Maandag 24 januari 2005 (Alghero Airport)

[René>>] Om 5:30 loopt de wekker af. We drinken een kop koffie, dubbelchecken alles nog een keer en maken de boot gereed. We doen de afsluiters dicht, halen de stroom eraf en draaien de hoofdschakelaars uit. Het waait stevig en zo nu en dan vallen er pittige buien. Tussen twee buien in gaan we van boord. Dat is met name voor Helga nog een hele toestand, want Vagebond ligt verder van de steiger dan ze ooit gedaan heeft. Maar met wat hulp lukt het toch. Bij de bushalte drinken we in een barretje een kop koffie en iets over zeven stappen we op de bus naar het vliegveld. Om 7:50 bellen we Jopie om haar te feliciteren met haar verjaardag. We zijn natuurlijk de eersten. Vervolgens tikken we dit berichtje. Om 9:55 vertrekken we naar Francofurto.

Dinsdag 25 januari 2005 (11:10, in de bus voor Frankfurt Hahn)

[René>>] Gisteren kwamen we iets voor 12:00 aan op Frankfurt Hahn. Alles was wit en het sneeuwde nog steeds. Koud! Na een telefoontje naar het hotel werden we gratis opgehaald. Het hotel is simpel, maar schoon en de kamers zijn zelfs ruim. Je vraagt je af hoe ze het ervoor kunnen doen. Een tweepersoonskamer, gratis ophalen vanaf het vliegveld en gratis vervoer van en naar een restaurant in de buurt voor slechts 35 Euro.

Om de ergste honger te stillen kochten we bij de supermarkt om de hoek wat broodjes en beleg. Daarna hebben we een wandeling door de sneeuw gemaakt. Dit keer was het vooral Helga met wintersportkriebels. s'-Avonds hebben we lekker gegeten in een restaurant in de buurt. Daarna in bed nog wat tv gekeken en om 23:00 deden we het licht uit.

Brrrrrrrrr, koud!

Vanochtend in het hotel ontbeten. Daarna nog wat broodjes gekocht bij de supermarkt en vervolgens met de taxi naar het vliegveld, waarvandaan de bus ons in anderhalf uur naar Frankfurt Flughafen brengt.

Dinsdag 25 januari 2005 (18:30 London Heathrow)

[René>>] De bus naar Frankfurt Flughafen zit vol met Italianen. En als er iets is waar Italianen goed in zijn, dat is het bellen. De hele tijd gaan her en der GSM's af, de ene ringtone nog specialer dan de andere. We lachen er maar om.

De beveiliging op de luchthaven is streng. Zowel bij de paspoortcontrole als bij de gate gaan we (en onze bagage) door de scanner. Bij de gate worden we zelfs verzocht onze schoenen uit te doen en gaat vervolgens ook ons schoeisel apart door de scanner. Ach, het is voor onze eigen veiligheid.

Eenmaal in de lucht zien we vooral een wolkendek, maar precies boven Zeeland zitten opklaringen en we zien alle eilanden en de Zeeuwse wateren goed liggen. Zelfs het kanaaltje naar Zierikzee is goed herkenbaar. Een kwartiertje later landen we op Heathrow en mogen we weer door de scanner.

We hebben een uur of vier de tijd voordat we kunnen boarden voor de vlucht naar Johannesburg. We drinken koffie en kopen de nieuwste Grishham. Verder komen we de tijd door met lezen. Even voor de duidelijkheid: het is niet onze bedoeling om deze frequentie van berichtgeving de komende 5 weken aan te houden. Dat we dit nu doen is meer een kwestie van toch niets beters te doen hebben. Dat zal vanaf (over)morgen wel anders zijn. Tenminste, daar gaan we maar vanuit...;-)

Donderdag 27 januari 2005 (18:00 Nelspruit)

[René>>] Op Heathrow probeerden we een berichtje naar de website te sturen, maar het wilde niet lukken. Vandaar dat voorgaand bericht met twee dagen vertraging verzonden is.

Het duurde lang voordat de gate op het scherm verscheen en toen was het ook ineens "Last call", dus doorlopen geblazen. De vlucht naar Johannesburg verliep voorspoedig en we hebben redelijk geslapen. Het was wel erg warm in het vliegtuig.

Bij aankomst stond Bob, van het Somerset Guest House, ons al op te wachten.. In minder dan 10 minuten waren we in het gezellige guest house. Opvallend onderweg: de betere huizen zijn complete vestingen met stalen hekken, waakhonden en alarmsystemen. Na een douche en een scheerbeurt dronken we met Bob koffie in de tuin onder een rieten afdak. Hondje Kim was direct stapelverliefd op ons en kroop op schoot. Papagaai Mcloud was wat schuw, maar vroeg regelmatig om een pinda of riep Kim. Volgens Bob denkt de papagaai dat hij een hond is. De twee dieren spelen regelmatig met elkaar en dan zit Mcloud achter Kim aan. Geweldig!.Bob is een gepensioneerde luchtmachtpiloot die in zijn laatste jaren testpiloot was. Na een crash in 1994 waarbij hij zijn rug brak (gelukkig zonder blijvend letsel) ging hij noodgedwongen met pensioen en startte samen met zijn vrouw het guesthouse.

Na de koffie gingen we met Bob lunchen bij een pizzeria in de buurt. Erg lekker en de wijn viel zo goed, dat we bij terugkomst in het guesthouse, na kennis gemaakt te hebben met Bob zijn vrouw, als een blok in slaap vielen. In de loop van de middag zochten we het rieten afdak weer op om wat te lezen. 's-Avonds hebben we heerlijk gegeten in het guest house met Bob, zijn vrouw en een vriend van de familie. Onwaarschijnlijk aardige en gastvrije mensen, niet normaal meer. Onder het eten spraken we uitgebreid over Zuid Afrika, zowel in het verleden als vandaag de dag. Het land kent nog onnoemelijk veel problemen, maar het gaat heel langzaam de goede kant op. Een van de problemen is bijvoorbeeld dat het voor goed opgeleide blanken zo goed als onmogelijk is om aan het werk te komen (zwarten kijgen de voorkeur). Daardoor emigreren veel jonge blanken. Het aantal blanken in Zuid Afrika is de afgelopen jaren van 8 miljoen gedaald naar 6 miljoen, op een totale bevolking van ca. 45 miljoen. Het geeft te denken. Na in bed nog even tv gekeken te hebben, deden we rond 23:00 onze ogen dicht.

Vanochtend liep om 7:15 de wekker af. Tassen ingepakt en om 8:00 aan het ontbijt. Daarna bracht Bob ons achtereenvolgens naar een drankwinkel, een GSM-winkel en een supermarkt, zodat we geen inkopen meer hoefden te doen na het ophalen van de camper. We zijn dus weer mobiel (+27 73 62 87 510). Op ons Italiaanse nummer zijn we momenteel NIET bereikbaar. Vervolgens bracht Bob ons naar Bobo Campers, waar ons gloednieuwe huisje voor de komende weken al klaarstond. Na de administratieve afwikkeling kregen we keurig uitleg van alles en nadat we alles een plekje hadden gegeven konden we dan eindelijk op weg.

Ons huisje voor de komende 5 weken De eerste vogels die over ons heen vlogen. Maken het geluid van een eend. Het gaf me iedere keer weer een 'juressicpark-gevoel'.

Een tikkie nerveus, vanwege het links rijden, maar zoals iedereen zegt, het went ontzettend snel. We hebben direct maar een ruk van 350 kilometer naar Nelspruit gemaakt, om morgen de Blyde River Canyon te kunnen bewonderen, want overmorgen (zaterdag) worden we al in Kruger verwacht. Nee, behalve een paar vogels, hebben we nog geen wilde dieren gezien...;-) Wel hebben we waarschuwingsborden gezien voor overstekende nijlpaarden.

Vrijdag 28 januari 2005 (17:30 Ingwe Park, nabij Phalaborwa, 5km van Kruger)

[René>>] Op het camp was geen eetgelegenheid, maar we konden wel pizza's bestellen en die smaakten voortreffelijk. Toen we 's-avonds voor de camper nog wat zaten te lezen had Helga een 'close encounter' met een grote sprinkhaan die vanuit de boom op haar hoofd viel. Een luide gil was het gevolg en ik maar lachen, toen de oorzaak duidelijk werd. Maar hij was inderdaad erg groot. Na het optuigen van het bed (nog een heel gedoe in zo'n klein campertje) vielen we snel in slaap.

Vanochtend werden we vroeg (6:00) wakker. We waren ook echt wakker, dus zijn maar gelijk in de actie gegaan. Douchen, ontbijten, afwassen en op weg richting de 30 kilometer lange Blyde River Canyon. We rijden via Sabie en Graskop. Gisteren vonden we het landschap al mooi, maar vandaag is het echt adembenemend. Op sommige stukken kijk je vanaf het 'highveld' (Johannesburg ligt bijvoorbeeld op 1700 meter hoogte) op het 'lowveld'. Echt schitterende vergezichten. Vanwege het regenseizoen is alles erg groen en er staan veel bomen in bloei. Ook zien we ontelbare wilde orchideeën langs de kant van de weg.

We stoppen bij de Mac Mac Falls, waar een waterval zich 68 meter naar beneden stort. Fraai! Een paar kilometer verderop stoppen we bij Bourke's Luck Potholes, waar het water van de Blyde in de loop der eeuwen mooie cilindrische gaten in de stenen geslepen heeft. Toeristisch, maar desalniettemin erg mooi. Weer een paar kilometer verderop stoppen we weer voor een spectaculair panorama op de canyon. Op twee security gards na, zijn we de enigen. We krijgen er geen genoeg van, maar besluiten uiteindelijk toch om door te rijden tot vlak bij de gate waar we Kruger binnen willen gaan. Eenmaal in de lowveld merk je dat het beduidend warmer is. De airco maakt overuren.

Mooi en wat een lawaai maakt het water Je kunt overal bij komen en bekijken.

We stoppen bij een tourist information center en informeren naar een campground in de buurt van Phalaborwa. We raken aan de praat en de dame die ons helpt geeft ons nog wat tips en adviezen over Kruger. Als ze onze voorkeuren hoort, geeft ze een paar restcamps aan die we zeker moeten bezoeken, De restcamps waar we (via de agent) reserveringen hebben zijn zeker niet slecht, maar er zijn mooiere, betere, etc. Als we morgen in Letaba restcamp zijn, proberen we misschien wat om te gooien. In plaats van 4 nachten in Kruger blijven we dan misschien 7-8 nachten en doen we in plaats van twee wellicht vier restcamps aan. We zullen zien.

Rond 16:30 komen we aan bij Ingwepark. Het is een stuk eenvoudiger dan de campground waar we afgelopen nacht geslapen hebben, maar we hebben een mooi plekje in de schaduw van een paar bomen. Het is hier in ieder geval een stuk levendiger met een zwembad op een steenworp afstand en een gettoblaster met vrolijke reggaemuziek. Het leven is zo slecht nog niet. Ter afsluiting een mooie oneliner die we op een foldertje lazen: "No strangers, just friends that haven't met".

Zaerdag 29 januari 2005 (16:45 Kruger Park, Letaba Restcamp)

[René>>] Ik zit in de schaduw voor het campertje in één van de twee echt super zittende kampeerstoelen. Zojuist een heerlijke douche genomen in het toiletgebouw op 20 meter afstand. Het is warm (30:+), maar er staat een stevige wind, waardoor het goed uit te houden is. Het enige nadeel is dat er zo nu en dan wat rotzooi uit de bomen valt, natuurlijk precies op het toetsenbord.

Vanochtend liep de wekker om 5:00 af. Na een kop koffie vertrokken we, en iets over 5:30 stonden we voor de gate die toegang biedt tot het Kruger park. Na wat administratieve handelingen mochten we naar binnen. In plaats van rechtstreeks naar Letaba te rijden (slechts 50 kilometer), besloten we een ruime omweg te maken. Op geasfalteerde wegen is de maximumsnelheid 50 km/h, en op gravel 40 km/h, dus alle gelegenheid om goed om je heen te kijken.

Al snel zagen we de eerste impala's, maar daar lopen er ook letterlijk tienduizenden van rond in het park. Na een klein uurtje hadden we dan de eerste echte close encounter. Twee olifanten. En close was het zeker! Vlak naast de weg op minder dan 20 meter. Indrukwekkend!!! Dat was de eerste van de 'big five'. Nu alleen nog 'even' een leeuw, luipaard, buffel en neushoorn spotten.

Machtig mooi dier, imposant en GROOT Groep giraffes met impala's.

We rijden over gravelwegen en zien sporadisch andere auto's. Vooral de sierlijke impala's zien we veel. Maar we zien nog veel meer: giraffen, zebra's, waterbokken (grote antilope), wildebeesten en nijlpaarden. Behalve de nijlpaarden zien we ze ook allemaal van erg dichtbij. En natuurlijk ook ontelbare vogels, waaronder gieren, arenden, een (vissende) kingfisher en vier prachtige ground hornbill's (geen idee of deze vogels ook een Nederlandse naam hebben; wellicht weet onze zeebioloog het antwoord?).

Groundhornbill Ook een Hornbill

We worden moe en besluiten naar Lebata te rijden. Bij aankomst regelen we voor vanavond gelijk een night drive (van 20:00 tot 22:00).

En terwijl ik dit tik komt er op het koffieglas dat op tafel staat, op minder dan een meter afstand, een prachtig klein vogeltje zitten. Het heeft een felrode kop, geelzwarte vleugels en een witte buik. Ik kijk direct in de folder en het blijkt een Readheaded Weaver te zijn. Geweldig toch!

Terug naar de night drive. Een drive is een tocht met een grote 4x4 onder leiding van een chaufeur / gids. De night drive is bijzonder, niet alleen omdat het dan donker is, maar ook omdat het park dan gesloten is. De gates en de restcamps sluiten namelijk na zonsondergang. Tevens hebben we voor morgenochtend een morning drive geregeld. Dat wordt pas echt vroeg opstaan, want we worden geacht te verzamelen om 3:45. Daarna zullen we denk ik aardig total-loss zijn, maar dat zien we dan wel weer. We worden pas overmorgen verwacht in ons volgende camp: Lower Sabie. De reserveringen omgooien is trouwens erg lastig, omdat de reserveringen niet door ons gedaan zijn, maar door onze agent, en ook door hem betaald. Alleen de agent mag de reserveringen wijzigen. Dat is ons te veel rompslomp, dus kijken we na het bezoek aan Lower Sabie wel of we nog een 3e camp willen bezoeken (denk het wel...).

