zijn en dat is nog minstens drie dagen varen.

Klokslag 8:00 gooien we los en varen een nevelige St. Lawrence op. We hebben wat wind in de rug, dus zetten we de genua bij voor een klein beetje extra snelheid. Gemiddeld hebben we 1,5 knoop stroom tegen met uitschieters naar 3. Nog twee dagen en dan zijn we van de tegenstroom af. Dan hebben we alles bij elkaar zo'n 275 mijl stroom tegen gehad. Dat lijkt me wel genoeg...

Rond 11:00 komen we bij de (voor ons) laatste sluis van de St. Lawrence Seaway, de Iroquois Sluis. Het hoogteverschil is hier minder dan een meter, omdat deze sluis gebruikt wordt om het peil en de stroming van de rivier te regelen. We moeten een half uurtje wachten, maar dan gaat het snel.

We hebben nog een paar uur 2 knopen stroom tegen, maar na Prescott neemt de stroming snel af tot ongeveer een halve knoop. Zo kunnen we vandaag toch nog een respectabele afstand afleggen.

Langs de kant staan fantastische huizen, de een nog groter dan de ander. Bijna alle huizen hebben een steiger, het merendeel ook boothuis. Bij een enkel huis zien we naast een speedboot ook nog drie(!) jetski´s liggen. En het seizoen is hier al zo kort!

Ieder bootje haar eigen huisje

We naderen het Thousand Islands gebied, een soort delta tussen Lake Ontario en de St. Lawrence rivier. De delta is deels Amerikaans grondgebied, deels Canadees. Feitelijk zijn het bijna 1800 eilandjes, in plaats van 1000, en het zal niemand verbazen dat het een waar watersport paradijs is.

Iets na zessen laten we het anker vallen in Browns Bay. Het is eigenlijk meer een flauwe inham, dan een echte baai, maar er staat nauwelijks wind en die wordt ook niet verwacht (waar heb ik dat eerder geschreven...). Het anker houdt als een huis, dus mocht het gaan waaien, we liggen goed.

Het avondeten is een "aardappelen-groente-vlees-gerecht", dat wil zeggen aardappelpuree, rode bietjes (met ui) en Italiaanse worst.

Stapeltje boeien

Een schattig tuinlampje

 

 

 

Zaterdag 16 september 2006 / 44°29'10N 075°49'29W (Browns Bay, Ontario)

[René>>] Ondanks dat we niet erg beschut lagen, lag Vagebond afgelopen nacht zo stil als in een marina tijdens een windstille nacht. We hebben dus heerlijk geslapen.

Deze verdient de schoonheidsprijs

Om kwart voor negen gaan we ankerop. We varen het gebied van de Thousand Islands binnen. Prachtig, maar erg gecultiveerd. Alle eilandjes, groot of klein, zijn bebouwd met huizen, boothuizen, terrassen, steigers, theehuisjes, noem maar op. "Jetski's all over the place". Het is de hele tijd "ohhhh" en "ahhhh" en "moet je daar kijken". Toch geven we de voorkeur aan de ongerepte kust van Nova Scotia en de minder gecultiveerde (nog wel...) Bras D'Or Lakes.

Tegen vieren laten we het anker zakken achter Hinckley Point, Wolfe Island, het grootste eiland van het gebied. Aan de overkant ligt Amerika, om de hoek Lake Ontario.

Een van de vele super grote huizen om duizelig van te worden

Verkleedhokje bij het water

Zondag 17 september 2006 / 44°29'10N 075°49'29W (Hinckley Point, Wolfe Island, Ontario)

[René>>] "Dag vader en dag moeder, dat zuster Ursula, ik zie het hier niet zitten ik ga naar Amerika". Ik kan er niets aan doen, maar dat liedje zit in mijn kop. Vandaag verlaten we Canada en gaan we de Verenigde Staten binnen.

Met weemoed nemen we afscheid van Canada. Naast Madeira en Tobago komt Canada absoluut in onze top 3 van bestemmingen. De vriendelijke mensen, de ruimte en de ongereptheid, de flora en fauna, de prachtige huizen, we zullen het missen.

Rond 8:30 gaan we ankerop voor de 43 mijl naar Oswego. We steken Lake Ontario over, de meest oostelijke van de Great Lakes. En met 160 mijl lang en 35 mijl breed valt het zeker onder de categorie Great. We hebben de wind vol op de neus, een kleine windkracht 4. Vervelend, maar te doen. Morgen wordt vanuit dezelfde richting een dikke windkracht 5 voorspeld en daarmee zouden we verwaaid liggen. Vandaar dat we besloten hebben toch maar te gaan. De golven zijn kort en steil, vergelijkbaar met die op het IJsselmeer (al is het hier wel een stuk dieper). Als bonus krijgen we er ook nog mist bij. Niet zo dik als voor de kust van Nova Scotia, maar genoeg om de radar bij te zetten. Kortom zo´n dag van: "Nou, sla maar over...".

Rond de middag zwakt de wind wat af en trekt de mist op. Een waterig zonnetje verschijnt en zo wordt het toch nog lekker weer.

Om half vijf varen we de haven van Oswego binnen. We melden ons via de marifoon bij Oswego Marina en krijgen een plekje toegewezen recht onder de kraan. Perfect, dan kan morgen direct de mast eraf. Eerst maar even inklaren...

Een land als de Verenigde Staten ga je na 9/11 niet onvoorbereid binnen. Vandaar dat we een paar dagen geleden met US Customs gebeld hebben om te informeren waar en hoe we het land het beste binnen kunnen komen. Een bijzonder vriendelijke man van "Port Of Entry-Syracuse" adviseerde ons Alexandria Bay (aan de St. Lawrence) of Oswego. Aangezien we nog wat langer in Canada wilden blijven kozen we voor Oswego. Op het terrein van Oswego Marina zou een speciale Customs videotelefoon zijn en daar moesten we ons melden. Dan zou er iemand vanuit Syracuse gestuurd worden voor een stempel en overige formaliteiten. Makkelijk zat...

