FAQ - Frequently Asked Questions (Veel Gestelde Vragen)
Aangezien sommige vragen ons regelmatig gesteld worden, leek het ons een goed idee om een aantal Frequently Asked Questions (Veelgestelde Vragen) op te nemen. Mocht je een bepaalde vraag hebben die hier niet voorkomt, schroom dan niet om contact met ons op te nemen.
Zijn jullie dan 2 jaar aan het varen?
Nee. We vertrekken voor de duur van 2 jaar, maar zullen
niet 2 jaar ononderbroken varen. Veelal zullen we dagtochten maken, soms
wat langere tochten tot
maximaal 3 - 4 etmalen en een enkele keer een echt lange tocht. De
langste tocht is de oversteek van de Canarische eilanden naar het Caribisch
gebied.
We zullen dan 2,5 – 3 weken onderweg zijn (december 2005).
We schatten in dat we 20-25% van de tijd echt zullen varen. Voor de overige tijd liggen we in havens of voor anker. Naast water en havens willen we natuurlijk meer zien, dus zullen we geregeld een auto huren of het openbaar vervoer gebruiken.
Is dat niet gevaarlijk, een oceaan oversteken?
Gevaarlijk is natuurlijk een subjectief begrip. Parachutespringen is ook
gevaarlijk, autorijden in het centrum van Rotterdam ook. Veel hangt natuurlijk
af van de uitrusting, voorbereiding en het seizoen waarin de oversteek gemaakt
wordt.
De ‘regels’ die Columbus 500 jaar geleden al hanteerde, gelden vandaag de dag nog steeds. Het orkaanseizoen in het Caribisch gebied loopt tot ca. eind oktober. Tel er voor de zekerheid nog een maand bij op en de beste tijd om te vertrekken is eind november / begin december. Er waait dan een stabiele noordoost passaat (gemiddeld kracht 5-6) die je relatief eenvoudig naar de overkant blaast.
In feite is de oversteek van Engeland naar noord Spanje risicovoller. De golf van Biskaje is berucht om zijn stormen. De overtocht duurt dan maar zo’n vier etmalen, de kans op een plotselinge omslag in het weer is groter. Het weer in noordwest Europa is instabieler dan in de subtropen.
Hoe zit
het met slapen tijdens zo’n oversteek?
Ten eerste hoeven we gelukkig niet zelf te sturen. We beschikken over
twee stuurautomaten, één elektrische en één
mechanische (de windvaan). Aangezien stroom aan boord een schaars goed
is, zullen we
de windvaan het meeste gebruiken. Die stuurt overigens steeds beter
naarmate het harder gaat waaien. Bij de elektrische stuurautomaat is
dat precies andersom.
Ook al stuurt de boot dan zichzelf, toch zullen (lees: kunnen) we niet samen gaan slapen. Op de drukke Noordzee is dat sowieso ondenkbaar, maar ook op de oceaan kun je andere scheepvaart tegenkomen. Zeeschepen varen veel sneller dan wij. Vanaf het moment dat er een schip aan de horizon verschijnt kan zo’n schip binnen een kwartier bij je zijn. Ook die schepen varen op een stuurautomaat en je kunt er niet blindelings op vertrouwen dat ze jou zien. Dus lopen we wacht.
Afgelopen zomer hebben we met de oversteek naar Noorwegen (en terug) goede ervaringen opgedaan met een “3 uur op – 3 uur af” systeem. Dit systeem volgen we tussen 21:00 en 9:00. Dan slapen we ieder zo’n 5,5 uur effectief. Gedurende de dag pakken we dan nog 1 of 2 uur slaap, al naar gelang de behoefte.
Zijn jullie niet bang voor storm?
Lastige vraag. Een echte storm hebben we nog nooit meegemaakt. Volgens de
schaal van Beaufort (zie ook Meteonet)
is windkracht 9 “storm”. Tot op heden hebben we op open zee
een paar keer “harde” wind meegemaakt en dat is windkracht
7. We vonden dat niet meer relaxed zeilen, maar waren zeker niet bang.
Het zijn wel omstandigheden waarbij je onder de indruk raakt van je omgeving
en de krachten die uitgeoefend worden op het materiaal (romp, zeilen,
mast). Overigens is het niet de wind die imponeert, maar de golven en
met name
de brekers.