Zondag 30 januari 2005 (22:00 Kruger Park, Letaba Restcamp)

[René>>] Voordat we gisteren om 19:45 moesten verzamelen voor de nightdrive, aten we een hapje in het restaurant op het kamp. Het uitzicht op de Letaba rivier is adembenemend. Regelmatig komen de dieren drinken en een enkele keer zijn zelfs leeuwen in actie te zien. Maar dat geluk hebben we helaas niet. Van oever tot oever is de bedding een paar honderd meter breed, maar de rivier is daar slechts een fractie van. Op sommige stukken 30-40 meter breed, maar zeker niet meer. In de februari 2000 is er hier zoveel regen gevallen dat de rivier buiten haar oevers getreden is. Hele dammen en wegen zijn toen weggeslagen en sommige restcamps waren gedurende een aantal dagen van de buitenwereld afgesloten. Onvoorstelbaar, maar de foto's bij de receptie spreken boekdelen. We eten trouwens erg Afrikaans: ... Impala. Er worden alleen dagmenu's geserveerd, dus veel keuze hebben we niet. Maar het smaakt voortreffelijk.

Ze zijn heel zenuwachtig en hebben een groot natuurlijk vluchtgedrag.  Het wegrennen gaat gepaard met bokken en harde scheten en  schuine bochten maken. Wildebeest. Als het warm is liggen ze onder de bomen in het hoge gras.

De nightdrive is een belevenis. In een half open vrachtwagen rijden we het donker in. Naast het grootlicht van de wagen zijn er twee vast gemonteerde schijnwerpers die opzij schijnen en aan iedere kant is ook een losse schijnwerper. Helga is helemaal in haar nopjes, want ze mag schijnen. Letterlijk fluistert ze me toe: "Ik ben blij dat ik mag schijnen, want anders zou ik me alleen maar irriteren aan 'die ander' die het natuurlijk niet goed doet"...;-) We zien een nijlpaard grazen, olifanten langs de kant van de weg, diverse uilen, wildebeest (gnoe), en een Afrikaanse Wildcat (lijkt op een gewone kat), maar pas echt onder de indruk zijn we als we een troep van een stuk of 15 leeuwen treffen die midden op de weg liggen. In deze tijd van het jaar is het asfalt populair, want 's-ochtends is het erg vochtig in het gras en daar houden sommige dieren niet echt van. Verder hebben ze op het asfalt geen last van teken en ander ongedierte. Als we ze naderen staan ze rustig op en verdwijnen in de struiken en het hoge gras. Twee van de 'big five' gespot, nog drie te gaan. Om 22:00 zijn we terug op het kamp en gaan direct naar bed, want de wekker loopt alweer om 3:10 af!

Na een kop koffie lopen we naar de receptie waar we om 4:00 vertrekken voor de morning drive. De gids/chauffeur van gisteren was zeker niet slecht, maar Johan is een stuk plezieriger. Vol enthousiasme verteld hij over de te volgen route en dieren die we onderweg zien. Natuurlijk bedient Helga de schijnwerper weer. We zien diverse vogelsoorten, impala, zebra, een hyena, een jakhals, een warthog (wrattenzwijn?) en een giraf met kalf. Het is prachtig om het licht te zien worden. We maken een pauze bij een picknickplaats en op de terugweg zien we een kudde buffels een riviertje oversteken. Bijzonder fraai, ook omdat honderd meter verderop een olifant zich staat te wassen, die de buffels maar helemaal niets vindt. Demonstratief keert hij ze letterlijk de rug toe en laat zijn slurf op een slagtand hangen, een teken dat hij het niet naar zijn zin heeft, zo verteld Johan ons.

Wat moet je hier nu bij schrijven................

Terug op het kamp (9:00) ontbijten we en halen vervolgens wat slaap in, want dat hebben we hard nodig. 's-Middags luieren we wat en bezoeken het prachtige olifantenmuseum hier op het kamp. Vooral de collectie slagtanden is indrukwekkend. Sommige slagtanden wegen meer dan 70 kilo (per stuk!) en zijn meer dan 2,5 meter lang. En staat ook een schedel van een olifant die tijdens een gevecht met een slagtand van een andere olifant doorboord is. Die slagtand is afgebroken en steekt dus nog in die schedel! Er hangt een foto bij van het gevecht, waarop duidelijk de slagtand te zien is die door de kop van de op dat moment nog vechtende olifant steekt. Bizar! Er hang buiten een bord waarop te lezen valt dat het vandaag om 8:00 27 graden was bij een luchtvochtigheid van 90%. Om 14:00 is het 34,6 graden bij een luchtvochtigheid van 46%.

Terug bij de camper maken we er een sport van om alle vogeltjes die we zien te identificeren met behulp van de officiële Kruger gids. We hebben ze natuurlijk nog lang niet allemaal gezien, en dat lukt natuurlijk ook niet in een paar dagen, maar 15-20 verschillende vogels zien we hier 'gewoon' in de achtertuin. Het ene vogeltje is nog feller gekleurd dan de ander. Roodborstjes en koolmeesjes, maar dan in het kwadraat. Natuurlijk maken we tientallen foto's. Hoogtepunt is een Wahlberg arend die op 10 meter afstand op een dode boom komt zitten. Kortom, superlatieven schieten tekort bij het beschrijven van al het moois dat we zien.

Tegen zonsondergang gaan we gewapend met verrekijker en camera naar het restaurant. Van gamespotting komt weinig, want we raken aan de praat met een Afrikaans echtpaar dat met haar moeder twee weken door Kruger trekt. Ze komen uit Pretoria. Voor de 3e of 4e keer in een paar dagen worden we serieus(!) uitgenodigd om langs te komen. Ik heb het al eerder geschreven, maar de Afrikaner zijn echt onwaarschijnlijk vriendelijk en gastvrij. We eten weer in het restaurant, dit keer warthog, en het smaakt wederom bijzonder goed. Het is nu 22:50 en we gaan slapen. Morgen om 5:30 loopt de wekker af en gaan we richting Lower Sabie, een kilometer of 170 zuidelijker. We moeten nog tanken en dat kan vanaf 6:00.

Maandag 31 januari 2005 (21:15 Kruger Park, Lower Sabie Restcamp)

[René>>] Om 5:30 loopt onze wekker af. Na de noodzakelijke kop koffie tanken we diesel en gaan op weg naar Lower Sabie, een afstand van 170 kilometer over de kortste en geasfalteerde weg. Maar die nemen we natuurlijk niet en we draaien direct de gravelweg op.

Alles is mooi. Vol verbazing zien we een bloem op de weg. Naam onbekend!

Om een uur of 9:00 stoppen we langs een rivier en eten (binnen) een broodje. We gaan weer rijden, en een paar honderd meter verderop hebben we weer een prachtig uitzicht over de rivier. We stoppen even om van het uitzicht te genieten. Als we weer willen gaan rijden kijk ik in de rechterbuitenspiegel en zie plotseling een leeuw onze kant oplopen. Het is een oud (of gewond?) vrouwtje en ze loopt letterlijk op haar laatste benen. Ik ben natuurlijk maar een leek, maar ik zou zeggen dat ze nog maar een paar dagen te leven heeft. Ze waggelt op haar benen en kijkt dof uit haar ogen. Eigenlijk zielig, maar het hoort erbij. Verder zien we weer de, inmiddels gebruikelijke (hoe durf ik het te tikken...) impala's, gnoes, zebra's en giraffen. Ook zien we weer een paar olifanten. Een loopt midden op de weg, en recht op ons af. Hij is nog niet zo bekend met de verkeersregels en wil ons links passeren. Op het laatste moment bedenkt hij zich echter, en passeert rechts.

Deze leeuw heeft niet lang meer.

's-Middags stoppen we een paar keer bij uitkijkpunten, en in alle gevallen is het uitzicht fenomenaal. Zo zijn er twee uitzichtpunten op de top van de Nkumbe (368m). De omliggende vlaktes zijn op een enkele struik of boom bijna kaal (op gras na) en het zicht is tientallen kilometers. Westwaarts zie je Mozambique liggen. We voelen ons in "Out of Africa".

Tegen zessen arriveren we in Lower Sabie. We geven ons op voor de morning walk van morgenochtend. Bij een morning walk ga je met maximaal 8 personen onder begeleiding van twee park rangers te voet op stap in het park. Het lijkt ons de ultieme Kruger Park belevenis.

Kingfisher. Een van de vele mooie vogelfoto's. Met zulke grote ogen moet je toch ALLES wel goed kunnen zien.

Net als Letaba ligt Lower Sabie aan de oever van een een rivier, de Sabie. De Sabie is echter veel groter en breder dan de Letaba. Als we in de schemering op het terras van het restaurant zitten, maken twee nijlpaarden elkaar het hof in de rivier. Elke keer komen ze weer boven met hun enorme bekken wijd open, alsof ze elkaar op de mond kussen. Spectaculair en tegelijkertijd grappig om te zien. Na het eten gaan we naar bed. Het is pas 21:00, maar we zijn allebei versleten en morgen moeten we weer vroeg op. Maar aan dat vroege opstaan beginnen we langzamerhand wel te wennen.

Dinsdag 1 februari 2005 (16:00 Kruger Park, Lower Sabie Restcamp)

[René>>] Om 4:15 loopt de wekker af. Uiteraard eerst koffie en daarna naar het verzamelpunt. We zijn met zijn zevenen. Naast ons is er nog een Nederlands stel, Bob en Patricia. Verder nog een stel 'echte' toeristen en een Australiër. De park rangers heten Gerard en Piet. Kunnen de namen nog Nederlandser? Beiden zijn bewapend met een zwaar kaliber geweer voor het geval dat...

Klokslag 5:00 rijden we weg met de open 4x4. Na een half uurtje stoppen we ergens midden in de bush naast een verse hoop van een neushoorn. Tijdens zijn instructie houdt Gerard plotseling zijn mond en spitst zijn oren. Even later horen wij het ook: in de verte brult een leeuw. Na de instructies (achter elkaar lopen, niet praten, etc) gaan we op pad. De eerste paar minuten zijn best spannend omdat je achter iedere struik een hongerige leeuw verwacht, maar al snel merk je dat het zo niet werkt. Over het algemeen zijn de signalen te 'lezen'. Niet dat wij dat kunnen, maar Gerard en Piet zijn er erg bedreven in. De aanwezigheid van bepaalde witte vogels (sorry, naam vergeten) duid op aanwezigheid van grote zoogdieren, zo wordt ons uitgelegd.

Al na een paar minuten worden neushoorns gespot en na een omtrekkende beweging (om benedenwinds van de neushoorns te komen, zodat ze ons niet kunnen ruiken) staan we oog in oog met 5 neushoorns. Oog in oog is misschien wat overdreven, maar meer dan 50 meter is de afstand zeker niet. Het zijn witte neushoorns. Er zijn namelijk zwarte en witte neushoorns. Die kleuren slaan echt nergens op, want beiden zijn grijs. De 'witte' neushoorn heette oorspronkelijke 'wyde' neushoorn, omdat hun bek wijder en breder is dan die van de zwarte neushoorn. Het 'wyde' is verbasterd tot wit, vandaar. De witte neushoorn is een beschermde diersoort, maar hij wordt niet met uitsterven bedreigd. In het Kruger park leven er zo'n 5000 (2002). De zwarte neushoorn daarentegen is wel een met uitsterven bedreigde diersoort. In Kruger zijn er slechts zo'n 350. Als we de indrukwekkende dieren een paar minuten bestudeerd hebben, trekken we ons terug en lopen verder.

Gerard en Piet zien werkelijk alles, onvoorstelbaar. In de verte zien we nog een paar neushoorns. Ik kijk met de verrekijker en tel er twee. Nee hoor, zegt Piet, het zijn er vier. Ik kijk nog een keer, dit keer beter, en inderdaad het zijn er vier. En ... één is een zwarte neushoorn! Die worden niet elke dag gespot, ook niet door de rangers.

Een tijdje later ziet Gerard in de verte een leeuw. Het is een mannetje, en hoewel de afstand zeker 800 meter is, heeft deze koning van de jungle ons al in de smiezen. Hij staat doodstil en kijkt recht naar ons. Even later vervolgt hij onverstoorbaar zijn weg.
Wij zien wederom neushoorns en ook deze benaderen we. Ademloos kijken we toe en maken foto's.

Daarna eten en drinken we wat bij een klein riviertje. Er zitten wat nijlpaarden en Gerard stampt een paar keer met zijn voet om ze attent te maken op onze aanwezigheid. Zolang we niet te dichtbij komen is er niets aan de hand, want ze bevinden zich in het water. Op land daarentegen is een nijlpaard een extreem gevaarlijk dier, zeker wanneer je tussen het dier en 'zijn' water komt te staan. Nijlpaarden maken per jaar meer dodelijke slachtoffers dan ieder ander dier. Niet zozeer in de parken, als wel in andere Afrikaanse landen waar mensen bij rivieren leven met nijlpaarden.

We drinken en eten wat en stellen natuurlijk 1001 vragen aan Gerard en Piet. Hij, van het stel 'echte' toeristen, vraagt of we nog wat 'echte actie' kunnen verwachten. Nou vraag ik je... Rustig en professioneel legt Gerard uit dat 'echte actie' niet aan de orde is. Het liefst worden dieren benaderd zonder dat ze in de gaten hebben dat jij er bent, ook bij het terugtrekken. Even later vraagt hij, van die 'echte', of hij met een geweer op de foto mag. Gerard ontlaadt zijn geweer en zij, van die 'echte', maakt een foto. Wat een vertoning! Maar goed, we storen ons er verder maar niet aan, en gaan weer onderweg.

Professionele begeleiders Piet en Gerard. Alle geluiden die ze maken tijdens het grazen. Zo groot en log als ze eruit zien, zo zacht rennen ze verend weg. Je hoort en voelt werkelijk NIETS.

Weer zien we neushoorns en weer komen we dichtbij. De wind draait echter plotseling, en ze gaan er rennend vandoor. Gek eigenlijk, dat zo’n machtig dier, van pak 'm beet 2000 kilo, bang is voor ons. Tegen half negen keren we terug bij de 4x4 en maken de score op. We hebben 20 witte en één zwarte neushoorn gezien, en een leeuw. Daarnaast ook impala's, zebra's een gnoes. Bepaald geen slechte score. Het 'record' van een bushwalk staat op 23 neushoorns en Gerard en Piet balen een klein beetje. Dat record staat op naam van collega's en die hadden ze graag overtroefd. Maar, aan de andere kant, we hebben ook een zwarte gezien en die telt toch zeker voor zes. Ik vraag nog hoe vaak, of liever hoe zelden, ze het geweer moeten gebruiken. Het antwoord is zeer geruststellend. Gerard heeft zo'n 600 bushwalks gedaan en slechts één keer heeft hij zijn geweer moeten gebruiken, toen een nijlpaard om hem afkwam en weigerde te stoppen.