Aan de achterkant van het marinakantoortje vind ik de videotelefoon. Ik druk op de knop en binnen een paar seconden wordt er opgenomen. Op een beeldschermpje verschijnt de persoon waarmee ik praat. Ik leg uit dat we net vanuit Canada zijn aangekomen. Hij vraagt naar een of ander formulier. Huh? We hebben geen formulier, we komen hier het land binnen. Ik laat onze visa zien, maar dat bedoelt hij niet. Ik moet even wachten en hij verdwijnt uit beeld. Even later komt hij terug. "Sir, you've got a problem:"

Wat is het geval. Het is zondagmiddag 17:00 en ze kunnen niemand meer langs sturen, dus we moeten terug naar Canada. Terug naar Canada? Dat is weer 8-10 uur varen! Ik ben verbijsterd en leg uit dat ik juist speciaal met Syracuse gebeld heb om te informeren naar hoe en wat. Stom, stom, stom, dat ik niet naar de naam van die man gevraagd heb. Of ik dan ook verteld heb dat we zondagmiddag laat aan zouden komen. Nee, maar daar werd ook niet naar gevraagd. Ik kan lullen als Brugman, we mogen niet blijven. Sterker nog, hij beloofd iemand langs te sturen om te controleren dat we inderdaad vertrokken zijn. Dat kan kennelijk wel?

Ik kook van woede. Echt, ik geloof niet dat ik ooit zo boos geweest ben, en me tegelijkertijd zo machteloos gevoeld heb. Maar wat kun je doen? We moeten nog een paar maanden in dat land doorbrengen, en zolang we nog niet binnen zijn, is US Customs de laatste instantie waar je ruzie mee wilt maken. Welcome to the United States g*dv*rd*mm*! Oh ja, deze meneer vraag ik wel om zijn naam, je weet tenslotte maar nooit: Morenz.

Terug bij de boot ben ik niet aanspreekbaar. Ik moet me afreageren en smijt de paspoorten en bootpapieren vanaf de kade in de boot. Bijna vliegt er nog een paspoort in het water! Ik wil met meer dingen gooien, tegen dingen trappen, iemand slaan, schreeuwen, noem maar op. Toch maar niet... Helga kan het ook niet geloven en probeert nog wat alternatieven aan te dragen, maar echt, zo verzeker ik haar, we moeten weg.

Alexandria Bay ligt hemelsbreed op 1,5 mijl van de Canadese grens. Oswego op 13,5 maar dan ben je halverwege het meer. De dichtstbijzijnde ankerplek is de plek waar we vandaan gekomen zijn, 43 mijl terug. En dus gooien we om 17:30 weer los en gaan terug naar ons geliefde Canada. Je zou er terrorist van worden.

Wanneer we rond 23:00 zo'n beetje halverwege zijn gooien we het plan om. We doen al zo lang alleen nog maar dagtochtjes dat we gewoon vergeten zijn dat je met een boot ook 's-nachts kunt varen. Ja, echt waar! Dus besluiten we naar Canadese wateren te varen, en dan morgenochtend terug te varen naar Oswego. Koers zuidwest, zodat we later met de zuidenwind Oswego bezeild hebben.

Naar Oswego om in te klaren. Canada...bedankt!!!

Is dit een Canadees of een Amerikaanse meeuw?

Amerika we komen eraan!!

 

 

Maandag 18 september 2006 / 43°48'15N 076°38'68W (Lake Ontario, Ontario)

[René>>] Ook al is het niet onze keuze, het is een heerlijke zeilnacht. Windkracht 3-4 uit het zuiden, een heldere hemel en een ongewoon zachte temperatuur. Een jas heb ik niet nodig. Andere scheepvaart is in geen velden of wegen te bekennen en in de loop van de ochtend krijgen we gezelschap van een klein maansikkeltje. Om en om slapen we een paar uurtjes.

Om 8:30 meren we weer af bij Oswego Marina. Wanda, de manager die er gisteren niet was, snapt er ook helemaal niets van en zegt dat zoiets nog nooit gebeurt is, temeer omdat we visa hebben. Ze baalt dat ze gisteren niet gebeld is, want een hoge pief bij US Customs is een goede vriend van haar, en die had ongetwijfeld iets voor ons kunnen betekenen.

Ik meld me wederom via de videotelefoon bij US Customs. Dit keer geen "You have a problem", maar een normale gang van zaken. Onze visa worden ingescand en ik beantwoord een hele riedel vragen. Met 1-1,5 uur komt er iemand langs met een "cruising permit" en I-94 formulieren. Als we klaar zijn vraag ik de man om zijn naam (ja, ik leer snel!). Blijkt het dezelfde te zijn als gisteren: Morenz. Alleen heb ik hem nu, zonder baseball cap, niet herkend. "I was the guy who gave you such a hard time yesterday, sir." Wat een eikel zeg!

In afwachting van US Customs beginnen wij vast met de voorbereidingen om de mast naar beneden te halen, want 200 meter verderop begint het Oswego Canal (waarover later meer). We halen de zeilen eraf en zijn net met de giek bezig als iemand van US Customs arriveert. Hij stelt zich voor als Torrilo. Bijzonder aardige vent. Hij begrijpt helemaal niets van de gang van zaken gisteren. Hij blijkt de man te zijn die we een paar dagen geleden telefonisch gesproken hebben. Dat er op zondagmiddag niemand naar Oswego zou kunnen komen is "plain bullshit". Sterker nog, hij was in de buurt! Hij verontschuldigd zich duizend maal voor onze behandeling en zoekt de oorzaak bij het feit dat er nogal wat nieuwe en onervaren medewerkers zijn op het hoofdkantoor. Hij snapt ook niet dat hij niet gebeld is, want in geval van problemen of onduidelijkheden moet hij gebeld worden. Torrilo maakt veel goed en geeft ons tenminste wél het gevoel welkom te zijn in dit land.