Afhankelijk van een aantal factoren denken we windkracht 8 goed aan te kunnen en misschien zelfs windkracht 9. Zouden we bij windkracht 8 of 9 een haven moeten aanlopen aan lagerwal (= wind waait in de richting van het land = gevaarlijk), dan zouden we waarschijnlijk wat “onrustig” worden. Als we in een dergelijke situatie verzeild zouden raken, dan zouden we ervoor kiezen om op open zee de storm ‘uit te rijden’ en de haven pas aanlopen onder rustiger omstandigheden.
Windkracht 8 zullen we wellicht best meemaken, maar de kans op storm of erger is niet zo groot. Bij een voorspelling van 6-7 of meer blijven we liever in de haven liggen. Je hebt het echter niet altijd in de hand. Sommige tochten duren nu eenmaal een paar dagen en (het weer) voorspellen is moeilijk, vooral als het om de toekomst gaat…;-)
Zijn jullie
niet bang voor piraten?
Nee, in het geheel niet. Er zijn een paar gebieden in de wereld waar
je een verhoogd risico loopt, maar daar komen we niet in de buurt.
De Golf van Aden, voor de ingang van de Rode Zee, is bijvoorbeeld berucht.
En ook in het Verre Oosten en in Midden Amerika zijn enkele risicogebieden.
Diefstal is natuurlijk wél een punt van aandacht. Wanneer we van boord gaan, gaat de boel altijd op slot en in sommige gebieden zullen we ’s-nachts de dingy (bijboot) aan dek halen.
Wat gaan
jullie bij terugkomst doen?
Zomer 2006 komen we terug in Nederland. Wat we dan gaan doen en
waar we dan gaan wonen, weten we nog niet. Qua woonplaats heeft
Helga een voorkeur voor Rhenen, maar René zou liever in
de buurt van groot water wonen. Ook wat werk betreft hebben we
nog geen idee. We zijn niet financieel onafhankelijk, dus de schoorsteen
zal weer moeten roken. René zegt wel eens gekscherend: “misschien
ga ik wel oliebollen verkopen”.
Hoe komen we met jullie
in contact?
Zie de contact
pagina.
Hoe hebben
jullie je voorbereid?
Afgezien van veel zeilen en zodoende het schip leren kennen, vooral
lezen, lezen en nog eens lezen. Onvoorstelbaar hoeveel informatie
er op het internet te vinden is. Websites van andere vertrekkers
bevatten vaak nuttige informatie. Een echte aanrader is de site
van de Pinical.
De meeste websites
van vertrekkers zijn te vinden op de website van het blad Zeilen. De onze
vind je daar dus ook.
Naast het internet natuurlijk boeken. “Vijf jaar zeilen in de schaduw van de maan” van Ingird Adriaans heb ik (René) inmiddels twee keer gelezen. Bijzonder vanwege de ongebruikelijke route. Maar ook “Solo” van Tania Aebi is een aanrader. Vertrokken op 18 jarige leeftijd en ze kwam er onderweg pas achter dat je toch echt twee peilingen moest nemen om je positie te kunnen bepalen!!!
En dan zijn er natuurlijk de praktische boeken. “World Cruising Routes” van Jimmy Cornell is zo’n beetje de bijbel voor vertrekkers. In het boek worden ‘alle’ routes in de wereld beschreven inclusief de beste tijd van het jaar om een bepaalde route te zeilen. Ook “World Cruising Handbook” van dezelfde auteur is praktisch om aan boord te hebben. Van alle landen in de wereld wordt beschreven wat nautisch gezien van belang is. Wat mag je wel of niet invoeren, waar kun je inklaren en volgens welke procedures, etc. Ook de boeken van Steve & Linda Dashew vind je bij veel vertrekkers aan boord. Wij bezitten “Practical seamanship”, een boek met veel praktische tips over zo’n beetje alles waar je als ‘blue water cruiser’ mee te maken krijgt.
Met de vergaarde kennis waren we in de loop van de tijd in staat om gefundeerde keuzes te maken ten aanzien van de uitrusting van Vagebond. En nu maar hopen dat we de juiste keuzes gemaakt hebben…