We rijden terug naar het kamp en we raken uitgebreid aan de praat met Bob en Patricia. Ze rijden vandaag naar een ander kamp, maar niet voordat ze bij ons nog een kop koffie gedronken hebben. We krijgen nog wat tips over andere bezienswaardigheden in ZA en rond een uur of twaalf vertrekken ze.

Wij doen het 's-middags rustig aan. We reserveren nog een nacht in Pretoriuskop en een nacht in Berg en Dal, waar we vrijdag nog een morning walk gaan doen. Vanavond doen we hier nog een sunset drive. We krijgen er geen genoeg van en willen onze tijd hier echt optimaal benutten.

Woensdag 2 februari 2005 (18:15 Kruger Park, Pretoriuskop Restcamp)

[René>>] De sunset drive van gisterenavond leek een sof te worden. We waren al een uur onderweg en we hadden welgeteld twee impala's gezien. Wel vertelde Piet (dezelfde als van de morning walk) allerlei wetenswaardigheden ov;er 3000 jaar oude bomen, vogels en struiken. Maar zoogdieren, ho maar. Totdat Piet plotseling de wagen tot stilstand bracht en zijn verrekijker pakte. In de schemering, op circa 400 meter afstand, zaten 2 cheeta's. De man heeft echt scherpe ogen! We zaten met 20 man de horizon af te turen, en Piet, die notabene ook nog moest sturen, spotte ze. Het Kruger park is een kleine 20.000 kilometer groot en in dat gebied leven naar schatting 200-250 cheeta's. Er twee zien is dus iets bijzonders! Toen keek Helga door de verrekijker en merkte fijntjes op dat er rechts, op zo'n 40 meter afstand, nog een derde cheeta in het gras lag. Ik keek ook, en Piet deed hetzelfde, en vrijwel tegelijkertijd zeiden we: "Maar, dat is een leeuw!". Totdat de 'leeuw' zijn kop iets verhief en het een luipaard bleek te zijn. Een werkelijk unieke ontmoeting! Volgens Piet hadden de cheeta's de luipaard nog niet in de gaten. Even later stond de luipaard op en zagen de cheeta's hem. Ze werden meteen onrustig. Vervolgens verdween de luipaard weer in het hoge gras en konden we hem nauwelijks nog zien, temeer daar het inmiddels steeds donkerder werd. Na een minuut of 5 kozen de cheeta's het hazenpad en verdwenen uit het zicht. Oh ja, 20 meter verder stond ook nog een grote gnoe. Normaal gesproken prooi voor de luipaard, maar deze was wel erg groot. We waren er stil van. Op één dag een zwarte neushoorn zien, als ook 2 cheeta's en een luipaard binnen een afstand van 40 meter is onwaarschijnlijk veel geluk hebben.

Terug op het kamp eten we in het restaurant en bieden Piet een biertje aan. Daarna gaan we naar bed en vallen met een smile van oor tot oor in slaap. Nog even voor de statistici:: we hebben nu dus de 'big five' gezien. Het maakt ons niet zoveel uit, maar 'iedereen' heeft het er altijd over. Eerlijk gezegd wij ook ... een beetje ... nou ja, een beetje veel dan ;-)

Als om 5:15 de wekker afloopt drinken we, hoe kan het ook anders, een kop koffie. Vervolgens tanken we en gaan op weg naar Pretoriuskop. De kortste route is 90km, maar we rijden natuurlijk om. We zien weer van alles en vandaag ook struisvogels. Een vrouwtje met twee al wat grotere kuikens. Even later zien we ook een groepje van vier mannetjes. 's-Middags spotten we ook twee honey badgers. Geen idee hoe zo'n dier in het Nederlands heet, maar het is een soort das en hij is ongeveer 95 centimeter lang met een zwarte buik en een witte rug. Fraai dier! Jammer dat ze zo schuw zijn, want ze verdwijnen vrijwel direct in het struikgewas. Ook zien we nog een olifant langs de kant van de weg die kleine appeltjes eet die uit de boom zijn gevallen. Als hij ze allemaal op heeft, schudt hij eens even stevig aan de boom en vallen er weer een stuk of 50 naar beneden. Machtig gezicht!

Gewoon te lui om met de slurf de appeltjes uit de boom te pakken. Dussss schudden maar!

Iets voor vijven arriveren we in Pretoriuskop. We informeren direct naar een evening of morning drive, maar alles is volgeboekt. Stom, stom, stom, dat hadden we natuurlijk beter gisteren kunnen doen in Lower Sabie. We balen. Maar Helga zal Helga niet zijn als ze aandringt, en plots is er toch nog een mogelijkheid. We kunnen mee met een morning drive, die start vanaf Numbi gate, zo'n 8 kilometer verderop. De wagen waarmee de drive gereden wordt, start hier, dus we hoeven alleen maar wat vroeger op (zijn we inmiddels gewend) om dan met de ranger naar Numbi gate te rijden, om daar de andere deelnemers op te pikken. De drives zijn misschien wel wat toeristisch, maar je komt op plaatsen waar je met eigen vervoer niet mag komen en de rangers weten veel beter dan de gemiddelde toerist waar je de beste kans hebt om iets bijzonders te zien.

Donderdag 3 februari 2005 (19:05 Kruger Park, Berg en Dal Restcamp)

[René>>] Als de wekker (onze GSM) afgaat, ga ik eruit, kleed me aan en zet koffie. Helga heeft slecht geslapen, zo hoor ik haar mompelen. Ik verbaas me er eigenlijk over dat ik geen druk op mijn blaas heb, omdat ik gisterenavond toch redelijk wat bier gedronken heb. Als ik buiten zit en de koffie drink, kijk ik op mijn horloge. He, dat is gek, het klokje geeft 22:30 aan. Hij zal toch niet stuk zijn? Dat is al eens eerder gebeurt, dus het zou kunnen. Toch vertrouw ik het niet helemaal. Ik kijk op de GSM en ook die geeft 22:30 aan. Shit! Plotseling realiseer ik me dat de wekker niet afgegaan is, maar dat het toestel gewoon over ging. Iemand heeft ons gebeld en wij dachten dat de wekker ging, dus hebben op de 'uit' toets gedrukt. Hebben wij weer! Geen wonder dat ik niet hoefde te plassen en dat Helga niet goed geslapen heeft. Dus maken we het bed maar weer op, en vallen binnen de kortste keren weer in slaap.

Om 3:50 loopt de wekker dan echt af. Nu hebben we wél goed geslapen en moet ik hoognodig de blaas even legen. De drive is dit keer niet met een vrachtwagen, maar met een 4x4. Bij de gate halen we nog 4 mensen op. Het is fris, om niet te zeggen koud. De eerste anderhalf uur zien we nauwelijks wild, maar het uitzicht is des te mooier. In de dalen hangt een laagje mist. In het laatste uur van de drive hebben we nog een close encounter met een kleine kudde buffels en zien we van een afstandje 2 klipspringers, een klein hertje dat we nog niet eerder gezien hebben.

Terug op het kamp rammelen we van de honger en gunnen onszelf de luxe van een ontbijt in het restaurant. We douchen, en ruimen op ons gemak onze spullen op.

Pas om 11:30 gaan we rijden. We gaan naar Berg en Dal, een afstand van 70 kilometer, maar zoals gewoonlijk rijden we om, want we prefereren gravel boven asfalt. De eerste twee uur zien we weinig. De omgeving van Pretoriuskop is ons wat dat betreft niet gunstig gezind, maar we zijn in Letaba en Lower Sabie enorm verwend, dus we klagen niet. De dieren zijn er waarschijnlijk wel, maar door het hoge gras dat hier langs de weg groeit, kun je nauwelijks diep in de bush kijken.

Eenmaal wat zuidelijker groeit het gras een stuk lager en zien we al snel weer buffels, olifanten, impala, en een wrattenzwijn met een jong. Ik moet het trouwens afleggen tegen Helga als het om spotten gaat. Ze ziet echt veel meer dan ik, hoezeer ik ook mijn best doe. Gisteren waren we een groepje olifanten tegengekomen met 3 kleintjes. Een van de vrouwtjes liet ons toen al merken dat ze niet op onze aanwezigheid gesteld was. Hetzelfde groepje komen we vandaag weer tegen (wat een toeval!). Het vrouwtje (nou ja, "tje"...) begint direct weer stennis te maken. We rijden er een meter of 20 voorbij en kijken in de spiegels wat er gebeurt. Zodra ze ziet dat we stoppen komt ze op ons af. Ze rent nog niet en ze trompettert ook nog niet, de signalen dat je echt moet oppassen, , maar we gaan er toch maar vandoor. Better safe then sorry!

Zo lelijk dat ze gewoon mooi zijn. Vooral het wegrennen....erg grappig...staartje als zender omhoog. Rare beesten en behoorlijk gevaarlijk.

Op het laatste stuk naar Berg en Dal nemen we de Stijlberg en de bult doet zijn naam eer aan, want sommige stukken zijn inderdaad erg stijl. De passage is dan ook verboden voor caravans. Ons campertje komt er echter goed tegenop en de omgeving is spectaculair. We zien nog een paar kudu's en olifanten en vlak voor sluitingstijd arriveren we in het kamp.

Vrijdag 4 februari 2005 (17:55 Piet Retief)

[René>>] Vlak voordat we in het kamp arriveerden kwamen we An en Wil weer tegen, een wat ouder echtpaar dat we al eerder tegenkwamen. We waren ergens gestopt en plots zag ik een Nederlands kenteken. Ze zijn gepensioneerd en maken telkens reizen van een half jaar met hun 4x4, waar ze ook in slapen. Inmiddels hebben ze bijna letterlijk de hele wereld gezien, van Noord Amerika tot Australië, en van Zuid Amerika inclusief Chili en Vuureiland tot Azië inclusief de Himalaya. Nu trekken ze een half jaar rond in zuidelijk Afrika. Erg avontuurlijke, maar vooral bijzonder aardige mensen. Na het eten gaan we vroeg naar bed en zetten de telefoon uit!!!

Als we ons de volgende ochtend op de parkeerplaats melden blijken we slechts met zijn vieren te zijn. Naast ons nog een Engels stel. De rangers zijn dit keer een gemengd koppel. Zij heet Manzi en is blank, hij heet John en is zwart. Manzi is de senior ranger en John is in opleiding. We rijden een stukje en dan wordt de 4x4 langs de weg in het veld geparkeerd, en gaan we na de veiligheidsinstructies van Manzi op pad. Al snel zijn we neushoorns op het spoor, maar voordat we ze zien hebben we eerst een ontmoeting met een olifant. We zijn in zijn 'comfort zone' gekomen, dus trekken ons veiligheidshalve terug en maken een omweg om bij de neushoorns te komen. Die zien we een kwartiertje later. Niet zo dichtbij als 3 dagen geleden, maar toch weer indrukwekkend. Het zijn er vijf. Er is een mannetje bij en hij heeft ons in de gaten. Manzi neemt het zekere voor het onzekere en we lopen rustig verder om hem geen gelegenheid te geven om rottigheid uit te halen. In de bedding van een beekje treffen we verse sporen van een luipaard. Ze is vannacht of vroeg in de ochtend langsgekomen. In dezelfde bedding ontbijten we even later. Manzi heeft gisterenavond iets verkeerd gegeten en heeft last van haar buik. We leren een prachtig Afrikaans woord, niet zo netjes, maar eentje om nooit meer te vergeten: "gietergat". Hoef ik niet uit te leggen denk ik.

Op de terugweg naar de 4x4 zien we op een paar impala's na geen dieren meer. Bij verschillende bomen en struiken stoppen we en krijgen wetenswaardigheden te horen. Zo stoppen we bij een struik waarvan de bladeren een verdovende werking hebben. We vouwen een blaadje op, bijten er in en wrijven dat vervolgens over de binnenkant van onze lip, en inderdaad, na een paar seconden voel je een lichte verdoving. Ook stoppen we bij een boom waarvan je het hout beslist niet moet gebruiken voor een vuurtje om eten boven klaar te maken, want je krijgt de vreselijkste buikpijnen. Wederom een erg interessante morning walk. Een aanrader voor iedereen die nog eens naar Kruger gaat. Het is ook een perfecte gelegenheid om antwoord te krijgen op al die vragen die in je op komen na een paar dagen Kruger.

Terug op het kamp drinken we een kop koffie en bestuderen de kaart. We besluiten richting St. Lucia te gaan, aan de Indische Oceaan, vlak onder Zwaziland. Het is een gebied met het grootste meer van Zuid Afrika en een aantal parken. Afgezien van krokodillen en nijlpaarden is het ook een paradijs voor vogels.

We besluiten niet de kortste route door Zwaziland te nemen, want we vermoeden dat het niet de snelste weg is. Ook hoorden we van Nederlanders dat ze bij de grens tot twee keer toe alle bagage open moesten maken. Daar hebben we niet veel trek in, dus we rijden om Zwaziland heen. We nemen de route door het Songimveld Natuurpark. Vanuit Barberton nemen we de weg naar Josefsdal, de grenspost bij Zwazilland. Vlak voor de grens draai je dan rechts het natuurpark in. Direct als we Barberton uitrijden gaat het stijl omhoog. En dan bedoel ik ook echt stijl. Het campertje blinkt niet uit in vermogen en sommige stukken komen we alleen in de eerste versnelling ophoog. Maar het uitzicht is adembenemend. Hoe hoger we komen, hoe minder bomen en stuiken, tot er alleen nog maar hoog glooiend gras groeit. Eenmaal boven gaat de geasfalteerde weg over in gravel. Nu weten we dus waar de witte weggetjes op de kaart voor staan: gravel. Op zich niet zo'n probleem, maar na een kilometer wordt er aan de weg gewerkt. Er wordt nieuw gravel uitgereden. Met een 4x4 zal het best te doen zijn, maar we durven het met de camper niet aan. Dus rijden we terug naar Barberton om dan maar nog meer om te rijden.