Er ligt een Canadese boot onder de kraan en als zij klaar zijn, zijn wij aan de beurt. Wat zijn we blij dat we vannacht omgedraaid zijn, want als we teruggevaren waren naar Wolf Island, dan hadden we nu echt verwaaid gelegen. Nu hebben we nauwelijks tijd verloren, gaat de mast vandaag nog naar beneden, en kunnen we morgen verder. We maken een praatje met de Canadezen. Ze meldden zich gisteren 5 minuten na ons bij US Customs en... werden zonder problemen toegelaten.

In afwachting van onze beurt doen we een hazenslaapje, want vanwege slaapgebrek en alle emoties zijn we versleten. Ik lig nog te tukken als Helga rond vier uur gaat informeren of we nog aan de beurt komen vandaag. Goed dat ze dat doet, want anders hadden ze ons zomaar doorgeschoven naar morgen.

Er staat inmiddels een stevige wind. Gelukkig gaat alles goed en krijgen we de mast zonder problemen naar beneden. Het lukt om de mast vast te sjorren op de manier die we bedacht hadden, al past de mast maar net tussen de buizen van de bimini en de zonnepanelen. We zijn nog anderhalf uur bezig om de zalingen te demonteren en alles goed vast te sjorren. Het schemert als we klaar zijn. We nemen een douche en eten een hamburger in een restaurant op een steenworp afstand. Om 20:30 gaat het licht uit..., niet alleen letterlijk.

Thousand Islands en Lake Ontario (oost)

Alles voorbereiden om de mast eraf te kunnen halen.

 

 

 

 

Dinsdag 19 september 2006 / 43°27'67N 076°30'61W (Oswego, New York State)

[René>>] Helga slaapt het klokje rond, ik bijna. Het is druilerig weer en we zijn niet van plan om direct te vertrekken. We worden op ons gemak wakker. We schenken rond 9:00 net onze tweede bak koffie in, of er wordt op de boot geklopt. Drie geüniformeerde heren van de US Coast Guard melden zich en willen Vagebond inspecteren. Nee hè!

Gelukkig valt het allemaal wel mee en ze zijn erg aardig. Ze stellen wat vragen, willen onze zwemvesten en Epirb zien en dat is het wel zo´n beetje. We krijgen twee grote stickers die we bij de motor en onze "afvalverzamelplek" moeten plakken. De stickers maken ons erop attent dat het "a violation of law" is om olie of afval overboord te gooien. En het is tevens "the law" dat je die stickers op die plaatsen plakt. Hoe op en top Amerikaans!

Rond 10:00 gooien we los, om een paar minuten later sluis nummer 8 van het Oswego kanaal binnen te varen. Binnen een mijl volgen de sluizen nummer 7 en 6. Ze brengen ons bij elkaar zo'n 15 meter hoger. Bij sluis nummer 5, een mijl of 4 verderop moeten we een half uurtje wachten, want de deuren willen niet open. De sluizen zijn trouwens prachtig onderhouden. Alles zit goed in de verf, kort gemaaid gras, picknicktafels voor toeschouwers en bijzonder vriendelijke sluiswachters. Leuk! Verder is het Oswego geen kanaal, zoals de naam misschien doet vermoeden, maar gewoon een rivier. Bij de stroomversnellingen zijn waterkrachtcentrales en een sluis.

Sluis nummer 4 bestaat niet. Tijdens de aanleg van het Oswego kanaal kwam men erachter dat nummer 4 niet nodig was. Hernummering van de sluizen was duurder dan het zo laten, vandaar.

Sluis nummer 2 heeft een echt probleem, zo verteld de sluiswachter van sluis 3 ons. De deuren willen niet meer open en dicht en er ligt ook een boot in de sluis. We nemen een kijkje en het is "Jet Stream", de Canadese boot te zijn die we eerder in Oswego zagen. Inmiddels werkt alles weer en ze worden geschut. Ze varen door naar sluis 1 en zijn van plan om daar de nacht door te brengen. We sluiten ons aan bij dat plan en worden een kwartiertje later ook geschut.

Iets voor vijven meren we af aan een prachtig klein steigertje in Phoenix, vlak achter sluis 1. De Canadezen liggen er ook. Ze stellen zich voor als Bruce en Linda (de hond heet Cricket) en we drinken op de steiger een biertje. Een kwartiertje later stopt er een officiële auto van... US Customs. Nee hè, dit kan niet waar zijn!!!

Slechts één persoon stapt uit en hij komt de steiger opgelopen. Hij begroet ons alle vier, stelt zich voor als Kevlin, en er worden wat beleefdheden uitgewisseld. "Do you happen to know the name of the person you spoke with last Sunday," vraagt hij ineens. Huh? Ehhhh? Ja, natuurlijk! "Fire the bastard!," denk ik heimelijk. Ook Kevlin verontschuldigd zich en maakt duidelijk dat het geen manier van doen was om ons terug te sturen. Hij neemt de zaak hoog op en wil weten waarom we zo behandeld zijn. We krijgen de indruk dat Kevlin de baas is van Torrilo.

Nou ja, in ieder geval is het een geruststelling dat de zaak serieus genomen wordt, maar aan de andere kant, zo'n Kevlin die ons zomaar weet te vinden... Geeft toch ook een "Big Brother is watching you" gevoel.

Met Bruce en Linda eten we een hamburger in een lokale bar. Het is "cards night" en druk. Phoenix is echt een gat, want de serveerster kent ons al: "Ah, you are the boaters, aren't you?".

Bezoek US Coast Guard

Moe maar voldaan en eindelijk onderweg

Prachtig bedieningspaneel

Alles is goed verzorgd

Beginnende herfstkleuren.

Er zijn heel veel watervallen

Woensdag 20 september 2006 / 43°13'65N 076°17'93W (Phoenix, New York State)

[René>>] Om 7:30 word ik gewekt door een sirene. Zo'n sirene die je in Nederland hoort op de 1e maandag van de maand om 12:00. Zo'n sirene waar je echt wel wakker van wordt.

We pikken een wifi signaal op en kunnen internetten. De verbinding is niet ideaal, maar goed genoeg voor e-mail. De website kunnen we nog niet bijwerken, want we lopen een paar dagen achter.

Tien mijl verderop begint Lake Oneida, 17 mijl lang en 4 mijl breed. We moeten het in de lengte oversteken. Zeilboten met een "horizontale mast" kunnen het meer beter niet oversteken bij meer dan windkracht 4, vanwege korte en steile golven. Voor vandaag wordt 10-20 knopen voorspeld vanuit het westen. Morgen 5-10 knopen. Dus besluiten we om het meer vandaag niet over te steken. Misschien blijven we hier, misschien varen we naar Brewerton, aan het begin van het meer.

We besluiten naar Brewerton te varen, maar pas in de loop van de middag. Dat geeft ons de gelegenheid de achterstand weg te werken in de website en misschien lukt het zelfs om 'm te publiceren.

Het sluisje van Phoenix waar we aan de kade liggen

 

(vervolg) Woensdag 20 september 2006 / 43°13'65N 076°17'93W (Phoenix, New York State)

[René>>] Om 15:30 gooien we los. Het is grauw en grijs en we krijgen verschillende buien over ons heen gedurende de 10 mijl naar Brewerton. Onderweg passeren we twee sluizen. In de tweede sluis ligt ook een motorboot. Jet Stream vaart als eerste de sluis uit, wij als tweede. Vervolgens komt die motorboot ons voorbij. Vol gas en met een enorme hekgolf, terwijl ter plaatse een limiet van 10 knopen geldt. We horen Bruce op de marifoon: "Hé asshole, are you crazy making a wake lake that". Er ontwikkelt zich vervolgens een bijzonder interessante en leerzame conversatie over de marifoon Als na een tijdje de sluiswachter zich met het "gesprek" bemoeit en de snelheidslimiet van 10 knopen bevestigt is het snel afgelopen. Een half uurtje later maken we vast aan een gratis steiger in Brewerton.

We borrelen bij Jet Stream aan boord en eten 's-avonds voor een habbekrats (naar US standaards) een geweldige pizza en kippenvleugels bij een kleine pizzeria. Zelden zo'n lekkere pizza gegeten. We maken een praatje met de eigenaar, een Italiaan van geboorte. Tot voor een paar jaar geleden was hij bouwvakker, maar hij had zijn moeder beloofd ooit een pizzeria te beginnen. We schatten hem rond de 60. Leuk hè!

The asshole.....

Van A tot Z krantje lezen ook al is het maar het Eriekanaal krantje

Donderdag 21 september 2006 / 43°14'45N 076°08'33W (Brewerton, New York State)

[René>>] Iets over 8:00 gooien we los voor de oversteek van 18 mijl van Lake Oneida. Het is nog even windstil, maar dan steekt er een windje op vanuit het zuidwesten. Het is fris.

De oversteek verloopt probleemloos. Saai zelfs, aangezien we met de hand moeten sturen. Zonder kompas doet de stuurautomaat het namelijk niet.

Aan de andere kant van het meer, bij Sylvan Beach, komen we weer op het kanaal. In tegenstelling tot het Oswego Kanaal, dat grotendeels een rivier is, is het hier echt een gegraven kanaal, kaarsrecht met hier en daar een flauwe bocht. Weinig bebouwing en veel begroeiing, alsof we door de Biesbosch varen. Onderweg passeren we Rome en we zien een snelweg met een bord "Barneveld". Nog even en we gaan ons zelfs thuis voelen...

We passeren twee sluizen vandaag, de laatste sluizen omhoog. We bevinden ons nu 420 voet, zo'n 140 meter, boven de zeespiegel! Vanaf morgen gaat het naar beneden.

We besluiten de nacht door te brengen bij sluis 21, de eerste sluis die ons naar beneden gaat brengen. De sluis wordt omringt door een klein, fraai park. Helga maakt een kaaspasta en we gaan bijtijds naar bed.

 

Kolkjes

Je ziet het ..... het voelt vreemd ...

Vrijdag 22 september 2006 / 43°08'61N 075°17'53W (Lock 21, New York State)

[René>>] Iets over 8:00 gooien we los. Het is fris en de damp slaat van het water. Een prachtig gezicht als we de sluis binnen varen.

We tuffen zo´n 14 mijl en besluiten dan een pitsstop te maken in Ilion. Een haven of marina kun je het niet noemen, maar er is een fraai onderhouden betonnen kade waar je voor 1$ per voet de nacht kunt doorbrengen. Dat zijn we niet van plan, maar we tanken er wel 100 liter diesel. We mogen van de havenmeester gebruik maken van de douche en doen vervolgens boodschappen bij... de Aldi. Echt waar, midden in Amerika een Aldi. En net als in Europa spotgoedkoop.

Om kwart voor twee gooien we los en gaan weer verder, nog steeds in het gezelschap trouwens van de Jet Stream met Linda en Bruce. Iets over drieën arriveren we bij Little Falls, een prachtig stadje in een heuvelachtige omgeving. We wanen ons in de Ardennen. Jammer dat we op moeten schieten, want hier zouden we zomaar één of twee dagen kunnen doorbrengen. In Little Falls passeren we ook Lock 17, een buitenbeentje. Deze sluis heeft aan de lage kant geen normale deuren, maar een hefdeur. Er schijnen in Noord Amerika slechts twee van dergelijke sluizen te zijn. Hij heeft ook het grootste verval van het hele systeem, zo´n 40 voet. We zijn voorbereid en bij het wegvaren uit de sluis zetten we allebei een paraplu op, want er komt nogal wat water naar beneden onder de sluisdeur.

Bij Sluis 16 besluiten we de nacht door te brengen. Het is er wederom prachtig. We BBQ'en bij Jet Stream aan boord. Helga maakt salade, een flinke pan rijst en pindasaus. Een sappige varkenshaas van de BBQ en we eten onze vingers er bijna bij op. Na afloop speelt Bruce gitaar, en hoe!. Hij speelt in een band en is helemaal "into the blues", van B.B. King en Clapton tot The Stones. Fantastisch! Ondertussen vloeit de drank rijkelijk en we gaan behoorlijk aangeschoten naar bed.