Voorbij Badplaas rijden we een soort township binnen, althans ik neem aan dat een township er zo uitziet. Nog net geen krottenwijk, maar het scheelt niet veel en in geen velden of wegen zijn blanken te bekennen. Het is een drukte van belang met mensen die op de weg lopen, kinderen die uit school komen (in uniform, maar veelal op blote voeten), en koeien langs, maar ook op de weg. Niet bedreigend, maar ook weer niet zo van, goh ik stap hier even uit om naar de weg te vragen. Misschien hadden we dat toch beter wel kunnen doen, want 5 minuten later zitten we onverwacht weer op gravel. We zijn verkeerd gereden, dus keren om en vinden al snel de juiste afslag. Daarna gaat het vlot. We rijden nog door het plaatsje Amsterdam en zien op borden de plaats Ermelo staan. Als ik op de kaart af ga is Ermelo in ZA een stuk groter dan Amsterdam ;-) Rond 17:00 houden we het voor gezien en rijden in Piet Retief een campground op. We trekken een fles wijn open en genieten van de aangename temperatuur hier, zo'n 24 graden.

Zaterdag 5 februari 2005 (14:05 Cape Vidal)

[René>>] Gisterenavond aten we een hapje in het café/restaurant dat bij de campground hoort. We raakten aan de praat met de eigenaar en een paar stamgasten. Uiteraard kwam het gesprek uiteindelijk op het ZA van vandaag en de problemen van het land. Je merkt dat sommige blanken behoorlijk gefrustreerd geraakt zijn de afgelopen jaren. De nuance is soms ver te zoeken. Sommige uitspraken zijn nog net niet racistisch, maar het scheelt niet veel. Ze zeggen er ook graag expliciet bij dat ze niet rahcistisch zijn. Wellicht is de balans doorgeslagen in het voordeel van de zwarte bevolking. Ik kan het moeilijk beoordelen, maar ik kan me er alles bij voorstellen. De blanke bevolking betaald nu 'de prijs' voor het apartheidsregime. Het zal denk ik nog deccenia duren voor het evenwicht weer hersteld is. Wat ik ook genant vond is dat zo'n discussie gevoerd wordt in het bijzijn van de zwarte barkeeper. Hij hield wijselijk zijn mond, in het bijzijn van zijn baas. Misschien is er wat dat betreft nog veel te weinig veranderd in het land. Iets over negen deden we het licht uit en vielen vrijwel direct in slaap.

We hebben geen wekker gezet en slapen uit. Ja, uitslapen tot 5:45, want toen werd ik wakker. Helga blijft nog even liggen en ik neem een douche. Als ik terug ben en koffie gezet heeft wordt de schone slaapster ook wakker.

Rond kwart voor acht rijden we weg. Over de N2 richting St. Lucia. Het landschap lijkt weer sterk op dat van gisteren. Soms kale heuvels met hoog gras, dan weer dicht bebost, alsof je in Scandinavië rijdt. Er is hier gigantisch veel bosbouw. Veel hoge bomen (30m) met een kaarsrechte stam en alleen bladgroei in het bovenste kwart. De wegen zijn kaarsrecht en soms kun je de weg kilometers ver tussen de bomen zien liggen.

Kaarsrecht en super hoog. Jammer dat er niet een persoon staat zodat het beter te zien is.

Rond half één arriveren we in het Greater St. Lucia Wetland Park. We rijden naar Cape Vidal, waar een mooie campground schijnt te zijn, die ons aanbevolen is door de eigenaar van de campground waar we afgelopen nacht stonden. Onderweg naar de kaap zien we weer zebra's, wrattenzwijnen met jongen, een paar kudu's en hertjes van een ons onbekend merk. We melden ons bij de receptie van de campground. Vervolgens zoeken we het ons aangewezen plekje op en gaan eerst eens luieren. Op de achtergrond horen we de branding van de Indische Oceaan. We hebben 'm nog niet gezien, maar dat duurt niet lang meer.

Zondag 6 februari 2005 (16:30 St. Lucia)

[René>>] Voordat ik aan gisteren nog wat woorden wijd, eerst even over aapjes. Op bijna alle campings waar we tot nu toe gestaan hebben zijn Vervet aapjes. Ze hebben een grijswitte vacht en een zwarte snuit. De mannetjes hebben een knalblauwe zak. Of dat de normale kleur is of dat ze ... ik weet het niet. Ze zijn aandoenlijk om te zien, maar een mega probleem voor alle campings, aangezien ze de boel danig terroriseren. Geen enkele vuilnisbak is veilig voor ze, en geregeld ligt de inhoud over tientallen meters verspreid. Ahfijn, zojuist hebben we even langs het strand gewandeld en bij terugkomst lopen er een stuk of 15 aapjes over de campground.

Nu moeten jullie weten dat Helga het na Gibraltar niet meer zo op die beestjes heeft. Ze stapte zojuist het campertje uit met een appel en wat druiven. De aapjes hebben dat natuurlijk feilloos in de gaten en direct kwam er een aangerend en bleef op een meter of 10 zitten. Helga nog net niet in paniek, maar het scheelde niet veel. "Tssss, ga weg, rot op!!!", maar het mocht niet baten.

Op campgrounds zijn de aapjes zijn verziekt door de mensen die ze voeren. Daardoor ZEER brutaal en ERG ENG!

Nog even over gisteren. We zijn nog naar het strand gelopen, waar een branding stond die de Atlantische Oceaan waardig is. Niet voor niets is deze kust ook een surfersparadijs. Terug op de campground begon het wat te spetteren, wat niet lang daarna over ging in echte regen. Dan is dit campertje toch minder ideaal, want je kunt niet meer buiten blijven, want er zit geen luifel bij.

Even tussendoor,. inmiddels zitten er twee aapjes onder de camper en Helga is gaan verzitten ;-)

Gisterenavond binnen nog een broodje gegeten en in bed nog maar wat gelezen tot we al om 20:30 onze ogen dicht deden.

De aapjes zijn inmiddels tot 5 meter genaderd, en er zit er één op de motorkap.

Vanochtend om 8:15 reden we weg. In het park hebben we nog een gravelweggetje genomen en zagen nog wat kudu, Wrattenzwijnen, reebokken en een waterbok. Daarna naar St. Lucia, waar we een 'turtle-tour' en een boottochtje willen maken om vogels te zien. Na aankomst was dat vlot geregeld. Voor de turtle-tour moeten we ons om 18:00 melden en we komen ergens tussen 2:00 en 3:00 weer terug.

Grote elegante dieren. Zie die horens, mooi he?

Morgenochtend om 9:00 vertrekken we met een boot voor een tochtje van twee uur. Als we terugkomen zullen we wel versleten zijn, denk ik. Helga heeft zojuist in een woedeaanval een aansteker en onze Official Kruger Guide naar een aapje gegooid, maar het beest was er niet van onder de indruk. Inmiddels zit ze naast me en houdt continue de aapjes in de gaten. "Kijk, daar komt die moeder ook weer...". Tot zover.

Mochten er hier de komende dagen geen berichten meer van ons verschijnen, dan hebben de aapjes gewonnen.

Maandag 7 februari 2005 (17:45 Howick)

[René>>] In het verslag van gisteren ben ik vergeten te vermelden dat we gisterenochtend nog een krokodillencentrum bezocht hebben. En we hadden geluk, want alleen op zondag is er een 'demo' en worden ze gevoerd. We waren wat te vroeg, dus hebben we eerst ontbeten met een gebakken eitje. In het centrum hebben ze krokodillen in 'alle' soorten en maten. Vooral de nijlkrokodil, maar ook de Amerikaanse alligator en de smalbekkrokodil. Van oudjes van een jaar of 70, tot kleintjes van een paar maanden. Eigenlijk valt er niet zoveel te beleven, want ze liggen alleen maar in de zon, schaduw, of het water, al naar gelang hun lichaamstemperatuur. Maar dat veranderde natuurlijk wel toen er gevoerd werd. Om zijbn bek open te doen gebruikt een krokodil 4 spieren. Om hem dicht te doen, ik weet het niet meer precies, maar in ieder geval een veelvoud daarvan (30?). De kracht waarmee de bek dichtslaat is gigantisch. Toen een grote brok vlees gevoerd werd, kon je het bot horen kraken. Angstaanjagend! Vroeger voerden ze de krokodillen hele karkassen, maar sinds een bezoeker een brief geschreven heeft waarin hij klaagde over bloedspetters op zijn kleding, mogen ze alleen nog maar 'kleine' stukken voeren. Sommige mensen... Kijk toch naar Discovery Channel.

Moeder krokodil ligt te broeden op haar eieren.

Gisterenavond stonden we klokslag 18:00 klaar om opgehaald te worden voor de turtle-drive. Met een 4x4 haalde Jeff, onze gids, ons op. Wij bleken de enige 'echte' toeristen te zijn, want naast ons gingen nog 3 lokale dames met ons op pad. Het eerste uur reden we door het Greater St. Lucia Wetland Park. We zagen weer veel dieren.

Op de camping waar we de voorgaande nacht stonden, draaiden we het strand op. Nadat Jeff ons uitgelegd had waar we op moesten letten, reden we langs de vloedlijn zo'n 25 kilometer naar het noorden. Behalve sporen van de voorgaande nacht zagen we niets. Jammer, maar er is ook geen garantie dat je schilpadden ziet tijdens zo'n toer.

Op de terugweg hadden we echter meer geluk, want we zagen kleine spoortjes. Tientallen. Niet van moeder schildpad, maar van kleintjes, die net uit het ei gekropen op weg gaan naar zee. Stel je voor dat je als baby geboren wordt en direct na de geboorte een kwart marathon moet lopen. Ze zijn hooguit 4 centimeter en moeten een afstand van zo'n 100 meter naar de branding overbruggen. Niet allemaal halen ze het. Sommige leggen het loodje van uitputting. Sowieso zullen er weinig volwassen worden. Moeder legt in een aantal sessies zo'n 1000 eieren in verschillende nesten. De kans dat een nest uitkomt wordt daarmee vergroot want sommige nesten worden leeggeroofd door bijvoorbeeld dassen of hyena's. Uiteindelijk zullen er slechts 1 of 2 volwassen worden. Eenmaal volwassen komen de vrouwtjes op dezelfde plek eieren leggen. Daarom is het ook niet verstandig om het grut een handje te helpen bij hun marathon naar de zee, want dan zijn ze onvoldoende in de gelegenheid om het magnetisch veld (zoals Jeff het uitlegde) in zich op te nemen.

Zoveel kleintjes. Enkele zullen het overleven. Anderen zijn voer of zijn niet sterk genoeg.

Op het strand aten we onder een spectaculair heldere sterrenhemel een broodje. Inmiddels weten we ook het zuiderkruis te vinden, alhoewel die, naar ik begrepen heb, niet direct het zuiden aangeeft, zoals de poolster wel het noorden aangeeft. Er moet nog een trucje uitgehaald worden, alleen weet ik nog niet welk.

Na de snack gingen we weer rijden en zagen een stuk verderop nogmaals het kleine grut naar de branding schuifelen. Op de grens van het strand en de duinen zagen we ook kudu en een bruine hyena. Jeff en de dames waren er helemaal opgewonden van, want die komt hier niet veel voor (de gevlekte hyena, die we in Kruger ook gezien hebben, wel). Kortom een geslaagde drive en om 2:00 waren we weer terug op de campground.

En daar liep vanochtend om 8:00 de wekker af. Koffie, opruimen en het kleine stukje rijden naar de steiger waar we aan boord gingen van een betrekkelijk kleine rondvaartboot. We waren niet erg onder de indruk van de 2 uur durende rondvaart. De meeste vogels en zoogdieren hadden we al eerder gezien, behalve een visarend, en nog van dichtbij ook. Prachtige vogel, zoniet de mooiste die we tot nu toe gezien hebben.

Om 11:00 waren we terug en reden we weg riching Durban. Die stad hebben we echter links laten liggen en reden daar de N3 op richting Pierermaritzburg. Ook die stad reden we voorbij, totdat we een campground opzochten in Howick. Howick trekt toeristen vanwege de spectaculaire waterval. We hebben 'm vanmiddag gezien en hij is echt fraai! Vanaf de campground, op hemelsbreed misschien 150 meter, kunnen we de waterval goed horen.

Hier vlakbij werd Nelson Mandela in 1962 gearresteerd en begon zijn langdurige gevangenschap. Hij was, vermomd als chaufeur, onderweg naar Johannesburg, maar werd aangehouden.

We twijfelen over de te volgen route. De Drakensberg ligt dichtbij, maar we willen eigenlijk ook nog de battlefields bezoeken, waar de Zulu's, Engelsen en Boeren hun veldslagen geleverd hebben. Daarvoor moeten we echter weer naar het noorden. We zijn er nog niet uit.

Dinsdag 8 februari 2005 (18:15 Dundee)

[René>>] De regen valt met bakken uit de hemel. Het onweert ook, maar niet zo heftig. Volgens de Lonely Planet kan het hier verschrikkelijk onweren, maar dit valt mee. We staan op een mooie campground, op krap een meter van een prieeltje waar we het afgelopen uur nog hebben kunnen lezen, maar inmiddels het zo hard gaan regenen dat we zelfs daar nat werden. Helga is bezig om tosti's klaar te maken, lekker!.

Goed verzorgde campground, heel creatief met eigen herten.

Vanochtend hebben we besloten om toch de battlefields nog te bezoeken. Ze zijn tenslotte bepalend geweest voor de geschiedenis van het land in de afgelopen 200 jaar, en met 5 weken de tijd is er eigenlijk geen excuus om ze niet te bezoeken. Om 8:00 reden reden we weg, op weg naar Dundee, in het hart van de battlefields.

Het voert te ver om hier de diverse oorlogen en achtergronden te beschrijven, maar tussen 1837 en 1902 werd er in het huidige Kwazulu-Natal achtereenvolgens gevochten tussen de Boeren en de Zulu's, de Engelsen en de Zulu’s en tenslotte tussen de Boeren en de Engelsen. Eenmaal voorbij Ladysmith zien we een bordje "Battle of Ellangslaagte". We besluiten een kijkje te nemen en draaien een gravelweg op. Na 5 kilometer komen we bij een monument bovenop een heuvel ter nagedachtenis aan een stuk of 10 Nederlanders die hier omgekomen zijn in de strijd tegen de Engelsen.

Na de brunch rijden we de laatste paar kilometer naar Dundee. De lokale VVV is gesloten, dus zoeken we onze eigen weg. Net buiten Dundee ligt het Talana museum en daar nemen we een kijkje. Het is een heel aardig museum, niet alleen over de oorlogen, maar ook over de Zulu cultuur en de koolmijnen hier in de regio. Het museum is verspreid over een stuk of 15 kleine en wat grotere gebouwen en huizen. Dundee kreeg haar naam van Peter Smith, die uit een dorpje in de buurt van het Schotse Dundee kwam. Smith was tevens een van de pioniers in de mijnbouw hier. Hij en zijn familie woonde op de plek waar nu het museum staat. Het huis waar hij in woonde, en ook het huis dat zijn zoon bouwde zijn nu onderdeel van het museum. Er is ook een klein kerkhofje waar de Smith's liggen. Kortom, het was een culturele en leerzame middag.

Nog even over het Afrikaans. Het is zo'n grappige taal. Verstaan is soms lastig, maar lezen is vrij simpel. Zo staat er op de folder van het museum: "Ons vertrou u sal die besoek aan ons museum geniet". Simpel, toch? Iets lastiger, uit een maandblad dat we gekocht hebben: "Piet Sole was 'n tawwe keggrel. Hy het sy bynaam gekggry omdat hy eenkeeggr 'n makggriel in die see gevang het met 'n eelt wat hy met 'n knipmes van sy voetsool afgesny het". Prachtig!

Woensdag 9 februari 2005 (17:45 Dundee)

[René>>] We doen rustig aan vandaag, al staan we wel vroeg op (6:30). Niet dat we de wekker zetten, maar als je om 21:00 je ogen dicht doet, wordt je natuurlijk vroeg wakker. Op ons gemak drinken we koffie en nemen een douche. Vervolgens gaan we het stadje in en brengen ons wasgoed naar een wasserette. Eind van de middag is het klaar.

Nadat we boodschappen gedaan hebben rijden we naar Blood River. Het battlefield met deze aansprekende naam markeert een keerpunt in de geschiedenis van Zuid Afrika. Toch maar wat achtergronden dan. De zogenaamde Voortrekkers waren boeren op zoek naar nieuw land, omdat ze de Engelse overheersing zat waren. Een leider van de Voortrekkers, Piet Retief werd op 6 februari 1838 vermoord door de Zulu's. Andries Pretorius kwam in november 1838 naar Natal en werd gekozen tot nieuwe leider. Hij organiseerde direct een commandogroep die bestond uit 64 door ossen voorgetrokken wagens, en 464 Voortrekkers. Ze deden een belofte aan God, dat, mochten zij de Zulu's verslaan, zij die dag als een Sabat zouden vieren en tevens een kerk zouden bouwen. De wagens werden aan de oever van de Ncome rivier strategisch in een cirkel geplaatst. Op zondag 16 december 1838 vond de veldslag plaats. De Zulu's vielen aan met tussen de 12.000 en 15.000 krijgers, maar tevergeefs. De Voortrekkers, met hun 3 kanonnen en honderden geweren, waren zwaar in het voordeel. Toen de Zulu's zich begonnen terug te trekken werden ze door Voortrekkers te paard achtervolgt. Bij het oversteken van de Ncome rivier vielen vele Zulu slachtoffers, vandaar de latere naam Blood River. Naar schatting overleefden 3000 Zulu's de veldslag niet. De Voortrekkers hadden welgeteld 3 gewonden... Door de voortrekkers werd het als een teken van God gezien, dat zij de veldslag gewonnen hadden. Tot op de dag van vandaag is 16 december een nationale feestdag in Zuid Afrika, al is de naam van de feestdag diverse keren gewijzigd. Na de politieke omwenteling is het nu de "Day of reconcilliation".

Nagemaakte bronze wagens geplaatst in een D vorm zoals ze destijds gestaan hebben.

Er zijn feitelijk twee musea bij de Blood River. Er is het oorspronkelijke ('blanke') Blood River museum, inclusief een opstelling van 64 bronzen(!) wagens op ware schaal. Erg indrukwekkend! Aan de andere kant van de rivier bevindt zich het Ncome museum, dat geopend werd na de politieke omwenteling in '94. Het Ncome museum geeft een meer evenwichtig beeld van de veldslag en ook inzicht in de Zulu cultuur. We zijn zo'n beetje de enige bezoekers, want op één echtpaar na, zien we verder niemand. Na het bezoek aan beide musea parkeren we de camper op een grasveld, onder de schaduw van een boom en lezen en luieren wat.

Als in de loop van de middag de lucht begint te betrekken, rijden we terug naar Dundee. We halen ons fris gewassen wasgoed op en rijden naar de campground. Het rommelt en flitst om ons heen, maar tot op heden is er nog geen druppel gevallen. Misschien blijft het vanavond droog.

We zijn er trouwens vandaag achtergekomen dat de Sani pas, over de Drakensberg, naar Lesotho, alleen toegankelijk is voor 4x4's. Vanuit het oosten is dat de enige route. Jammer, want we wilden graag een dag of twee naar Lesotho.

Donderdag 10 februari 2005 (19:15 Nottingham Road)

[René>>] Zoals inmiddels gewoonlijk staan we vroeg op. Rond 7:45 rijden we weg, richting Giants Castle, een nationaal park in het Drakensberg gebied. Na een kwartiertje realiseren we ons dat we verkeerd rijden. We herkennen niets van de weg die we eergisteren reden. We keren om en rijden terug naar Dundee. Daar vinden we snel de juiste weg en rond het middaguur arriveren we bij de ingang van Giants Castle.

In de Lonely Planet staat dat er campings zijn, maar dat blijken campings voor backpackers te zijn en niet voor caravans of campers. We kunnen alleen als dagbezoeker naar binnen, wat we dan maar doen. De omgeving is echt spectaculair. Niet zoals in de alpen, maar grilliger en veel groener. Na een kilometer of 5 komen we in het hoofdcamp, waar ook de weg ophoudt. Hiervandaan kun je prachtig wandelen, zelfs voor meerdere dagen en dan overnachten in hutten. Omdat de gate al om 18:00 sluit, maken we maar een korte wandeling naar een houten brug over een riviertje. Het is een wandelingetje van niks, maar de omgeving is mooi.

En in het echt is het 1000 keer mooier.

Terug bij de camper lezen en luieren we wat, tot we rond half vier weer gaan rijden. Een paar kilometer buiten het park staan wat scholen die net uitgegaan zijn en tientallen scholieren, in uniform, lopen over de weg. Vooral kleine kinderen zwaaien enthousiast naar ons. Bij Escourt tanken we en rijden daarna naar Nottingham Road, waar een mooie campground moet zijn. Na enig zoeken vinden we het Glensheiling Caravan Park. Het is inderdaad een mooie plek, aan de oever van een klein meertje. De lucht betrekt en na een uurtje zitten we nog net niet in de mist, maar het scheelt maar een meter of 20. Geen idee hoe hoog we precies zitten, maar ik toch snel zo'n 1700 meter.

Vrijdag 11 februari 2005 (19:15 Nabij East London)

[René>>] Om 7:45 rijden we weg. We maken weinig mee, want we maken kilometers richting East London. Ik weet het niet precies, maar ik schat zo'n 550 kilometer. In NW Europa praat je dan over een reistijd van 6, hooguit 7 uur. Hier doe je er aanmerkelijk langer over, omdat je niet door kunt rijden. In de grotere dorpen en steden is het soms stapvoets, vanwege het vele volk op straat. Ook bij kruisingen en scholen moet je continue opletten op mensen (en kinderen!) op de weg, om nog maar niet te praten over koeien, geiten en schapen. En ook het vermogen van ons campertje helpt niet bij het realiseren van toptijden. Ons gemiddelde zal een kleine 70 km/u zijn (inclusief tankstops).

En dit is nog maar een gewone koe. Erg mooie koeien onderweg gezien. De dieren weten het zo te regelen dat in de heuvel, waarvan meestal 2/3 nog onder de grond, de temperatuur 36 graden blijft.

Op de radio horen we de "state of de nation" (onze troonrede), uitgesproken door president Mbeki. Naast de economie, die het heel behoorlijk doet, zijn de belangrijkste aandachtspunten de werkloosheid, onderwijs, schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen en het Aids probleem, wat enorm is in Zuid Afrika. Later op de dag horen we ook de politieke commentaren van de oppositie en de sociale partners. Interessant!

Rond 18:30 arriveren we bij de campground die we in het campingboek uitgekozen hebben. Prachtig weer. We staan op ongeveer 30 meter afstand van een brede rivier met aan de overkant een vrij steile heuvel. Vanavond kregen we trouwens een belletje van mijn zus. Hoe of het met ons ging? Want de website was al een aantal dagen niet bijgewerkt. Nou, het ligt in ieder geval niet aan ons, want de afgelopen dagen hebben we iedere avond braaf een kort verslagje geschreven en verstuurd.

Zaterdag 12 februari 2005 (22:00 Port Alfred)

[René>>] We doen rustig aan vandaag en rijden pas om half elf weg. We rijden vandaag naar Port Alfred. Niet zo ver als gisteren, want we hebben weinig trek om weer de hele dag achter het stuur te zitten. In Port Alfred scoren we eerst een boek, want mijn leesvoorraad is bijna op. De winkel is eigenlijk al gesloten, maar op mijn belofte dat ik snel kan kiezen, mogen we toch nog naar binnen. Het wordt "The Da Vinci Code", een bestseller die momenteel erg in de belangstelling staat, omdat 'ie verfilmd gaat worden.

Op de camping lezen en luieren we wat. 's-Avonds gaan we een hapje eten in een lokale pup, op een paar honderd meter afstand van de campground. In tegenstelling tot de meeste horecagelegenheden is al het personeel er blank. We nemen het menu van de dag, rijst met garnalen (groot en klein). Het smaakt voortreffelijk. Na afloop drinken we (Irish) koffie aan de bar en kijken met een schuin (en jaloers!) oog naar de TV waar extreme ski en snowboardbeelden op vertoond worden. In de loop van komende week reizen weer veel vrienden van ons af naar Neukirchen. Dit jaar zonder ons.

In de bar is vanavond live-muziek. Een oude man met een paardenstaart en zijn synthesizer. Hij zingt allerbelabberdst slecht, maar de overige gasten waarderen het blijkbaar toch, want er wordt zelfs gedanst. Aan de bar zitten verschillende nationaliteiten. Naast ons Hollanders, een Zuid-Afrikaan, een Duits echtpaar en een Belg. We horen hoe de Belg aangesproken wordt door een (andere) Zuid-Afrikaan. Waar of hij vandaan komt? Op zijn antwoord zegt de Zuidafrikaan letterlijk (maar dan in het Engels): "Ik praat niet met jou, want de Belgen steunen ons blanken niet...". Schokkend!

Zondag 13 februari 2005 (19:45 Natiionaal Park Tsitsikamma)

[René>>] Ook vandaag doen we alles weer op ons gemak. Pas tegen elven rijden we weg. Om een uur of twee stoppen we in Jeffreys Bay voor een hamburger. Jeffeys Bay is een paradijs voor surfers, hoewel er vandaag, ondanks de stevige landwind, weinig hoge golven zijn. Er liggen wel een paar surfers in het water, maar spectaculair is het niet. Het schijnt een van de beste surfplekken op de wereld te zijn, vergelijkbaar met Hawai.

Ruwe zee, veel hout op het strand. Praatje gemaakt met de vissers.

We rijden nog een stukje verder en besluiten te overnachten in de Tsitsikamma nationaal park. Het is er niet goedkoop, maar het is dan ook een paradijsje. We staan hemelsbreed 25 meter van de Indische Oceaan. Er liggen grote rotspartijen in het water, waar de golven op stukbreken. Soms spuit het water een meter of 10 de lucht in. Waanzinnig mooie plek!

Plettenberg Bay ligt nog maar een kilometer of 60 westwaarts en daar begint de Garden Route. De komende dagen gaan we het er eens goed van nemen. In de Lonely Planet lees ik iets over Monkey Island, waar 200 apen van 14 verschillende merken verblijven. Helga is niet erg enthousiast...;-)

Maandag 14 februari 2005 (20:15 Natiionaal Park Tsitsikamma)

[René>>] Valentijnsdag vandaag, wat in Zuid Afrika, als we de radio mogen geloven, groots gevierd wordt. Reclamespotjes die beginnen met "Are you still single?...". We hebben wel een handvol varianten gehoord. Maar aan ons is het niet besteed.

Als we wakker worden staat er meer deining dan gisterenavond en we zitten, met een kop koffie, een half uur ademloos naar de branding te kijken. Inmiddels begrijp ik waarom het hier een surfersparadijs is. We willen een stukje gaan rijden, maar doen eerst wat boodschappen bij de kampwinkel. Er zit ook een kantoortje waar je diverse activiteiten kunt boeken. De Stormsriver Chalange lijkt ons wel wat. 110 meter abseilen, vervolgens 2,5 uur 'rivertubing' (in een soort autoband de rivier afzakken) en daarna een stuk moutainbiken. We informeren ernaar, maar je moet zoiets een dag van tevoren boeken. We doen het, want het kilometers vreten zijn we even zat. Morgenochtend om 8:00 worden we verwacht.

Na de boodschappen rijden we op ons gemak richting Plettenberg Bay. We nemen niet de N2, maar rijden over smalle weggetjes en een paar steile passen. In Plettenberg drinken we wat aan het strand. Het is een levendig, en erg toeristisch plaatsje.

Op de terugweg passeren we Monkey Land. Ondanks de bijna apen-fobie van Helga gaan we toch even kijken. Ze vangen er apen op die in gevangenschap geleefd hebben, bij particulieren, maar ook in dierentuinen. Onze gids kende ook de Apenheul. Sterker nog, er wonen twee apen die van de Apenheul komen. De rondleiding is erg interessant. De giids vertelt vol humor over de 13 verschillende soorten apen die er leven. Helga krijgt het nog even bijna te kwaad als we een gammele touwbrug van 100 meter over moeten steken met apen op de reling, maar ze bijt op haar tanden en haalt ongeschonden de overkant. Commentaar Helga: "het liep dun door m'n broek".

En daar moest ik tussendoor! Die apen zaten net iets hoger dan ooghoogte. BRRRRR Deze aap ging gezellig bij de tafel zitten waar mensen zaten. Gewoon erbij horen ..zeg maar..erg leuk.