Bob de Bouwer zijn bootje?

Zodra je onder de deuren door gaat word je klets nat. Vandaar de paraplu

Zaterdag 23 september 2006 / 42°59'53N 074°42'69W (Lock 16, New York State)

[René>>] Als we iets over acht wakker worden komt de regen, zoals het grootste deel van afgelopen nacht, nog steeds met bakken uit de hemel. We besluiten toch maar te gaan varen, want wat moet je anders, en een half uurtje later gooien we los.

Het heet hier nog steeds Erie Kanaal, maar eigenlijk bevaren we nu de Mohawk Rivier. Aan de noordkant rijden de Amtrak treinen, enorm grote en lawaaiige goederentreinen, aan de zuidkant de snelweg. Toch is de omgeving over het algemeen nog steeds mooi, alleen is er veel herrie.

Een stukje kanaalgeschiedenis nu. De eerste kanalen in de Verenigde Staten werden eind 1700 gegraven, maar het eerste kanaal van het New York Canal System was het Champlain Kanaal. Het werd gegraven tussen 1818 en 1823, twee jaar voor het Erie Kanaal. Het kanaal verbond Waterford NY, daar waar de Mohawk en de Hudson bij elkaar komen, met Whitehall NY en Lake Champlain. Daardoor ontstond een directe verbinding met Canada en, via het Richelieu Kanaal, de Saint Lawrence (Vagebond steekt te diep, anders was dat voor ons een aanmerkelijk kortere route geweest).

Begin 1800 ontstonden de eerste plannen voor een kanaal tussen de Hudson en Lake Erie. Dat kanaal moest de tijd drastisch beperken die nodig was om goederen te vervoeren van de oostkust naar de Great Lakes en het verdere achterland van de Verenigde Staten. Tot die tijd werden goederen over land vervoerd en dat was duur. Een alternatief was de lange route langs de oostkust omhoog naar de St. Lawrence en vervolgens Lake Ontario. En dan moesten de Niagara Watervallen nog overwonnen worden. Het kanaal dat men voor ogen stond zou de transportkosten drastisch reduceren.

In 1817 werd gestart met de bouw van het Erie Kanaal en in 1825 werd het geopend door Gouverneur De Witt Clinton, een van de initiatiefnemers tot de bouw. Het kanaal was direct een succes. Het is 340 mijl lang (ruim 2 keer de afstand Maastricht - Groningen), en het bekendste kanaal. Talloze andere kanalen werden gegraven om aan te sluiten op het Erie Kanaal en zo ontstond het bijzonder succesvolle New York Canal System.

Oorspronkelijk zag het kanaal er totaal anders uit dan vandaag de dag. Het kanaal was niet meer dan een sloot en een trekpad voor paarden en ezels. Het kanaal volgde de loop van de rivier vanwege het vlakke terrein. Op enig moment moest de rivier overgestoken worden en dan werd een aquaduct gebouwd. Het kanaal werd een paar keer verbreed en verdiept tot in 1903 het huidige kanaal zijn vorm kreeg. Schepen konden zichzelf voortbewegen en daardoor kon gebruik gemaakt worden van bestaande rivieren en meren. De trekpaarden verdwenen.

Begin 20e eeuw kreeg het kanaal concurrentie van het spoor. Spoedig daalde de hoeveelheid goederen die jaarlijks verscheept werden via het systeem en de kanalen raakten in verval. De kleinere kanalen slipten dicht, maar de grote bleven behouden. Het New York Canal System bestaat vandaag de dag uit het Erie, Oswego, Cayuga-Seneca en het Champlain Kanaal. De kanalen worden vrijwel uitsluitend gebruikt door de pleziervaart die van of naar de Great Lakes varen. De afgelopen jaren heeft een inhaalslag plaatsgevonden in het onderhoud van de sluizen. In sommige gevallen kun je zelfs spreken van een complete restauratie. Er is zelfs concurrentie tussen de sluizen onderling en jaarlijks wordt een prijs uitgereikt voor de mooiste en best onderhouden sluis. De meeste sluiswachters zijn dan ook zienderogen trots op "hun kindje".

Tot zover de historie van het Erie Kanaal.

Vandaag passeren we Amsterdam en Rotterdam, kleine dorpjes langs het kanaal. Dit is het gebied dat afgelopen juni zwaar getroffen werd door overstromingen. De sluizen 9-11 zijn maanden buiten gebruik geweest en pas recent weer geopend. Alleen al de schade aan sluis 9 wordt geschat op 15 miljoen dollar. Behalve een paar verkeersborden zien we maar weinig van Amsterdam en Rotterdam. Wisten jullie trouwens dat de acteur Kirk Douglas in Amsterdam werd geboren? Tsja, je leert nog eens wat op deze website, hè

Bij lock 8 houden we het voor gezien. Voor morgen resten nog 7 sluizen, een kleine 24 mijl en dan zijn we op de Hudson. We zijn moe, moe van de regen, moe van het tuffen en duf van de "night before".

Zondag 24 september 2006 / 42°49'84N 073°59'56W (Lock 8, New York State)

[René>>] Om 7:00 worden we wakker van een paar kleine bootjes die de sluis invaren. We drinken koffie en tegen achten gooien we los voor de laatste 20 mijl naar Waterford, het einde (of begin) van het Erie Kanaal.

We zouden zomaar gewend raken aan dit Kanaal Cruisen. Geen golven, laat staan deining. Het weerbericht is niet echt van belang. Talloze mooie plekjes om aan te leggen, en de meeste nog gratis ook. Je kunt zomaar een paar weken in de kanalen doorbrengen zonder je te vervelen. Aan de andere kant worden we het ook een beetje zat. Het is veel van hetzelfde, je moet met de hand sturen (verwend als we zijn) en je moet continue opletten, want er drijven soms complete boomstammen.

De laatste 5 sluizen zitten dicht op elkaar in Waterford, daar waar de Mohawk in de Hudson stroomt. Ze brengen ons bij elkaar zo´n 55 meter naar beneden. Ondertussen trekt de ene na de andere zware bui (inclusief windstoten) over ons heen. We hadden ons een andere aankomst in Waterford voorgesteld.

Om 13:15 maken we vast aan Jet Stream. Ze hebben vastgemaakt aan een hoge kade, precies bij een trap. Er is meer plek aan de kade, maar daar is geen trap en dan kunnen we niet van boord. Er is ook een fraaie drijvende steiger, voor bezoekers notabene, maar die is helemaal bezet door lokale boten.

Later horen we dat we weg moeten van de kade, want er schijnen een paar historische sleepboten te komen. Schandalig eigenlijk. Waterford heeft een officiëel "Erie Canal Visitors Centre" en een Erie Canal Museum, maar voor echte bezoekers is geen plaats. De havenmeester is ook verre van vriendelijk, laat staan behulpzaam. Een paar lokalen zijn dat wel, en zij adviseren ons naar Troy te varen, 3 mijl verderop. Ik wacht op Helga om los te gooien, als blijkt dat ze geregeld heeft dat we toch mogen blijven. Dat doen we dan ook, want hier liggen we gratis en in Troy is het een marina.

Het maakt wel indruk zo´n voorbij denderend al toeterende trein

 

Maandag 25 september 2006 / 42°47'14N 073°40'68W (Waterford, New York State)

[René>>] Geen treinen, geen snelweg, kortom het was doodstil vannacht. Heerlijk geslapen dus!

Vandaag maar eens kijken of we de website ergens kunnen bijwerken.

Echt niets gedaan met de kleuren. Prachtig toch?

(vervolg) Maandag 25 september 2006 / 42°47'14N 073°40'68W (Waterford, New York State)

[René>>] We wandelen naar de bibliotheek voor een internetverbinding voor e-mail en om de website bij te werken. De lokale bieb is gevestigd in een prachtig gerestaureerd treinstation. Het is een van de weinige mooie gebouwen hier in Waterford, want de huizen en overige gebouwen doen maar armoedig en rommelig aan, zeker in vergelijking met Canada.

Op de terugweg passeren we een telefoonshop. Al een paar dagen overwegen we een mobieltje aan te schaffen, want we blijven tot minstens half februari in de VS en een mobieltje is gewoon handig. Net als in Europa vallen de kosten mee en voor 60$ hebben we een prachtig Nokia toestel met 10$ (=60 minuten) beltegoed. Een groot verschil met Europa is dat je hier ook betaald wanneer je gebeld wordt. Rare jongens, die Amerikanen...

´s-Middags wandelen we langs de laatste twee sluizen die we gisteren gepasseerd zijn. Leuk om ze eens van "de andere kant" in werking te zien. Aansluitend wandelen we via de brug naar de andere kant van de Hudson en doen boodschappen bij een grote supermarkt.

We eten 's-avonds erg lekker en spotgoedkoop bij een chinees afhaalcentrum met een paar tafeltjes. De zaak ziet er niet uit, maar, zo hebben we geleerd, dat zegt vaak helemaal niets over de kwaliteit van het eten.

 

Dinsdag 26 september 2006 / 42°47'14N 073°40'68W (Waterford, New York State)

[René>>] Na de koffie en een babbel met Canadese cruisers die in de jaren '50 uit Nederland zijn vertrokken, gooien we iets over 9:00 los van de steiger. Bruce heeft wat rond gebeld voor de mast(en) en een prima deal gevonden bij Riverview Marina in Catskill Creek, 35 mijl verderop.

Na 3 mijl passeren we de allerlaatste sluis, Lock 1. Hij brengt ons een meter of 3 naar beneden en dan varen we weer op water dat in open verbinding staat met de zee. Het is halfbewolkt, maar fris.

De Hudson is breder dan de Mohawk, maar nog niet zo breed als de St. Lawrence. De eerste uren hebben we een dikke knoop stroom mee, later 1-2 knopen stroom tegen. Onderweg passeren we Albany, de hoofdstad van New York State. Het moet een mooie stad zijn. De gebouwen zijn dat in ieder geval wel.

We zien bij Albany een VOC replica liggen, compleet met Nederlandse vlag in top en de Amsterdamse kruisjes. Huh? Tot we erachter komen dat het om een replica gaat van de "Half Moon", het schip waarmee Henry Hudson deze rivier verkende. Hudson, is dat geen Engelse naam dan? Een Engelsman op een VOC schip? Een stukje geschiedenis:

In de 17e eeuw was Henry Hudson, net als andere ontdekkingsreizigers, ervan overtuigd dat er een "Noord West Passage" moest zijn naar de Pacific. De Britten wilden echter een dergelijke expeditie niet financieren. Teleurgesteld, maar vastbesloten, klopte Hudson aan bij Engelands aartsvijand: Holland. Gesteund door de VOC mocht Hudson met de "Half Moon" op zoek gaan naar die Noord West Passage. In 1609 dacht Hudson de passage gevonden te hebben en zeilde de Hudson Rivier op. Hij kwam tot in de buurt van het huidige Albany en kon niet meer verder. Op de terugweg werd hij achtervolgd door pech. Zo raakte hij in gevecht met indianen op de oevers van de rivier. Terug in Europa bleef pech hem achtervolgen. Hij besloot een tussenstop in Engeland te maken en werd prompt gearresteerd voor het varen onder een buitenlandse vlag.

Twee jaar laten maakte Hudson zijn laatste reis. Het was wederom een expeditie op zoek naar de Noord West Passage, dit keer gefinancierd door een groep gefortuneerde zakenlieden uit Londen. Met de Discovery zeilde Hudson met 20 bemanningsleden de Hudson Baai binnen (die enorme baai noord van de Great Lakes). Pech bleef hem achtervolgen en ze raakten ingevroren in het ijs. Het werd een verschrikkelijke winter met ruzie, gevechten en muiterij. In het voorjaar zette de muitende bemanning Hudson, zijn zoon en nog een paar officieren op drift in een kleine open boot. Er werd nooit meer iets van ze vernomen.