In de Lonely Planet heb ik eerder al iets gelezen over de hoogste bungeejump in de wereld, hier in de buurt. Omdat we vanochtend niet over de N2 reden, hebben we 'm gemist, maar op de terugweg komen we erlangs. Nou ja, erlangs, eigenlijk rijden we eroverheen, want de sprong is vanaf de hoogste brug in Afrika, de Bloukrans brug, 216 meter hoog. Bungeejumpen is iets waarvan ik altijd al heb gezegd, dat wil ik een keer doen. Ik vind dat je 'alles' minstens één keer in je leven gedaan moet hebben. En als je dan toch zoiets doet, waarom dan niet direct de hoogste (commerciële) sprong in de wereld...;-)

Blaukransbridge.

We stoppen en nemen een kijkje. Voor Helga er erg in heeft sta ik al een formulier in te vullen en betaal voor de sprong. Ik heb nog niet eens iemand anders zien springen! Dat zie ik een kwartiertje later en ik krijg direct een kurkdroge mond. Kolere! Het is ECHT hoog en je valt ECHT een gigantisch stuk naar beneden. Later hoor ik dat de val tussen de 160 en de 180 meter is. Het duurt ongeveer 3 seconden voordat het elastiek op spanning komt en dan nog 4 seconden voordat je het laagste punt bereikt hebt.

We moeten nog een kwartier wachten, voordat we de brug op kunnen en we maken een praatje met een Schot. Hij is zo enthousiast, dat hij een tweede sprong gaat maken. Als we naar de brug lopen zijn we met zijn zevenen, 4 springers en 3 toekijkers. Onder de brug is een stalen frame aangebracht waarover je naar het midden van de brug kunt wandelen. Je kunt echter ook langs een kabelbaan. Dat lijkt me wel een aardige opwarmer. Het valt direct op hoe professioneel het personeel is, een hele geruststelling moet ik zeggen. Alles wordt gecheckt, gedubbelcheckt en zelfs getripplecheckt. Even later glij ik in een harnas onder de kabel naar het midden van de brug, waar ik door twee jongens opgevangen wordt.

Op het platform krijg ik te horen dat ik de laatste van de vier ben. Het maakt me niet zoveel uit. Kan ik de kunst een beetje bij mijn collega patiënten afkijken. Weer wordt alles 3 keer gecontroleerd. Zelfs als het personeel zichzelf ergens aanlijnt, controleert een collega of het in orde is. Nummer 1 wordt klaargemaakt. Strak gespannen gezicht. Onder begeleiding van twee jongens schuifelt hij naar de rand van het platform. Het volume van de housemuziek gaat op 10. Om vast een beetje in de stemming te komen... Dan wordt er afgeteld: 5, 4, 3, 2, 1, BUNGEEEEEE. Nummer 1 springt niet echt, maar laat zich maar een beetje slap voorover vallen. Dat ga ik dus anders doen. Het is tenslotte bungeeJUMPEN en niet bungeevallen. Als nummer 1 uitgestuiterd is gaat er een mannetje aan een kabel naar beneden om hem op te halen. Intussen wordt nummer 2 voorbereid. Ook hij springt niet echt. Intussen probeer ik me voor te stellen hoe het zal zijn als je daar op dat randje staat, armen wijd gespreid, en je kijkt 216 meter de diepte in.

Dan volgt de Schot, maar plotseling ben ik aan de beurt, omdat de Schot niet aan zijn enkels, maar aan zijn harnas springt. Dan val je achterover en zie je de brug terwijl je valt. Dat vergt een andere voorbereiding en dus ben ik aan de beurt. Ondanks de adrenaline voel ik me redelijk rustig. Het elastiek wordt aan mijn enkels vastgemaakt. Voor zover mogelijk controleer ik ook zelf of het goed gebeurt. Dan mag ik gaan staan en schuifel ik naar het randje. Shit! Is wel héééél erg diep. Maar veel tijd om alles op me in te laten werken is er gelukkig niet. Daar gaan we dan...5, 4, 3, 2, 1, Bungeeeeeee.

Ik zet af en spring alsof ik een zweefduik maak vanaf de hoge duikplank. Alleen dit keer geen verkoelend water na een fractie van een seconde. Ik blijf maar vallen en versnellen. 120 kilometer per uur, heb ik me laten vertellen. Windgeruis langs mijn oren. Dan voel ik hoe het elastiek zijn werk begint te doen en de val begint af te remmen. Ondertussen zie ik het dal nog steeds hard op me af komen. Niet dat ik bang ben, maar ik registreer het. Dan bereik ik het laagste punt en wordt weer omhoog gekatapuleerd. Zo val en stijg ik nog een keer of 5, tot ik nog maar langzaam op en neer bungel en van het prachtige uitzicht geniet.

Het moment......

Langs het elastiek zie ik mijn 'redder' naar beneden komen. Hij haakt me vast aan de staalkabel en even later worden we omhoog gehesen. Op het platform onder de brug wordt het elastiek losgemaakt. In de camera mag ik nog vertellen hoe het geweest is. Ik vertel dat je het eigenlijk een tweede keer zou moeten doen, om er echt van de genieten, omdat je de eerste keer nauwelijks tijd hebt om de ervaring te registreren. Het gaat zo snel.

Even later springt ook de Schot. Op het televisiescherm zien we hem achterover vallen. Als hij een paar minuten later weer boven is zegt hij dat het nog spectaculairder is dan een 'normale' sprong. Ik geloof hem op zijn woord... Eenmaal van de brug drinken we nog een biertje met de Schot. Hij werkt voor een oliebedrijf in Congo en is op een korte vakantie in ZA. We wisselen e-mailadressen uit en beloven de foto's die Helga ook van hem genomen heeft t.z.t. te mailen. We rijden terug naar de campground en gaan vroeg naar bed, want morgen moeten we vroeg op.

Dinsdag 15 februari 2005 (18:35 Knysna)

[René>>] Gisterenavond stuurde is nog een SMS naar mijn zus waarin ik vertelde over mijn jump. Vrijwel direct kreeg ik een SMS terug met "Tering, tering, tering..." en dat mijn moeder, die bij haar was, bleek weggetrokken was. Sommige dingen kun je ook maar beter niet van tevoren melden. Ze SMS'te ook dat de website sinds de 6e niet meer bijgewerkt is. Ik snap er niets van, want ik stuur braaf iedere avond een berichtje naar Flexwindow. We gaan in ieder geval proberen het probleem zo snel mogelijk op te lossen.

Anyway, we staan om 6:30 op. Snel een kop koffie (saai he), en op weg naar het dorpje waarvandaan onze Stormsriver Challange start. We worden opgevangen en moeten voor de -tigste keer een aansprakelijkheidsformulier invullen en ondertekenen. Het hoeft nog net niet wanneer je hier de weg wilt oversteken, maar het scheelt niet veel. Dat het voor deze activiteit moet, en gisteren bij het bungeejumpen, snap ik, maar zelfs bij een gamedrive in Kruger, wat me toch 100% veilig lijkt, moet je zo'n formulier invullen.

We zijn maar met zijn drieën. Naast ons is er nog een Amerikaanse, Stacey, waarmee we het direct goed kunnen vinden. We krijgen wetsuites en helmen uitgereikt en na de verkleedpartij gaan we op weg. Met een grote 4x4 worden we aan de rand van de kloof afgezet. We moeten een klein stukje lopen en komen dan bij de rand van de afgrond. Gelukkig zijn ook deze jongens erg professioneel en alles ziet er safe uit. William, onze begeleider, gaat als eerste, om ons beneden op te vangen. Twee andere jongens blijven boven om ons te helpen. Daarna wordt ik aangelijnd en mag ik naar beneden. Aan mijn harnas bungelt ook nog een andere helm en de tube. Na gisteren ben ik geloof ik nergens meer bang voor. Als ik over de rand ga, en de diepte in kijk, doet het me helemaal niets. Sterker nog, ik vind het wel mooi. In mijn eigen tempo roets ik naar beneden en een paar minuten later sta ik op een rots in het midden van het kleine riviertje. Ik blaas de tube op en ondertussen zie ik Helga in een redelijk tempo naar beneden komen. Later horen we van Stacey dat de jongens boven zeiden dat ze als een echte kerel naar beneden ging. Helga apentrots natuurlijk! Als laatste komt Stacey naar beneden.

Als even later alle tubes opgeblazen zijn, storten we ons in het water en zakken de Storms River af. Het is weinig spectaculair, want er staat weinig water en er zijn nauwelijks stroomversnellingen. Het uitzicht is daarentegen adembenemend, want op sommige stukken is de kloof slechts 2 meter breed, maar wel honderd meter hoog. Na een uurtje of twee zijn we bij het eindpunt. Nu nog even een 'klimmetje' uit de kloof. Het gaat ongeveer loodrecht omhoog. Buiten adem komen we boven, waar even later de 4x4 met onze spullen arriveert. Dan is het tijd voor een welverdiende lichte lunch.

Ondertussen verkleden we ons en worden de mountainbikes uitgereikt. Willen we 5, 10 of 22 kilometer fietsen? We kijken elkaar aan en besluiten voor de gemiddelde 10 te gaan. 22 kilometer lijkt ons net iets te veel van het goede, want het gaat niet alleen naar beneden, maar ook omhoog, en het is inmiddels 13:00 en het is warm. Even later fietsen we een klein stukje omhoog, om daarna een kilometer of 5 naar beneden te denderen. Eigen tempo natuurlijk, maar ik kan het niet laten om dat eigen tempo behoorlijk op te schroeven. Op de rechte stukken ga ik bijna maximaal, om daarna ruim voor de bocht stevig in de ankers te gaan.

Eenmaal beneden is het tijd voor een korte pauze en een slok water. Er staan een gedenksteen waarmee 13 mensen herdacht worden die in 2000 omgekomen zijn. Ik vraag William wat er gebeurt is. In het begin doet hij een beetje vaag over 'een ongeluk', maar als ik aandring krijgen we te horen dat ze aan het tuben waren, toen een dam een stuk verderop doorbrak. Alleen de begeleider heeft het overleefd, omdat hij zich bleef vasthouden aan zijn tube. Zwaargewond is hij pas 48 uur later van een richel gehaald. Het was hetzelfde bedrijf als waarmee wij vandaag op pad zijn. Ze konden er natuurlijk niets aan doen, maar het is niet iets om mee te koop te lopen.

Daarna gaan we dezelfde weg weer omhoog. Nu is het flink aanpoten geblazen in de laagste versnelling. Twee keer stop ik om even op adem te komen, maar eenmaal boven is het me toch meegevallen. Een tijdje later arriveren ook de dames ... lopend. De mietjes! Het laatste stukje naar het dorp gaat het vlak. Weer terug krijgen we nog een uitgebreidere lunch aangeboden we we smullen van een enorme hamburger en patat. We nemen afscheid van Stacey en rijden nog 70 kilometer naar Krysna. In Krysna willen we iets gaan doen, wat we nu nog even niet verklappen. Niet gevaarlijks hoor, maar we houden het nog even voor ons. Eenmaal op de campground bel ik het telefoonnummer dat we bij de VVV gekregen hebben en krijg te horen dat het alleen in het weekend kan. Balen, maar verderop richting Kaapstad kan het ook, dus gaan we het daar proberen.!

Woensdag 16 februari 2005 (17:15 geen idee hoe het hier heet...)

[René>>] Het website probleem is (hopelijk) opgelost. Vanaf 7 februari heb ik per abuis iedere keer een verkeerd wachtwoord meegestuurd met de e-mails naar Flexwindow (zie de Links pagina). Dat wachtwoord komt in de onderwerpregel, en als je die iedere keer kopiëert, tsja, dan blijft het natuurlijk fout gaan.

Vandaag een saaie, rustige dag. Ik ben helemaal in de ban van "The Da Vinci Code" en ook Helga leest zich helemaal suf. Tot het middaguur zitten we heerlijk in het zonnetje te lezen, tot we besluiten om toch nog maar een stukje te gaan rijden. Alles bij elkaar misschien een 80 kilometer en dan zoeken we alweer een campground op. Hoe het hier precies heet, weten we niet, maar het is in de buurt van Mossel Bay, waar de Garden Route alweer eindigt.

Die Garden Route valt ons trouwens zwaar tegen. We hadden het kunnen weten, want de Lonely Planet heeft het over "the much overhyped Garden Route". Het is hier mooi hoor, daar niet van, maar het is 'gewoon' een stuk kust dat erg toeristisch is. We zijn er in ieder geval niet van onder de indruk. De Drakensberg vonden we in ieder geval véél mooier.

Donderdag 17 februari 2005 (17:20 Hermanus)

[René>>] Het wordt zo langzamerhand een gewoonte, maar we doen weer rustig aan vandaag. We rijden op ons gemak richting het zuidelijkste puntje van Afrika, en dat is niet Kaap de Goede Hoop, maar een kilometer of 80 oostelijker. En dus staan we een paar uur later bij een steen met een pijl naar links "Indische Oceaan" en een pijl naar rechts "Atlantische Oceaan". Verder is er werkelijk niets te beleven, maar goed, we zijn er in ieder geval geweest.

Helga heeft wel nog even een wandeling gemaakt met de nodige foto's (Egyptian Goose). MMM, lekkere bananen. Jammer dat ze nog niet rijp zijn.

We rijden door naar Hermanus, een wat groter stadje, waar van alles te doen is, en waar we willen gaan... Bij aankomst rijden we eerst naar de lokale VVV en daarna naar het Backpackers 'hotel', waar we het ... reserveren voor morgenochtend. Daarna rijden we een paar kilometer door naar een campground. Deze is weer fenomenaal. We staan in de schaduw van een stel bomen en op 30 meter afstand de Atlantische Oceaan.

Vrijdag 18 februari 2005 (21:10 Hermanus)

[René>>] Gisterenavond hebben we erg lekker gegeten in een restaurantje op loopafstand van de campground. Ik had chili con carne waarbij de vlammen ongeveer uit mijn oren kwamen, maar lekker!!! Helga had een steak die er ook niet om loog. Na het eten dronken we nog koffie aan de bar en babbelden wat met de barkeeper en een paar lokale gasten.

Na het ontbijt worden we om 10:45 bij het hek opgehaald door Vernon van de Backpackers. We rijden een kilometer of 40 verder naar het westen, waar een een paar hoge duinen zijn. We gaan boarden! Niet snowboarden, maar sandboarden. Daarom deden we een klein beetje geheimzinnig, omdat veel van onze familie, vrienden en kennissen komende week in Neukirchen (Oostenrijk) lekker in de sneeuw zitten.