Wat de Half Moon betreft. Een paar jaar na de ontdekking van de Hudson Rivier zonk ze voor de kust van Mauritius in de Indische Oceaan op weg naar Indië. Tot zover dit stukje geschiedenis over Henry Hudson en de Half Moon.

Afgezien van een enkele stad of dorp is de omgeving groen en heuvelachtig. We zien twee hertjes drinken aan de oever en een koppel bold eagles. Prachtig zoals ze schijnbaar moeiteloos rondcirkelen.

Tegen vijven arriveren we bij de Riverview Marina. We maken vast een steiger, vlak naast de kraan. Morgen worden we weer een zeilboot!

De laatste sluisdeuren die we voorlopig zullen zien.

We varen het plaatsje Albany voorbij. Het ziet er erg mooi uit.

Henry Hudson zijn replica VOC schip

 

 

 

Woensdag 27 september 2006 / 42°12'66N 073°51'42W (Catskill, New York State)

[René>>] Als we om kwart over acht wakker worden zit het potdicht van de mist. Bruce is al druk met de voorbereidingen voor zijn mast. Wij gaan ook aan de gang. De mist trekt gelukkig snel op en het wordt een prachtige warme najaarsdag. Beter kunnen we ons niet wensen.

We helpen Jet Stream met de mast en Bruce helpt ons. Linda bekijkt alles van grote afstand. Aan het eind van de ochtend arriveert ook de Gypsy Blues met René en Cheryl. We hebben ze gisteren héél even gezien toen wij vertrokken uit Waterford en zij net uit de sluis kwamen. Ik zag een Canadese vlag, dus vroeg ik in het Engels of ze onze plek wilden hebben, maar kreeg in het Nederlands antwoord. René is begin jaren '80 vanuit Nederland naar Canada vertrokken, vandaar. Als onze mast staat, zijn zij aan de beurt en we helpen een handje.

Aan het eind van de middag, als Bruce, René, Helga en ik met de laatste kleine dingetjes bezig zijn, willen de dames met een taxi boodschappen doen. Helga besluit toch maar mee te gaan en komt terug met een flinke voorraad bier en cola light.

We zijn helemaal klaar, op het grootzeil na. De mast er weer op zetten is toch beduidend meer werk, dan naar beneden halen. Voorral het uitlijnen van de mast en het op spanning brengen van de verstaging is arbeidsintensief.

We borrelen aan boord van Gypsy Blues en maken nader kennis met René en Cheryl. Tegen 20:00 houden we het voor gezien en gaan terug naar Vagebond. We zijn versleten! We eten een boterham met warme worst en gaan te kooi.

Helpt dit echt?

Donderdag 28 september 2006 / 42°12'66N 073°51'42W (Catskill, New York State)

[René>>] Idealiter waren we vroeg vertrokken om een volledig tij mee te hebben, maar er zijn nog teveel klusjes te doen. Na de koffie beginnen we met het grootzeil. Vervolgens spoelen we het dek en de kuip uitgebreid af, want van al die sluizen is Vagebond ontzettend vies geworden en voorlopig zien we waarschijnlijk geen marina meer. Tenslotte checken we de e-mail, want bij het kantoortje is een wifi netwerkje op te pikken.

Rond 11:00 gooien we los. We hebben nog twee uur stroom mee, maar de wind op de neus begint aan te trekken. Het heeft weinig zin om tegen wind en stroom in te gaan liggen beuken, dus houden we het na 12 mijl voor gezien en duiken de smalle Esopus Creek in. We varen er 3/4 mijl in en laten het anker zakken. We hebben geen ruimte om te draaien, dus brengen we direct een achteranker uit. Die ligt direct muur- en muurvast. Zo vast, dat we een donkerbruin vermoeden hebben dat het anker ergens achter gehaakt heeft. Nou ja, dat zien we morgenochtend dan wel. Voorlopig liggen we als een huis en de omgeving is fraai.

Ik vaar met de bijboot langs Jet Stream. Het is voor hun de tweede keer (!) dat ze ankeren, dus ook in ons eigen belang ga ik even controleren of ze goed liggen. We hebben geen trek om midden in de nacht gewekt te worden vanwege een krabbend anker of zo.

Helga is fanatiek en zet de kuip in de wax. Ik lees wat in onze nieuwste Skipper Bob's. Nee, geen stripboek en ook geen spannend jongensboek. Skipper Bob schrijft simpele en betaalbare pilots. Gewoon op A4 formaat en in zwart-wit. Ringbandje om de boel bij elkaar te houden en ze worden verkocht voor 10-15$. Slim bedacht en kassa voor Skipper Bob. We hadden al een Skipper Bob voor het New York Canal System. Nu hebben we er ook een voor de Intracoastal Waterway (de binnendoorroute naar Florida) en een voor de Bahama´s.

In de loop van de middag tuffen we met de dingy nog even de rivier op. Na een paar honderd meter is een waterval. Niet erg spectaculair.

De regen voelt aan als ijswater.

Deze vuurtoren is nu ook een bed en breakfast.

 

Vrijdag 29 september 2006 / 42°04'32N 073°56'69W (Esopus Creek, New York State)

[René>>] Drie maanden geleden, we waren nog maar net aangekomen in Nova Scotia, maakten we een planning. Vandaag, 29 september, was de streefdatum om in New York aan te komen. Het wordt morgen, slechts één dag "te laat". Niet slecht gepland.

Om 6:30 loopt de wekker af. We hebben met Jet Stream afgesproken om 7:00 ankerop te gaan, om optimaal te profiteren van het tij. Het is baggerweer. De regen komt met bakken uit de hemel. Niet erg aanlokkelijk, maar het alternatief is te blijven liggen en de hele dag binnen zitten. Daar hebben we ook geen zin in, zeker nu we New York bijna kunnen ruiken (nog slechts 75 mijl).

Om 6:45 zie ik Bruce in de kuip. Mooi, die zijn dus ook wakker en "ready to go". Iets voor zevenen stappen we de nattigheid in. We vieren het achteranker en halen eerst het hoofdanker binnen. Daarna varen we terug naar het achteranker (een Fortress met een loodverzwaarde lijn van 40 meter). Door er rustig een paar keer overheen te varen krijgen we 'm gelukkig los. Het is 7:05.

Bruce komt met de bijboot en Cricket (de hond) voorbij. "We hebben nog zo´n 20 minuten nodig jongens. Ik moet de hond nog snel even uitlaten". Verder geen verklaring of niks. Gek, want twintig minuten geleden zag ik hem in de kuip. We wachten niet en beloven rustig aan te doen. Maar als we na een half uur nog geen teken van leven achter ons zien, gaat het gas er gewoon op. Eerlijk gezegd waren we ze ook een beetje zat. Komt niet vaak voor, maar dit stel...

Het blijft de hele ochtend regenen en niet zo´n klein beetje ook. Pas rond de middag begint het op te klaren. Helga maakt een Italiaanse pasta en dat smaakt voortreffelijk. Inmiddels hebben we Jet Stream weer in ons kielzog. Ze moeten het gas er behoorlijk op gehad hebben. Nou ja, vanaf morgen scheiden onze wegen zowieso als wij in New York blijven en zij doorgaan naar Annapolis.

We bellen met Long White Cloud. Ze zijn in New York en blijven tot maandag. Morgen gaan we ze zeker zien. Ze liggen aan een mooring van West 79th Street Boat Basin, wat ook onze bestemming is.

West Point

's-Middags passeren we het fameuze West Point, HET militair opleidingsinstituut van de VS. Vroeger mocht je er ankeren of een mooring pakken, maar na 9/11 niet meer. Jammer. De Hudsonvalei is hier trouwens prachtig met groene heuvels van 400-500 meter hoog. Onvoorstelbaar dat we hier nog slechts 50 kilometer van New York verwijderd zijn.

We zouden inmiddels een stevige vloedstroom tegen moeten hebben, maar dat valt reuze mee. Ik denk dat de overvloedige regenval van afgelopen nacht en ochtend de vloedstroom tempert.

Tegen vijven houden we het na ruim 55 mijl voor gezien. Croton Point is een schiereiland dat van de oostelijke oever van de Hudson uitsteekt. De Hudson is hier ruim 2 mijl breed. Het is de laatste plek om te ankeren tot aan New York. Een verre van ideale ankerplek, maar behalve een dure marina is er geen alternatief. Het waait met 20 knopen stevig uit het noordwesten, dus kiezen we voor de zuidkant van Croton Point. Omdat de baai erg ondiep is, kunnen we niet ver naar binnen en daardoor liggen we slecht beschut voor de korte steile golfjes. Volgens de gribfile neemt de wind vanavond af tot nihil, dus nemen we die paar uurtjes ongemak voor lief. Jet Stream ziet het niet zitten "vanwege de hond" en kiest voor de marina. We vinden het al lang best.

In de loop van de avond gaat de wind liggen en behalve wat golven van een verderop passerende boot liggen we zo stil als in een marina.

 

 

Zaterdag 30 september 2006 / 41°10'01N 073°52'77W (Croton Bay, New York State)

[René>>] Net als gisteren loopt de wekker om 6:30 af. Een kop koffie en we gaan ankerop voor de laatste 20 mijl naar New York. We hebben nog 3 uur stroom mee en dat moet voldoende zijn. We treffen het met het weer. Het is strak blauw en nagenoeg windstil.

Langzaam maar zeker komt de wereldberoemde skyline van NY in zicht. Het is opvallend hoe groen en schijnbaar ongerept de oevers van de Hudson nog zijn, zo dicht bij de stad. Ik doe nog even snel de afwas. In de kajuit schalt Frank Sinatra's "Autumn in New York". Big Apple, here we come!

De laatste paar mijl kijken we onze ogen uit. We varen onder de imposante George Washington Bridge door. Bij de peiler aan de oostkant ligt een bootje op de rotsen. Het is er een drukte van belang met boten van de Coastguard en de New York Police en op de kant nog meer politie en zelfs een complete brandweerauto. Uiteindelijk trekt de Coastguard het bootje los. Veel drukte om niks.

Daarna is het nog maar 4 mijl tot 79th Street Boat Basin. Er zijn daar een stuk of 40 moorings. We zien Long White Cloud liggen, maar Steve en Paula zijn niet aan boord. Om 10:30 pikken we een mooring op, zo dicht mogelijk bij de marina.

We zijn in New York... met onze eigen boot! We laten dat een uurtje op ons inwerken voordat we naar de kant gaan. Daar betalen we 180$ voor een week. Een schijntje, want probeer voor dat geld maar eens iets te vinden in downtown Manhattan.

Even later begroeten we Paula en Steve. Ze zijn hier al een week en vertrekken waarschijnlijk a.s. maandag. We besluiten aan boord te lunchen en daarna gaan we gevieren de stad in.

Op Broadway, op een steenworp afstand, nemen we de metro. Geen idee waarheen. We laten ons leiden door Paula. Twee of drie haltes verderop stappen we uit en komen weer boven de grond. We kijken onze ogen uit en proberen ondertussen met Paula en Steve ervaringen uit te wisselen van de afgelopen maanden. Rockefeller Square, Times Square, Carnagie Hall, Central Park, we komen er allemaal langs. Een drankje in het Hard Rock Café. Belabberde service en veel te duur, maar we zijn er tenminste geweest.

Op Amsterdam Avenue nog een paar drankjes. We eten in een India's restaurant. De bediening is ontzettend vriendelijk. We tafelen na met Rodney uit Sri-Lanka. Zijn over-overgrootvader kwam uit Nederland. Vandaar zijn achternaam: "de Bond".

Nog een afzakkertje aan boord van Vagebond. Het is al na middernacht als Paula en Steve terug gaan naar hun eigen boot.

Te land, ter zee en in de lucht. Overal .....

 

 

oktober 2006