Welnu, wij gaan ook glijden. Afgezien van Vernon, zijn we met zijn zessen. Naast ons, nog een Iers en een Zuid Afrikaans stel. Laatstgenoemden werken als rangers in Botswana. Ze werken 3 maanden en zijn dan een maand vrij. Op onze sokken lopen we naar boven. We hebben geluk, want niet alleen heeft het afgelopen nacht niet geregend, en daar zag het gisterenavond wel naar uit, maar het is gelukkig bewolkt en dat scheelt nogal bij het naar boven lopen. Hier geen skiliften, maar met je board onder je arm, door het rulle, bijna spierwitte zand, naar boven lopen. Onder een strak blauwe hemel moet dat zwaar afzien zijn.

Het sandboarden is vrijwel identiek aan boarden in diepe sneeuw. Gewicht ietsje naar achteren en glijden maar. Waxen is extreem belangrijk, want zonder wax sta je onherroepelijk stil en na 2-3 bochten is de meeste wax er al weer af. Nu is de afdaling niet zo lang, misschien 150 meter, dus het is geen ramp. Geen dikke boots en bindingen, maar gewoon met met je voeten plat op de plank en wat klittenband. Het is fun!!! Behalve het ieder keer weer naar boven lopen dan, maar dat went gelukkig snel.

Het is net als in de sneeuw.... Helga is zo enthousiast. Iedereen is moe en wil stoppen. Helga gaat nog een keertje. Wij wachten wel!

Vernon is een verhaal apart. Hij heeft nog nooit in zijn leven sneeuw gezien, maar board (pas sinds een jaar!) als de besten. Als hij een sprong maakt vanaf een hobbel, kan ik het natuurlijk niet laten om het ook te proberen. De eerste keer heb ik niet genoeg vaart, maar de tweede keer gaat het goed. Helga heeft de smaak ook te pakken en blijft onvermoeibaar naar boven lopen. Ondertussen maken we tientallen foto’s van elkaar en van de rest.

Na een uurtje of drie is iedereen versleten en houden we het voor gezien. Vernon nodigt ons uit om bij de Backpackers te komen. Ze hebben geen campground, maar we kunnen op de parkeerplaats staan. Het lijkt ons wel wat, vooral vanuit sociaal oogpunt, en het is ook nog eens goedkoper dan een campground. Het is er erg gezellig en als we de foto's op de laptop gedownload hebben, wil iedereen ze natuurlijk zien.

Als we 's-avonds in een restaurantje wat zitten te eten vragen we ons af welke dag het eigenlijk is. We vragen het aan de tafel naast ons en voor we het weten worden we uitgenodigd om morgenochtend de zee op te gaan om op kreeft te gaan vissen. Hij is eigenaar van diverse bedrijven en verteld vol trots dat hij Mandela niet minder dan 7 keer ontmoet heeft. Hij laat zelfs een foto zien. Later verteld hij dat hij als lid van het ANC ook twee keer gearresteerd is. Hij praat wel ontzettend veel en eigenlijk vind ik hem knap vermoeiend, maar tegelijkertijd ook weer interessant, dus we besluiten op zijn uitnodiging in te gaan. We spreken af dat hij ons de volgende ochtend om 7:30 ophaald.

Zaterdag 19 februari 2005 (17:30 Stellenbosch)

[René>>] Als we wakker worden regent het pijpenstelen. Niet onverwacht gaat om 7:15 de telefoon en moeten we onze afspraak vanwege het weer annuleren. Jammer, maar het is niet anders.

We ontbijten bij de Backpackers en drinken de ene koffie na de andere in afwachting van droger weer. Maar het wordt niet droog en om een uur of elf besluiten we toch maar te gaan rijden. Bestemming Stellenbosch, een kilometer of 80 verderop. We rijden over een prachtige weg langs de oceaan. Het uitzicht is adembenemend, temeer omdat er veel wind en een forse deining staat. Tegen de tijd dat we in Stellenbosch arriveren klaart het op en is het weer (weer) prachtig. Vernon heeft vanochtend voor ons de Backpackers in Stellenbosch gebeld, en ook daar kunnen we op de parkeerplaats staan. We checken in, drinken wat en gaan daarna het prachtige stadje te voet verkennen.

Gewoon een mooi plaatje van een baai.

Het stadje ademt 300 jaar historie. Prachtige monumentale panden, waaronder een opslagplaats voor kruit van de VOC. Schitterend! Als we op een terrasje wat drinken horen we operastemmen. We denken eerst dat het uit een speaker komt, maar even later wrijven we vol verbazing in onze ogen. Kan niet waar zijn! Er staan twee zwarte jongens van hooguit 14 jaar prachtige aria's te vertolken. We hebben geen verstand van opera, maar het klinkt fantastisch. Ze staan een meter of 20 verwijderd van het terras, maar even later nodigt de manager ze uit om op het terras te komen zingen. We bestellen nog een extra koffie en geven de jongens een bovengemiddelde fooi. We zijn niet de enigen die hun stemmen waarderen, want ze doen goede zaken. We wanen ons weer even in Italië.

Stellenbosch

Zondag 20 februari 2005 (20:00 Chapman's Peak, 25 km ZW van Kaapstad)

[René>>] Gisterenavond hebben we bij de Backpackers lekker van de braai (bbq) gegeten. Er was een groep van 20 jongeren die met een truck heel Afrika doorkruist hebben, letterlijk. Niet minder dan 17 weken geleden zijn ze vertrokken uit Istambul en afgelopen nacht was het hun laatste overnachting. Britten, Amerikanen, Nieuw Zeelanders, Australiërs en een Chileense. Het was dus héél erg gezellig. We raakten aan de praat met een Amerikaanse uit Alaska. Ze woont aan de kust in een vissersdorpje met ca. 2500 inwoners. Beroep? Visser! Geen dagtripjes of zo, nee, het echte werk, regelmatig een week of langer op zee. Ja, ze gaf wel toe dat het een beetje bijzonder was, maar ze wist niet beter, want ze kwam uit een vissersfamilie. We hebben e-mail adressen uitgewisseld, want komende maand gaat ze nog naar Sicilië en Sardinië. We hebben aangeboden dat ze, met haar 2 vriendinnen, best 1 of 2 nachten bij ons aan boord kan slapen. We zullen zien of ze van ons aanbod gebruik maakt.

Vanochtend redelijk bijtijds op, want we willen wijn gaan proeven. Eerst ontbijten we op een terrasje in Stellenbosch. Stomtoevallig komen we er het Ierse stel tegen, waarmee we 2 dagen geleden gesandboard hebben. De wereld, en dus ook ZA, is klein. Ook met hun wisselen we e-mail adressen uit, want er moeten wat foto's over en weer gezonden worden. Na het ontbijt rijden we eerst 20 minuten faliekant de verkeerde kant op. Als we de goede richting toch gevonden hebben, rijden na een half uurtje de parkeerplaats op van een wijngaard. Nou ja, wijngaard, het is, zoals de meeste hier in de omgeving, een serieus landgoed. Schitterende wit gepleisterde koloniale gebouwen, omgeven door velden vol druiven. Echt prachtig! Binnen proeven we 3 witte en 5 rode wijnen. Ik ben niet echt voor dat vak geboren. Ik vind een wijn lekker of niet, maar de smaaknuances typeren, dat is echt niet aan mij besteed. Helga is er stukken beter in en kan ook onderscheid maken tussen de verschillende ingrediënten.

Rode duinen.

Even tussendoor: Helga heeft zojuist de afwas gedaan (de schat!) en komt terug met de mededeling dat we zijn uitgenodigd voor een kop koffie. Ik moet dus opschieten.

Terug naar de wijn. Het is pas 11:00 dus we slikken niet te veel door. We besluiten een fles witte Sauvignon te kopen. De kosten voor het proeven worden in mindering gebracht op een eventuele aankoop en ook kwalitatief goede wijn is hier niet duur.

We rijden weer een stukje en bezoeken een leeuwenpark. Het is een particulier initiatief waar leeuwen die in gevangenschap opgegroeid zijn, worden opgevangen en een goed thuis krijgen. Ze hebben 13 volwassen leeuwen, waaronder 5 mannetjes. Verder 2 welpjes, van 8 en 13 weken. De welpjes zijn schattig! Het jongste welpje is pas gisteren gearriveerd en de twee kleintjes moeten nog erg aan elkaar wennen. Het is een warme dag, dus de volwassen leeuwen zijn niet erg actief. Twee mannetjes besluiten wat te gaan drinken, zodat we ze toch nog even zien slenteren. Indrukwekkende dieren.

Ze kennen elkaar nog maar een dag. Jammer dat ze in een kooi leven in een land met zoveel ruimte voor natuur. Resultaat van mensen.

We lunchen in een restaurantje bij een wijngaard en besluiten na afloop het wijnproeven maar voor gezien te houden, want we willen nog naar Kaapstad en daar moeten we eerst nog een campground zien te vinden. Het blijkt een goed besluit, want pas tegen zevenen vinden we er een, 25 kilometer buiten de stad. De imposante tafelberg zagen we al vanaf tientallen kilometers liggen. Zo, en nu gaan we koffie drinken.

Bij zonsondergang nu eerst nog een foto van de maan. Dat vergeet ik iedere keer. Jammer dat de maan nu zo VOL is.

Maandag 21 februari 2005 (22:00 Kommetje, 30 km ZW van Kaapstad)

[René>>] Gisterenavond nog gezellig koffie gedronken bij een Nederlands echtpaar dat al 25 jaar in ZA woont. Stom, maar we zijn hun namen vergeten. Hij is een gepensioneerde hockey-coach en zijn vertrek naar ZA heeft indertijd in de media nogal wat stof doen opwaaien. We hebben het over van alles gehad, Nederland, ZA, politiek, sport en noem maar op. We gingen natuurlijk veel te laat naar bed.

We staan bijtijds op en zitten op 7:15 al in de auto, op weg naar Kaapstad. Als we de pas over de Steenberg gehad hebben rijden we zo de file in. Dat is lang geleden! We zijn haast vergeten hoe het is. Stapvoets rijden we richting Kaapstad. Om kwart over acht zijn we bij de gondel die ons naar de top van de Tafelberg brengt. We zijn zeker niet de eersten, maar echt druk is het gelukkig nog niet.

Het weer is perfect, want er is geen bewolking op de berg. Dat is vaak anders, want de warme oceaanlucht condenseert bij het opstijgen en vormt dan een wolkendek over de bergrug. Eenmaal aan de andere kant, lost de bewolking weer op. We hebben het een paar keer gezien en het lijkt echt een witte wollen deken. Heel apart!

Boven smullen we van een ontbijt met een adembenemend uitzicht op Kaapstad en de achterliggende Atlantische Oceaan. Na het ontbijt wandelen we wat over de berg en nemen rond de middag de gondel weer naar beneden. We rijden naar de Waterfront, het gebied rond de haven, dat naast de havenactiviteiten ook sterk gericht is op toeristen met tientallen, restaurants, café's en winkels. Ook de ferries naar Robbeneiland vertrekken vanaf de Waterfront en dat willen we vanmiddag gaan doen. We hebben geluk, want er is nog plek op de ferry van 13:00.

Uitzicht vanaf de Tafelberg met in de verte Robbeneiland.

We eten nog snel even wat en bijna als laatste monsteren we aan op de supersnelle ferry. In minder dan een half uur leggen we aan in het haventje op Robbeneiland. Met Vagebond zouden we daar minstens 6 keer zo lang over doen. Zoals we al in de Lonely Planet gelezen hebben is de 2,5 uur durende trip veel te kort, maar het is niet anders. Iedere toerist wil naar Robbeneiland en een langer verblijf zou betekenen dat minder mensen het eiland kunnen bezoeken. Uiteraard zal omzet ook een rol spelen. Desalniettemin is het een interessant uitstapje.

We worden door een ex-gevangene door de gevangenis rondgeleid waar ook Nelson Mandela 18 jaar gevangen gezeten heeft. De ex-gevangene heeft er van '83 tot '90 vastgezeten. Veroordeeld voor "terrorisme" wegens participatie in rellen. Eerst in een zaal met 60 andere gevangenen, maar hij was "lastig", dus de laatste jaren "mocht" hij in eigen cel (18 uur per dag in de cel!).

Dit hebben de gevangen als uitzicht gehad. Wat zijn ze klein en grappig.

Uiteraard zien we ook Mandela's cel. Hooguit een beklemmende 9 vierkante meter. Al met al geeft de rondleiding door de gevangenis een beklemmend gevoel, en ondanks het feit dat het inmiddels een toeristische attractie is, maakt het toch ongelooflijk veel indruk. Na de gevangenis worden we in een bus over het eiland rondgereden. We zien de graven van lepraslachtoffers die eind 19e en begin 20e eeuw naar Robbeneiland verbannen werden. Ook zien we de afzonderlijke 'privé' gevangenis waar PAC leider Robert Sobuke vastgezeten heeft. Van dat verhaal ben ik zo onder de indruk dat ik bij terugkomst in de haven een boek over zijn leven koop.

Terug in Kaapstad slenteren we nog wat rond door de Waterfront, alvorens we weer richting een camping rijden op het schiereiland. We rijden naar een andere camping, een kilometer of 5 verderop. Maar eerst eten we een hapje in een visrestaurant. We besluiten eens gek te doen en bestellen een uitgebreide schotel voor twee personen met crayfish (soort kreeft), inktvis, garnalen en mosselen. We hebben al diverse keren lekker gegeten in ZA, maar dit slaat alles. Voortreffelijk!

Dinsdag 22 februari 2005 (18:15 Melkbosstrand)

[René>>] We staan iets later op dan gisteren (7:00) en rijden weer naar Kaapstad. Net als gisteren sluiten we weer achter in de file aan.

Een snapshot van een plattelandsdorpje. Deze ruiter ziet er rijk uit (zadel, hoofdstel, schoenen).

We bezoeken het District Six museum. District Six was een wijk in Kaapstad waar kleurlingen en zwarten woonden, tot de wijk in 1966 tot "wit gebied" verklaart werd. In 1982 was het een braakliggend gebied geworden en waren 60.000 mensen gedwongen verhuisd naar townships, hun huizen door bulldozers met de grond gelijkgemaakt. Het museum schetst een beeld van het leven in District Six en wat er in de periode na 1966 gebeurde. Het is ook een ontmoetingsplaats voor voormalige inwoners van de wijk. Op de grond ligt een grote kaart, waar mensen met viltstift hun namen hebben geschreven, daar waar ze gewoond hebben. Ook vele VIP's hebben het museum al bezocht, Mandela, Al Gore, Beatrix, om er maar een paar te noemen.

Daarna rijden we weer naar de Waterfront waar we het Two Oceans Aquarium bezoeken. Het is prachtig! We vinden het mooier dan het aquarium in Blijdorp en het aquarium in La Coruna dat we bezocht hebben. Vooral de spider crabs maken indruk. Gigantische krabben die aan de Japanse zuidkust voorkomen. Volwassen mannetjes kunnen wel tot een meter hoog groeien. Op de terugweg naar de camper drinken we nog wat en kopen als souvenir een t-shirt van de ZA'se reddingsbrigade. Verder krijgt Helga eindelijk haar zin en koop ik waterbestendige sandalen, zodat mijn zo gekoesterde slippers van minstens 15 jaar oud weggegooid kunnen worden. Met een beetje weemoed verlaten we Kaapstad en rijden een kilometer of 50 noordwaarts alvorens we een campground oprijden.

Waterfront met de Tafelberg op achtergrond. Prachtig hoe de condenswolk er overheen valt. In het water zijn robben aan het spelen. Ze hebben een eigen terrasje wat veel aandacht trekt.

Woensdag 23 februari 2005 (19:00 Vanrhynsdorp)

[René>>] Helga heeft gisteren nog een wasje gedraaid, maar dat moet, voordat we kunnen vertrekken, eerst nog in de droger. Die is echter bezet door een vrouw, die niet echt haast wil maken. Zodoende rijden we pas tegen het middaguur weg. Noordwaarts over de N7. Het landschap is compleet anders dan dat we tot nu toe gezien hebben. Met elke kilometer wordt het droger en dorrer. Alleen bij riviertjes of daar waar mensen ingegrepen hebben, groeien bomen. Verder is het landschap heuvelachtig en kaal op wat lage struiken na. Anders, maar daarom niet minder mooi. Rond een uur of 17:00 vinden we een campground in Vanreynsdorp.

Semi-woestijn, een van de vele uitzichtfoto's. Weavers zijn super nestenbouwers. Sommige stroompalen staan scheef door de enorme grote nesten die ze erin gebouwd hebben. Om een idee te geven: Van veraf lijkt de stroompaal op een stuisvogel.

Donderdag 24 februari 2005 (17:00 Augrabies Falls Natiional Park)

[René>>] Ons plan om vroeg (8:00) te vertrekken wordt wreed verstoord als Helga tijdens de afwas aan de praat raakt met een Nederlands / Zuid Afrikaans stel. Hij woont inmiddels 25 jaar in ZA, maar spreekt nog uitstekend Nederlands. Ze hebben diverse tips voor ons, maar trekken zich weinig aan van ons commentaar dat we over een paar dagen in Johannesburg moeten zijn. Ze zijn erg aardig, maar houden ons een beetje op. Uiteindelijk gaan we rond 9:00 rijden.

We willen naar Augrabies Falls National Park, een afstand van zo'n 600 kilometer. We rijden door Namaqualand, een dun bevolkt deel van de Northern Cape provincie. Het landschap is kaal, bijna woestijn. In het voorjaar moet het hier prachtig zijn. Na de regen in de winter is er hier een ware explosie van bloemen. Bij Springbok draaien we de N14 op. Op een enkele flauwe bocht na, is de weg kaarsrecht en voorzien van uitstekend asfalt. Een echte racebaan. Dat moeten de overheid ook gedacht hebben, want met een vergunning mag je hier 250 km/u rijden. Dat mag in Duitsland ook, maar gek genoeg komen ook Duitse autofabrikanten hier hun modellen testen. Wellicht vanwege de warmere omstandigheden hier. Een BMW cabrio met grootlicht aan komt ons als een raket tegemoet. Hij is voorbij voor we er erg in hebben. N.b. het is hier geen 4 of 6-baans Autobahn met gescheiden rijbanen, maar een simpele 2-baans weg, in Nederland een provinciale weg.

Grote en hele lange sproeiinstallaties. Een cactus achtige boom. Naam Aloe.... Prachtige exemplaren.

Wij sukkelen met 110 km/u verder en rijden na Pofadder de Kalahari in. De afstand tussen Springbok en Kakamas (vlakbij Augrabies Falls) is ruim 300 kilometer en alleen Pofadder kun je een plaatsje noemen, verder is er op een enkele nederzetting na, helemaal niets. Alleen het asfalt en de houten electriciteitspalen langs de weg, herinneren nog aan beschaving. Fantastisch!

Bij Kakamas verlaten we de N14 en rijden richting het park. Vanwege het vele water in de Oranje Rivier worden hier weer veel druiven, en ook dadels geteeld. Het is een raar gezicht, want het oorspronkelijke landschap is nog steeds vrijwel kaal, maar door moderne irrigatiemethoden zie je overal knalgroene en vierkante velden. We checken in in het park en lopen direct naar de waterval. Zelfs al stroomt er momenteel niet zo veel water door de rivier, hij is nog steeds indrukwekkend. Hij doet een beetje denken aan de Grand Canyon in de Franse Alpen. We besluiten morgen vroeg op te staan om de "Dassie trail" te lopen, een wandeling van zo'n 3 uur. We eten wat in het restaurant in het park. Helga klipspringer (klein hertje) en ik een kudu-steak. Het smaakt voortreffelijk!

Vrijdag 25 februari 2005 (15:30 Upington)

[René>>] Om 5:45 gaan we eruit en na een kop koffie beginnen we aan de Dassie trail, die op een steenworp afstand van ons plekje begint. De wandeling doet zijn naam eer aan, want we zien tientallen dassen. Ook komen we tot Helga's 'vreugde' een stel bavianen tegen. Ze zijn echter nog banger voor Helga dan andersom, dus zonder incidenten gaan we verder. We hebben een spectaculair uitzicht op de rivier, onder ons in de canyon. We klauteren over rotsen en zien de zon boven de canyon opkomen. De temperatuur schiet direct met graden omhoog.

En ja hoor een Dassie. Je ziet er meer maar ze zijn erg schuw. Het is een leuke afwisselende route. Absoluut niet moeilijk. Taterataaaa.......

Rond 9:15 zijn we weer terug op de campground. We lezen wat en ontbijten. We zijn lui en pas tegen 13:00 besluiten we om toch nog een stukje te gaan rijden. Het wordt Upington, slechts 80 kilometer oostwaarts. Er zijn twee campgrounds. We kiezen voor de campground op een eiland in de Oranje Rivier. Het is er erg gecultiveerd, en van de rivier zien we niets.

Zaterdag 26 februari 2005 (19:30 Kimberly)

[René>>] Gisterenmiddag was het nog even spanning en sensatie op de campground. Politiemannen met getrokken pistolen renden in het rond, kennelijk op zoek naar een verdachte. We zagen zeker 10 agenten en later cirkelde ook een vliegtuigje in het rond. We stonden er vol verbazing naar te kijken en raakten aan de praat met onze buurtjes. Het bleken ook Nederlanders te zijn, Ria en Stephan. Ze zijn 5 weken geleden uit Kaapstad vertrokken met hun 4x4, op weg naar Nederland. Ze houden ook een website bij. Wij gingen in het stadje nog een hapje eten en bij terugkomst hebben we tot na middernacht met ze geborreld. Erg gezellig! Inmiddels begrepen we ook dat de politie de verdachte aangehouden had.

Nu kun je zien hoe groot sommige palmbomen zijn. Deze zijn nog klein in vergelijking met sommige gewone bomen.

Vanochtend rijden we om 9:00 weg, op weg naar Kimberly, een kilometer of 400 naar het oosten. Kimberly ontleent zijn bestaansrecht aan diamanten, die in 1869 ontdekt werden. De befaamde "De Beers" mijnen ontstonden in Kimberly, en de Brit Cecil John Rhodes maakte er zijn fortuin. Hij werd de rijkste man van Zuid Afrika. De grootste attractie is "The big hole", het grootste, met de hand gegraven, gat (een mijn) ter wereld. Het gat is 800 meter diep. Er is ook een museum, dat een beeld geeft van de omgeving en de werkzaamheden in de 19e eeuw. We willen er morgen heen.

Kimberly heeft twee campgrounds. De eerste, vlakbij "The big hole", staat ons niet aan, want er is niemand aanwezig en we zijn de enige kampeerders. De tweede staat behoorlijk vol, maar is verder een verhaal apart. Er is geen kantoortje, maar we worden ontvangen in een soort plastic iglo met een vloeroppervlakte van hooguit 35 m2. Er staat een tweepersoonsbed en nog twee eenpersoonsbedden en verder nog wat kasten. Je kunt er je kont niet keren. De bewoners beheren de camping en zijn overduidelijk niet erg bemiddeld. Als we een plekje gevonden hebben en een fles wijn opengetrokken hebben krijgen we een beeld van de rest van het publiek. We tellen minstens 4 stomdronken mannen, waarvan er één tot drie keer toe bij ons iets komt vragen. Als hij hoort dat we uit Nederland komen, komt er een lallende vraag over Amsterdam en of er zoiets bestaat als de wallen. Als ik vertel dat dat een hoerenbuurt is, loopt hij schaterlachend weg. Verder lopen er nogal wat mensen waarvan we denken: "die zijn niet helemaal goed". Een half uurtje geleden scheurde er een stokoude Ford Taunus weg over het gravelpad, de hele camping achterlatend in een dichte stofwolk. Het lijkt erop dat er hier nogal wat mensen permanent wonen en nu het weekend is, grijpen ze naar de alcohol. Triest, maar verder lijkt het er wel gemoedelijk aan toe te gaan. We vermaken ons in ieder geval prima!

Zondag 27 februari 2005 (20:00 Suikerbosrand Nature Reserve)

[René>>] Om 8:00 verlaten we de trieste 'camping' van Kimberly. We bezoeken het Big Hole museum, feitelijk een replica van het stadje, 130-140 jaar geleden. Het is een verzameling van gebouwen, winkels en huisjes. Er is een kerk, een bar, een kapper, een drogist, een bank, en ga zo maar door. Erg fraai gedaan. De meeste gebouwen kun je binnen, en binnen hangen dan foto's e.d., meestal voorzien van begeleidende tekst. Ook wordt veel aandacht besteed aan de De Beers, Cecil John Rodes en het beleg van 124 dagen van Kimberly tijdens de Boerenooirlog. Om vrouwen en kinderen te beschermen tegen de kanonnen van de boeren, vonden ze gedurende enkele dagen beshutting in de mijnschachten, 300 meter onder de grond. Ook bouwden medewerkers van de De Beers gedurende het beleg in enkele weken tijd een gigantisch kanon. Tenslotte is er ook een uitstalling van (replica's van) ’s-Werelds beroemdste diamanten. Kortom, een fraai en leerzaam museum.

Na het middaguur verlaten we Kimberly en rijden de 500 kilometer naar het Suikerbosrand Nature Reserve, een park onder de rook van Johannesburg. Morgen willen we op ons gemak de tas inpakken en de camper een beetje schoonmaken, zodat we ons dinsdag, wanneer we de camper weer in moeten leveren, niet hoeven te haasten. Na wat zoeken vinden we de camping en is het bijna donker.

Maandag 28 februari 2005 (20:00 Suikerbosrand Nature Reserve)

[René>>] Oh ja, dat was ik nog vergeten, nou ja, niet vergeten, maar vergeten er melding van te maken. Gisteren was ik natuurlijk jarig en werd ik 39 (en geen 40, zoals "sommige" schoonouders dachten...;-)

Als ik wakker wordt en de deur van de camper open doe, sta ik oog in oog met een paard, op nog geen 5 meter afstand. Helga is er natuuurlijk als de kippen bij om het dier een appeltje te voeren. Gisterenavond, toen het donker was, had ik al paarden gehoord. Ze lopen los over de camping. We gaan informeren bij de receptie of we paard kunnen rijden, maar helaas, buiten het seizoen kan dat alleen in het weekend. We kunnen natuurlijk zelf een paard vangen, maar zien daar toch maar vanaf.

Met een heerlijk hapje zit het beestje me (veilig) aan te kijken vanuit de hoge boom. Mensen blijven de dieren voeren. Het zijn vreselijk grote (mooi maar enge) apen die daardoor uiteindelijk gevaarlijk worden en afgeschoten moeten worden.

We besluiten om dan vandaag maar helemaal niets te doen. Nou ja, bijna niets, want Helga heeft nog 'zin' om een paar wasjes te draaien, zodat we met schone spullen weer aan boord gaan. Verder lezen we wat en wandelen over de prachtige camping.

Dinsdag 1 maart 2005 (19:00 Johannesburg International Airport)

[René>>] We pakken de tassen op ons gemak in, maken de camper schoon en nemen nog een douche. Tegen 13:00 rijden we weg voor de resterende 50 kilometer naar Bobo campers in Kemton Park, vlak bij het vliegveld. Na wat administratieve handelingen worden we naar het vliegveld gebracht, waar we nog wat tax-free inkopen doen.

Woensdag 2 maart 2005 (16:10 Frankfurt Hahn)

[René>>] Was het op de heenvlucht naar ZA al warm in het vliegtuig, de terugvlucht is het zo mogelijk nog warmer. De eerste uren is het echt niet te harden. Zo'n beetje alle passagiers zitten te zweten en ondanks herhaaldelijk klagen bij de crew daalt de temperatuur nauwelijks. Pas halverwege de nacht daalt de temperatuur in het toestel tot een dragelijke temperatuur. Ik weet nog wat uurtjes te slapen, maar Helga slaapt nauwelijks.

Na de landing op Heatrow moeten we nog een half uur wachten voor er een gate beschikbaar is. Het heeft gelukkig geen gevolgen voor onze aansluiting naar Frankfurt, die om 7:15 vertrekt. Eenmaal daar weten we na wat zoeken de juiste bus te vinden die ons in een kleine 2 uur naar Frankfurt Hahn brengt. Daar lunchen we en worden vervolgens om 15:00 opgehaald door een busje van het hotel. We hebben precies dezelfde kamer. We kopen voor het avondeten wat broodjes en beleg bij de supermarkt om de hoek.Het hotel wil ons, net als vorige keer, vanavond best naar een restaurant brengen, maar we moeten morgen vroeg op (4:30) en we willen vroeg naar bed. Voor eventuele bellers en SMS'ers: ons ZA-nummer is niet meer. Vanaf nu is het weer ons 'oude vertrouwde' Italiaanse nummer (zie de Contact pagina).

maart 2005